T. Wilcox

Introductie

Schrijver:

De schrijver van dit boekje is Thomas Wilcox. Hij werd in augustus 1621 geboren in het graafschap Rutland. Over zijn jeugd is erg weinig bekend. Men vermoedt dat hij een goede opleiding heeft gevolgd.

Toen hij in Londen ging wonen, werden er in zijn huis samenkomsten gehouden. Wilcox was baptistenpredikant, net als John Bunyan en evenals Bunyan werd ook hij meermalen gevangen gezet. Na 1665 was hij predikant van een Baptistengemeente in het stadsgedeelte Southwark. Hier heeft hij met liefde zijn werk gedaan als verkondiger van het evangelie, totdat hij in 1687 overleed.
Het boekje van Wilcox “Een honingdruppel uit de rots Christus” werd vele malen herdrukt en is in diverse talen vertaald. Voor heel veel mensen is het een geestelijke bron geweest, waar ze steeds weer naar terugkeerden en uit putten. Het boekje was van grote betekenis bij het ontstaan van de Finse opwekkingsbeweging in de eerste helft van de negentiende eeuw.

Vertaling:
De vertaling, die u hier voor u hebt, is gebaseerd op twee oude Engelse edities, die werden uitgegeven in Otley (geen jaartal bekend) en York (1787). Er is gestreefd naar een zo nauwkeurig mogelijke weergave van de oorspronkelijke Engelse tekst in eenvoudig hedendaags Nederlands.

Het ging Wilcox om het volgende:

Bij het schrijven van dit boekje heeft Wilcox steeds verwezen naar teksten uit de Bijbel. Wanneer in de Bijbel over verzoening met God gesproken wordt, wordt heel vaak verwezen naar het bloed. In het Oude Testament onder het oude verbond was dat het bloed van het zondoffer. In Leviticus 17:11 staat: “Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel.”

De offers van het oude verbond waren een type, een voorbeeld, van het grote offer van het nieuwe verbond. Op Golgotha gaf Jezus Christus Zijn leven, Zijn bloed, als een verzoening voor de zonden van allen, die hun vertrouwen alleen maar op Hem hebben gesteld. Jezus Christus getuigde hier Zelf van bij de instelling van het Avondmaal: “En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.”
(Mattheüs 26:27,28)

Honing uit de Rots Christus.
of
Een Woord van advies aan alle heiligen en zondaren.

Ja, Ik zou u verzadigd hebben met honing uit de rots.

Psalm 81:17b

Voorwoord van Thomas Wilcox

Aan de Christen lezer,

De afgelopen tijd ervaar ik heel erg de liefde van God in mijn ziel en hierdoor word ik vurig aangespoord om niet alleen om mijn liefdevolle Redder te eren, Wiens alles overtreffende liefde de kennis te boven gaat (Efeziërs 3:19)[1], maar ook om alle vanuit de hemel geboren kinderen van God lief te hebben en het goede voor hen te zoeken. In deze tijd kom ik veel arme zielen tegen die gemakkelijk meegevoerd kunnen worden met allerlei wind van leer door het valse spel van sluwe mensen, waarmee zij op de loer liggen om te bedriegen (Efeziërs 4:14)[2]. Er zijn zoveel valse fundamenten om op te bouwen, waar men tevergeefs veel werk verricht. Mensen spreken niet in liefde de waarheid en groeien ook niet in alle dingen op in Hem, Die het Hoofd is, Christus (Efeziërs 4:15)[3]. Er kan geen groeien in Christus zijn zonder een eenheid in Hem.

Vriendelijke lezer, in het volgende traktaat zult u merken, als het de Here behaagt u door het lezen ervan te zegenen, dat een stille stem achter u zegt: “Dit is de weg, wandel daarop; ga niet naar rechts noch naar links.” De weg tot dat goede pad van de rechtvaardiging van de ziel voor God is in en door de gerechtigheid van Jezus Christus, want al onze eigen gerechtigheden zijn als vuile lompen; met zekerheid zal men zeggen: “In de Here wordt het gehele nakroost van Israel gerechtvaardigd en zal het zich beroemen” (Jesaja 45: 25). Het is slechts het sterven van die Rechtvaardige voor ons, onrechtvaardigen, wat ons tot God moet brengen. “Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem” (2 Corinthiërs 5:21).

Christen lezer, laat alles wat in u van de oude Adam is, neervallen aan de voeten van Christus. Alleen Hij moet de voorrang hebben. Al de vaten van deze nieuwe geestelijke verbondstempel, van de bekers tot de kannen, moeten alle opgehangen worden aan Christus. Hij moet de tempel van de Here bouwen en de eer ontvangen. Door de aanstelling van de Vader is Hij de fundamentsteen, hoeksteen en gevelsteen. Hij is de volheid van genade en heerlijkheid van de Vader. Wat ook uw noden mogen zijn, u mag tot Hem gaan; in Hem is balsem om te genezen.

Lezer, de goede Here helpe u om de betekenis van het volgende advies te ervaren, opdat het door God voor u moge worden gemaakt als honing, zoet voor uw ziel en gezond voor uw gebeente, en mijn ziel zal zich met u verblijden.

Uw broeder in het geloof en de gemeenschap van het evangelie.

THOMAS WILCOX.

EEN WOORD VAN ADVIES AAN MIJN EIGEN HART EN HET UWE.

1.

U belijdt te geloven en u neemt deel aan al de godsdienstige inzettingen. Daaraan doet u goed; het zijn eervolle voorrechten. Maar als uw belijdenis niet geworteld is in het bloed van Christus, zal het verdorren en slechts een geschilderd praalstuk blijken te zijn om mee naar de hel te gaan.

2.

Als u naast uw belijdenis ook nog schuld en eigengerechtigheid blijft vasthouden, dan zullen die adders al het leven eruit weg eten. Toets en onderzoek elke dag heel nauwgezet op welke bodem uw belijdenis en hoop op uw heerlijkheid gebouwd is, of deze werd gelegd door de hand van Christus. Zo niet, dan kan zij nooit de storm doorstaan die ertegen zal opsteken. Satan zal het allemaal tegen de vlakte gooien en groot zal de val ervan zijn (Mattheüs 7:27)[4].

3.

Roemende belijder, u zult in de wan worden gedaan. Elk aspect van uw belijdenis zal worden getest of die aan het doel beantwoordt. Het is vreselijk om het allemaal te zien omvallen en daarnaast niets te vinden om als fundament te gebruiken.

4.

Zwevende belijder, zorg op tijd voor uw wassen vleugels, die zullen smelten door de hitte van verzoekingen. Wat een ellende is het om veel handel te drijven en uiteindelijk failliet te gaan en om dan in uw ziel geen voorraad te hebben, geen fundament dat gelegd werd voor de eeuwigheid.

5.

Begiftigde belijder, kijk eens of er geen worm zit aan de wortel, die heel uw mooie wonderboom zal bederven en die boven uw hoofd zal laten sterven op een dag waarop u getest wordt. Controleer dagelijks uw ziel en stel de vraag: “Waar kan het bloed van Christus op mijn ziel gezien worden? Op wat voor gerechtigheid sta ik om gered te worden? Ben ik van mijn eigengerechtigheid afgestapt?” Veel vooraanstaande belijders hebben tenslotte bij het zien van de puinhoop van al hun plichtsbetrachting moeten uitroepen: “Verloren, verloren voor alle eeuwigheid.”

6.

Bedenk dat de grootste zonden verborgen kunnen zijn onder de grootste plichtsbetrachting en de grootste angsten. Let erop dat de wond, die de zonde in uw ziel heeft gemaakt, volkomen genezen wordt door het bloed van Christus en niet met een huid overtrokken door middel van plichtsbetrachting, verootmoediging, opluchting, enz. Wat u ook maar zou willen toepassen naast het bloed van Christus, het zal de wond vergiftigen. U zult merken dat de zonde nooit werkelijk werd gedood, als u Christus niet voor u hebt zien bloeden aan het kruis. Niets kan het doden dan slechts het zien op de gerechtigheid van Christus.

7.

De natuur kan geen balsem leveren die geschikt is voor de genezing van de ziel. Genezing die ontstaat door plichtsbetrachting en niet door Christus, is de meest hopeloze ziekte. De arme, in lompen geklede natuur kan met al haar beste verbeteringen nooit een kleed spinnen dat mooi genoeg is (zonder vlek) om de naaktheid van de ziel te bedekken. Niets kan hier de ziel van nut zijn dan slechts de volkomen gerechtigheid van Christus.

8.

Alles wat door de natuur gesponnen is, moet ontrafeld worden, voordat de gerechtigheid van Christus kan worden aangedaan. Alles wat de natuur heeft aangetrokken, zal satan tot het laatste lapje toe komen plunderen en de ziel zo open en bloot voor Gods toorn achterlaten. Alles wat de natuur kan doen, zal nooit de plek kunnen innemen van de geringste gram genade, die zonde kan doden en op een dag Christus onder ogen kan komen.

9.

U belijdt godsdienstig te zijn; u gaat door met luisteren, bidden en ontvangen; toch kunt u ellendig zijn. Kijk eens om u heen; hebt u ooit tot op deze dag Christus gezien tegenover alle uitnemendheid en gerechtigheid in de wereld en zag u dat alles neervallen voor de majesteit van Zijn liefde en genade? (Jesaja 2:17)[5].

10.

Als u werkelijk Christus hebt gezien, hebt u in Hem zuivere genade, zuivere gerechtigheid gezien, die op alle manieren oneindig is en alle zonde en ellende ver te boven gaat. Als u Christus hebt gezien, kunt u alle gerechtigheid van mensen en engelen om u acceptabel bij God te maken onder uw voeten vertreden. Als u Christus hebt gezien, zou u voor geen goud ter wereld een godsdienstige plicht willen uitvoeren zonder Hem (1 Corinthiërs 2:2)[6]. Als u ooit Christus hebt gezien, zag u Hem als een Rots, hoger dan eigengerechtigheid, satan en zonde (Psalm 61:2)[7] en deze Rots gaat met u mee (1 Corinthiërs 10:4)[8] en er zal een voortdurend druppelen van honing en genade uit die Rots zijn om u te verzadigen (Psalm 81:17)[9]. Onderzoek of u ooit Christus hebt aanschouwd als de Eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid (Johannes 1:14,16,17)[10]. Wees er zeker van dat u tot Christus gekomen bent, dat u staat op de Rots der Eeuwen, dat u Zijn roepen tot uw ziel beantwoord hebt, dat u het eens geworden bent met Hem wat betreft de rechtvaardigmaking.

11.

De mensen praten dapper over geloven zolang zij gezond en wel zijn; weinigen weten wat het inhoudt. Christus is het geheimenis van de Schrift; genade is het geheimenis van Christus. Geloven is het meest wonderlijke ter wereld. Doe er iets van uzelf bij en u bederft het; Christus zal het niet eens meer als geloof zien. Wanneer u gelooft en tot Christus komt, moet u uw eigengerechtigheid achterlaten en niets anders dan slechts uw zonde meenemen. (O, dat is moeilijk!) U moet al uw heiliging, heiligmaking, plichtsbetrachting, verootmoedigingen, enz. achterlaten en niets anders meenemen dan uw noden en ellende, of anders is Christus niet geschikt voor u en u niet voor Christus. Christus wil een reine Verlosser en Middelaar zijn en u moet een verloren zondaar zijn, of anders zullen Christus en u het nooit eens worden. Het is het moeilijkste ter wereld om alleen Christus te nemen voor de gerechtigheid: dat is, Hem erkennen als Christus. Voeg er iets van uzelf bij en u wijst Hem af als Christus.

12

Wat er ook naast Christus bij komt, wanneer u tot God gaat om aangenomen te worden, noem het antichrist; gebied dat het weggaat; geef alleen de gerechtigheid van Christus de overwinning. Alles daarnaast is Babylon en dat moet vallen als Christus staat en u zult zich verheugen op de dag van haar val (Jesaja 14:10-12)[11]. Christus trad de wijnpers alleen en er was niemand bij Hem (Jesaja 63:3)[12]. Als u iets bij Christus voegt, zal Christus het vertreden in woede en toorn en Zijn mantel bevlekken met het bloed ervan. U vindt het gemakkelijk om te geloven? Werd ooit uw geloof beproefd met een uur verzoekingen en een grondig zicht op de zonde? Heeft het ooit moeten worstelen met satan en de toorn van God, die op het geweten drukt? Toen u in de monding van de hel en het graf was, toonde God u toen Christus als losprijs, als gerechtigheid? Kon u toen zeggen: “O, ik zie genade in Christus”? Als dat zo is dan mag u dat grootste woord ter wereld zeggen, dat u “gelooft.” Onbeproefd geloof is onzeker geloof.

13

Om te geloven moet er een heldere overtuiging van zonde zijn en een helder zicht op de verdiensten van het bloed van Christus en op de bereidheid van Christus om te redden op grond van slechts deze overweging dat u een zondaar bent. Dit zijn allemaal dingen die moeilijker zijn dan het scheppen van een wereld. In een storm van zonde en schuld kan al de kracht in de natuurlijke mens niet zo’n niveau bereiken om werkelijk te geloven dat er in Christus enige genade, enige bereidheid is om te redden. Wanneer satan de zonde als een last op het geweten laadt en de ziel die dan als een last op Christus laadt – dat is evangelie; dat is Hem tot Christus maken. Hij dient tot dat doel. Alleen de gerechtigheid van Christus aanvaarden, alleen Zijn bloed tot redding aanvaarden, dat is heel het evangelie. Wanneer de ziel in alle plichtsbetrachting en noden kan zeggen: “Niets anders dan Christus, Christus alleen tot gerechtigheid, rechtvaardigmaking, heiligmaking, en verlossing (1 Corinthiërs 1:30)[13]; niet verootmoedigingen, niet plichtsbetrachting, niet genadegaven, enz.” dan is die ziel boven het bereik van de golven uit gestegen.

14

Al de verzoekingen, alle voordelen van satan op ons en al onze klachten zijn gestoeld op eigengerechtigheid en eigen uitnemendheid. God jaagt die op door satan op u los te laten, zoals Laban Jacob achtervolgde om zijn beelden. Deze moeten u afgepakt worden, hoe onwillig u ook moge zijn. Deze verhinderen dat Christus binnenkomt en pas wanneer Christus binnenkomt zal de schuld eruit gaan. Waar schuld is, daar is hardheid van hart. Als er daarom veel schuld is, doet dit vermoeden dat er maar weinig of niets van Christus is.

15

Wanneer het schuldgevoel komt opzetten, let er dan op dat die alleen maar door het bloed van Christus wordt gekalmeerd; anders zal het leiden tot verharding. Maak Christus tot uw vrede (Efeziërs 2:14)[14], niet uw plichtsbetrachting, uw tranen, enzovoort. U kunt het werk van Christus in u teniet doen door zowel plichtsbetrachting als door zonden. Zie op Christus en doe dan zoveel als u wilt. Sta met heel uw gewicht op de gerechtigheid van Christus. Pas er voor op om één voet op uw eigen gerechtigheid te zetten en de andere voet op de gerechtigheid van Christus. Zolang Christus niet op de genadetroon in het geweten komt zitten, is er niets dan schuld, verschrikking en verborgen wantrouwen, terwijl de ziel tussen hoop en vrees slingert; dat is niet de toestand van het evangelie.

16

Wie bang is om de ergste vuilheid van de zonde, de ergste hel van zijn eigen hart te zien, wantrouwt de verdiensten van Christus. Al bent u nog zo’n grote zondaar (1 Johannes 2:1)[15], probeer Christus tot uw Advocaat te maken en u zult Hem ervaren als Jezus Christus, de Rechtvaardige. Zie in alle twijfel, angst en gewetensstrijd voortdurend op Christus: discussieer niet met satan, hij doet niets liever; verwijs hem naar Christus en Hij zal hem antwoord geven. Het is Zijn ambt om onze voorspraak te zijn (1 Johannes 2:1). Zijn ambt is het om als onze Borg (Hebreeën 7:22)[16] antwoord te geven aan de wet. Zijn ambt is het als onze Middelaar (Galaten 3:20[17], 1 Timotheüs 2:5)[18] aan de gerechtigheid te beantwoorden. Voor dat ambt is Hij beëdigd (Hebreeën 7:20,21)[19]. Laat Christus het afhandelen. Als u iets zelf wilt doen als genoegdoening voor de zonde dan verloochent u Christus de Rechtvaardige, Die voor u tot zonde werd gemaakt (2 Corinthiërs 5:21)[20].

17

Satan kan misschien wel de Schrift erbij halen en verdraaien, maar hij kan geen antwoord geven op de Schrift. Het is het Woord van Christus met machtig gezag. Christus verdreef satan ermee (Mattheüs 4:10)[21]. In heel de Schrift is er geen kwaad woord te vinden tegen een arme zondaar, die ontdaan is van eigengerechtigheid. Nee, het wijst duidelijk deze mens aan als het voorwerp van de genade van het evangelie en niemand anders. Geloof slechts de bereidwilligheid van Christus en dat zal u bereidwillig maken. Als u vindt dat u niet kunt geloven, laat Hem het afhandelen; Hij bewerkt het willen en het geloven. Laat Hem het afhandelen; Hij bewerkt naar Zijn welbehagen het willen en het werken (Filippenzen 2:13)[22]. Heb verdriet om uw ongeloof, dat de schuld in het geweten belangrijker vindt dan Christus; het is een onderwaardering van de verdiensten van Christus; het is Zijn bloed beschouwen als iets onheiligs, iets gewoons, iets dat onvoldoende is.

18

U klaagt veel over uzelf. Laat uw zonde u meer op Christus zien en minder op uzelf? Dan is het goed, anders is klagen alleen maar huichelarij. Om naar plichtsbetrachting, genadegaven en een opgelucht hart te kijken terwijl u op Christus behoort te zien is een jammerlijke zaak. Daar naar zien zal u trots maken; het zien op de genade van Christus zal u nederig maken. Door genade wordt u gered (Efeziërs 2:5,8)[23]. Wees in al uw verzoekingen niet ontmoedigd (Jacobus 1:2)[24]. Die vloedgolven kunnen er zijn, niet om u te verdrinken, maar om u omhoog te tillen op de rots Christus.

19

U kunt neerslachtig gemaakt worden tot op de rand van de hel. Toch mag u daar roepen; daar mag u opzien naar de heilige tempel (Jona 2:4)[25]. In die tempel, die met handen werd gebouwd, mocht niemand binnengaan dan slechts de gereinigden en bovendien met een offer (Handelingen 21:26)[26]. Maar nu is Christus onze tempel, ons offer, ons altaar, onze Hogepriester tot Wie alleen maar zondaren moeten komen en dat zonder een offer behalve Zijn eigen bloed dat eenmaal werd geofferd (Hebreeën 7:27)[27].

20

Denk aan al de voorbeelden van genade, die er in de hemel zijn. U denkt: “O, wat een monument van genade zou ik zijn!” Er zijn vele duizenden van zulke rijke monumenten als u kunt zijn. De grootste zondaar ging nooit de genade van Christus te boven. Wanhoop niet. Blijf hopen. Wanneer de wolken het donkerst zijn, zie dan op Christus, de vaststaande pilaar van de liefde en genade van de Vader, opgericht in de hemel voor alle zondaren om voortdurend het oog op te laten rusten. Wat ook satan of het geweten zeggen, trek daaruit geen verkeerde conclusies tegen uzelf. Christus zal het laatste woord hebben. Hij is de Rechter van levenden en doden en moet het eindvonnis uitspreken. Zijn bloed spreekt van verzoening (Colossenzen 1:20)[28], van reiniging (1 Johannes 1:7)[29], loskoping (Handelingen 20:28)[30], verlossing (1 Petrus 1:18,19)[31], reiniging (Hebreeën 9:13,14)[32], vergeving (vers 20)[33], vrijheid (Hebreeën 10:19)[34], rechtvaardigmaking (Romeinen 5:9)[35], nabijheid bij God (Efeziërs 2:13)[36]. Geen druppel van dit bloed zal verloren gaan. Sta stil en luister naar wat God zal zeggen, want Hij zal van vrede spreken tot Zijn volk, opdat zij niet meer tot dwaasheid terugkeren (Psalm 85:9)[37]. Hij spreekt van genade, barmhartigheid en vrede (2 Timotheüs 1:2)[38]. Dat is de taal van de Vader en van Christus. Wacht op het verschijnen van Christus als de morgenster (Openbaring 22:16)[39]. Hij zal komen, even zeker als de morgen, even verfrissend als de regen (Hosea 6:3)[40].

21

De zon kan evenmin verhinderd worden op te gaan als Christus, de Zon der gerechtigheid (Maleachi 4:2)[41]. Wendt uw ogen geen ogenblik van Christus af. Zie niet op de zonde, maar zie eerst op Christus. Wanneer u verdriet hebt om de zonde, terwijl u dan Christus niet ziet, weg ermee (Zacharia 12:10)[42]. Zie in elke plichtsbetrachting op Christus; vóór de plichtsbetrachting om te vergeven, tijdens de plichtsbetrachting om te helpen, na de plichtsbetrachting om te accepteren. Zonder dit is het alleen maar vleselijke, slordige plichtsbetrachting. Maak van het evangelie niet een wet, alsof er voor u een deel overbleef om te doen en te lijden en Christus maar een halve Middelaar zou zijn; alsof u een deel van uw eigen zonde moest dragen en een deel van uw eigen genoegdoening tot stand moest brengen. Laat de zonde uw hart breken, maar niet uw hoop op het evangelie.

22

Zie meer op de rechtvaardigmaking dan op de heiligmaking. Beschouw in de grootste geboden Christus niet als een strafeiser om te eisen, maar als een schuldenaar, die een werk heeft aangenomen. Als u meer hebt gekeken naar uw werken, plichtsbetrachting, geschiktheid, enz. dan naar de verdiensten van Christus, zal het u duur komen te staan. Geen wonder dat u blijft lopen klagen: genadegaven kunnen bewijzen van leven zijn; alleen de verdiensten van Christus zonder die bewijzen moeten het fundament van uw hoop zijn om op te funderen. Christus alleen kan de hoop der heerlijkheid zijn (Colossenzen 1:27)[43].

23

Wanneer we tot God gaan moeten we niets anders dan slechts Christus met ons meenemen. Elk bestanddeel of elke voorafgaande geschiktheid van onszelf zal het geloof vergiftigen en bederven. Wie op plichtsbetrachting, genadegaven enz. bouwt, kent niet de verdiensten van Christus. Dit maakt geloven zo moeilijk, zo ver boven de natuur: als u gelooft moet u elke dag als vuilnis (Filippenzen 3:7,8)[44] uw voorrechten, uw gehoorzaamheid, uw doop, uw heiligmaking, uw plichtsbetrachting, uw genadegaven, uw tranen, uw versmeltingen, uw verootmoedigingen verwerpen en niets anders dan slechts Christus moet vastgehouden worden. Elke dag moeten uw werken en uw zelfgenoegzaamheid teniet gedaan worden. U moet alles aannemen uit Gods hand. Christus is de gave van God (Johannes 4:10)[45] Geloof is de gave van God (Efeziërs 2:8)[46]. Vergeving is een vrije gave (Romeinen 5:16)[47]. Ach, hoe gaat de natuurlijke mens tekeer en woedt zij hiertegen, dat alle werken buitengesloten worden en van geen waarde zijn in de hemel.

24

Als de natuurlijke mens de weg tot redding had moeten bedenken dan zou hij die eerder in de handen van heiligen en engelen hebben gelegd om die te verkopen dan in de handen van Christus Die gratis geeft en Die daarom gewantrouwd wordt. De natuur zou een weg hebben ingericht om dit te verwerven door doen; daarom verafschuwt zij de verdiensten van Christus als het meest verderfelijke. De natuur zou eerder al het andere doen om gered te worden dan tot Christus gaan en het in orde maken met Christus en het allemaal aan Hem te danken hebben. Christus wil niets krijgen, maar de ziel zou graag Christus met iets van zichzelf opschepen. Hier is die grote tegenstelling. Ga eens na, hebt u ooit al eens de verdiensten van Christus gezien en de oneindige voldoening die door Zijn dood tot stand is gebracht? Zag u dit toen de last van de zonde en de toorn van God zwaar op uw geweten drukte? Dat is genade! De grootheid van de verdiensten van Christus wordt niet gekend dan slechts door een arme ziel in diepe nood. Oppervlakkige overtuigingen (van zonde) zullen slechts oppervlakkige en geringe lofprijzing van het bloed en de verdiensten van Christus hebben.

25

Wanhopige zondaar! U kijkt naar rechts en naar links en zegt: “Wie zal ons het goede doen zien?” U struikelt over al uw plichtsbetrachting en belijdenissen ten einde een rechtvaardigheid in elkaar te flansen om u te redden. Zie nu naar Christus; “zie op Hem en wordt gered, alle einden der aarde” (Jesaja 45:22 KJV). Er is geen ander. Hij is Redder en er is niemand naast Hem (vers 21)[48]. Kijk overal elders en u bent verloren. God zal naar niets anders kijken dan slechts naar Christus en u moet ook naar niets of niemand anders kijken. Christus wordt verheven zoals de koperen slang in de woestijn, opdat zondaren aan de einden der aarde, op de grootst mogelijke afstand, Hem mogen zien en naar Hem mogen kijken (Johannes 3:14,15)[49]. De geringste blik op Hem zal reddend zijn, de geringste aanraking genezing voor u.

26

God heeft de bedoeling dat u op Christus zou zien, want Hij heeft Hem gezet op een hoge troon der heerlijkheid, in het zicht van alle arme zondaren. U hebt een oneindige reden om op Hem te zien en helemaal geen reden om bij Hem vandaan te kijken. Hij is zachtmoedig en nederig van hart (Mattheüs 11:29)[50]. Hij zal Zelf datgene doen wat Hij verder vraagt van Zijn schepsel, namelijk zwakheden verdragen (Romeinen 15:1)[51]. Niet Zichzelf behagen; niet staan op punten van de wet (vers 2)[52]. Hij zal terechtwijzen in een geest van zachtmoedigheid (Galaten 6:1)[53] en uw lasten dragen (vers 2)[54]. Hij zal vergeven, niet slechts tot zeven keer toe, maar tot zeventig maal zeven maal (Mattheüs 18:21,22) [55]. Het geloof van de apostel werd op de proef gesteld om dit te geloven (Lucas 17:4,5)[56]. Omdat wij het moeilijk vinden om te vergeven, denken wij dat het voor Christus ook moeilijk is.

27

Wij zien de zonde als groot. Wij denken dat Christus dat doet en meten oneindige liefde met ons eigen meetsnoer, oneindige verdiensten met onze zonden, hetgeen de grootste trots en godslastering is (Psalm 103:11,12[57]; Jesaja 40:15[58]). Hoor wat Hij zegt: “Ik heb een losprijs gevonden,” (Job 33:24)[59]. “In Hem heb Ik Mijn welbehagen,” (Mattheüs 3:17)[60]. God wil niets anders hebben. Niets anders zal u goed doen of uw geweten tevreden stellen dan slechts Jezus, Die de Vader tevreden stelde. God doet alles ter wille van Christus. Uw verdiensten houden in hel, toorn en verwerping; de verdiensten van Christus zijn leven, vergeving en aanneming. Hij zal u niet alleen het ene tonen, maar Hij zal u ook het andere geven. Het is de eigen heerlijkheid en de eigen blijdschap van Christus om te vergeven.

28

Bedenk dit: zolang Christus op aarde was was Hij meer te midden van tollenaars en zondaars dan te midden van schriftgeleerden en farizeeën, Zijn openlijke tegenstanders, want zij waren rechtvaardigen. Het is niet zoals u zich inbeeldt, dat Zijn toestand in heerlijkheid Hem onachtzaam maakt en minachtend jegens arme zondaren. Nee: Hij heeft nu in de hemel hetzelfde hart. Hij is goed en verandert niet. Hij is “het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt,” (Johannes 1:29)[61]. Hij ging door al uw verzoeking, neerslachtigheid, verdriet, eenzaamheid en verwerping heen (Mattheüs 4:3-12,2[62]; Marcus 15:34[63]; Lucas 22:44[64]; Mattheüs 26:38)[65]. Hij heeft het bittere van de beker gedronken en u het zoete nagelaten: de veroordeling is er uit. Christus dronk heel de toorn van de Vader in één teug en niets dan slechts de redding wordt voor u overgelaten.

29

U zegt, dat u niet kunt geloven, dat u niet berouw kunt hebben. U bent geschikter voor Christus als u niets anders dan zonde en ellende hebt. Ga tot Christus met al uw onboetvaardigheid en ongeloof en ontvang geloof en berouw van Hem; dat is glorievol. Vertel Christus: “Here, ik heb geen gerechtigheid meegebracht, geen genade om aangenomen te worden of door gerechtvaardigd te worden; ik ben gekomen voor wat U hebt en dat moet ik ontvangen.” Wij zouden graag iets tot Christus brengen; zo moet het niet zijn. Genade kan niet samengaan met werken (Titus 3:5[66]; Romeinen 11:6)[67].

30

Eigengerechtigheid en zelfvoldaanheid zijn de lievelingen van de natuurlijke mens, die hij bewaart als zijn leven. Dat maakt dat Christus lelijk lijkt voor de natuurlijke mens. De natuurlijke mens kan niet naar Hem verlangen. Hij is juist tegengesteld aan al de glorievolle belangen van de natuurlijke mens. Laat de natuurlijke mens maar een evangelie maken en hij zou die tegengesteld aan Christus maken. Het zou zijn voor de rechtvaardigen, de onschuldigen, de heiligen enzovoort. Christus maakt het evangelie voor u, dat is, voor behoeftige zondaren, de goddelozen, de onrechtvaardigen, de vervloekten. De natuurlijke mens kan het niet verdragen om te bedenken dat het evangelie alleen maar voor zondaren is. Hij zal er eerder voor kiezen te wanhopen dan om naar Christus te gaan op grond van zulke voorwaarden. Wanneer de natuurlijke mens last krijgt van schuld of toorn, zal hij gaan naar zijn oude schuilhoeken van eigengerechtigheid en eigendunk enz. Een oneindige macht moet die burchten tegen de vlakte gooien. Terwijl Christus de meest gruwelijke zondaar die voor Hem staat, zal aanzien, worden zij die zichzelf rechtvaardigen buiten het evangelie gesloten, omdat Christus voor zo iemand niet tot rechtvaardigmaking kan worden gemaakt: hij is geen zondaar.

31

Uit beleefdheid zeggen: “Ik ben zondaar” is gemakkelijk, maar om met de tollenaar inderdaad te bidden: “Here, wees mij zondaar genadig,” is het moeilijkste gebed ter wereld. Het is gemakkelijk Christus te belijden met de mond, maar om Hem te belijden met het hart, zoals Petrus, dat Hij de Christus is, de Zoon van de levende God, de enige Middelaar, dat gaat boven vlees en bloed uit. Velen noemen Christus Redder, weinigen kennen Hem zo. Het zien van de genade en de redding in Christus is het grootste gezicht ter wereld. Niemand kan dat, of tezelfdertijd zullen zij zien dat heerlijkheid en redding het hunne is. Ik kan misschien mij schamen om te midden van zoveel belijdenis te bedenken dat ik zo weinig van het bloed van Christus heb geweten, dat toch het belangrijkste van het evangelie is. Een vormelijke godsdienst zonder Christus zal de zwartste aanblik zijn naast de hel. U kunt veel goede dingen hebben en toch kan het ene ontbreken, dat u misschien met verdriet van Christus laat weggaan. U hebt nooit alles verkocht wat u hebt, u hebt nooit afscheid genomen van heel uw eigengerechtigheid, enz. U kunt groot zijn in plichtsbetrachting en toch een volkomen vijand en tegenstander van Christus in elk gebed en in elke inzetting. Streef naar heiligmaking zo goed als u kunt, maar maak er geen Christus van om uzelf te redden; als dat zo is moet het op de één of andere manier afgebroken worden. De oneindige genoegdoening van Christus, niet uw heiligmaking, moet uw rechtvaardigmaking voor God zijn. Wanneer de Here vanuit Zijn heilige plaats vreselijk zal verschijnen, zal vuur die als hooi en stoppels verteren.

32

Dit zal ware godsdienst worden bevonden: alles alleen laten rusten op de eeuwige bergen van Gods liefde en genade in Christus, voortdurend leven met het zicht op de oneindige gerechtigheid en verdiensten van Christus (die zijn heiligend, zonder die is het hart vleselijk) en de aanblik ervan doet de volledige vuilheid van de zonde zien (in vergelijking met de gerechtigheid van Christus) en zien dat ze alle vergeven zijn. Bij deze aanblik ziet u voortdurend uw gebeden, uw luisteren, enz. ondanks uw verontreinigde ik en al uw zwakke prestaties toch voortdurend aanvaard. Bij die aanblik vertrapt u al uw eigen roem, uw gerechtigheid, uw voorrechten als afschuwelijk en wordt u voortdurend gevonden in alleen maar de gerechtigheid van Christus, terwijl u zich verblijdt over het verderf van uw eigengerechtigheid en het vernietigen van al uw eigen uitnemendheden, opdat alleen Christus als Middelaar verheven mag zijn op Zijn troon. U hebt dan verdriet over al uw plichtsbetrachting, hoe glorievol ook, welke u niet hebt gedaan vanuit het zien en ervaren van de liefde van Christus. Zonder het bloed van Christus op uw geweten is alles dode dienst (Hebreeën 9:14)[68].

33

Dat idee van de vrije wil (waarover zoveel ophef wordt gemaakt) zou zoals dat door de Schrift gebeurt, gemakkelijk worden verworpen in het hart van hem, die enige geestelijke omgang met Jezus Christus heeft gehad wat betreft de toepassing van Zijn verdiensten en de onderwerping aan Zijn gerechtigheid. Christus is op alle manieren een te luisterrijk persoon voor de arme natuurlijke mens om het in orde te maken met Hem of om Hem te begrijpen. Christus is zo oneindig heilig dat de natuurlijke mens nooit naar Hem durft te kijken, zo oneindig goed dat de natuurlijke mens Hem nooit kan geloven zo te zijn, wanneer hij diep onder de indruk van de zonde is. Christus is te hoog en te glorievol voor de natuurlijke mens om Hem aan te raken. Er moet eerst een goddelijke natuur in de ziel worden gelegd die maakt dat zij Hem vastgrijpt, zo oneindig ver ligt Hij buiten het zien of het bereik van de natuurlijke mens.

34

Die Christus die door de natuurlijke vrije wil kan worden begrepen is slechts een natuurlijke Christus van het eigen maaksel van de mens en niet de Christus van de Vader, niet de Zoon Jezus, de Zoon van de levende God, tot Wie niemand kan komen zonder dat de Vader Hem trekt (Johannes 6:44,45)[69].

35

Onderzoek dagelijks de Schriften als goudmijnen, waarin het hart van Christus is gelegd. Wees op uw hoede voor zonden waartoe u vanuit uw eigen aard geneigd bent; zie hen in hun vuilheid en zij zullen nooit uitbreken en daden worden. Bewaar altijd een ootmoedig, ledig, gebroken toestand van het hart, die gevoelig is voor elke geestelijke misgeboorte, die let op alle innerlijke werkingen en geschikt is voor het hoogste contact. Houd geen schuld in het geweten, maar pas het bloed van Christus onmiddellijk toe. God klaagt u aan wegens zonde en schuld om u op Christus te doen zien.

36

Beoordeel de liefde van Christus niet aan de hand van de Voorzienigheid, maar aan de hand van beloften. Prijs God voor het afschudden van valse fundamenten en voor elke wijze waardoor Hij de ziel wakker houdt en naar Christus laat zoeken. Beter ziekten en verzoekingen dan veiligheid en oppervlakkigheid.

37

Een oppervlakkige geest zal leiden tot een wereldse geest, en die zal zondigen en ook nog bidden. Oppervlakkigheid is het bederf van de belijdenis. Als het niet uit het hart wordt uitgeroeid door voortdurend ernstig met Christus bezig te zijn en door op Hem te zien in de plichtsbetrachting, zal het sterker en dodelijker worden, omdat het zich aan kerkelijke inzettingen houdt.
Meet uw genadegaven niet af aan de hand van de vorderingen van anderen maar door ze aan de Schrift te toetsen. Wees ernstig en nauwkeurig bij de plichtsbetrachting, laat die op uw hart drukken, maar wees even zeer bevreesd voor het ontlenen van troost aan plichtsbetrachting als aan zonden. Troost uit welke hand dan ook behalve die van Christus is dodelijk. Wees veel in gebed of anders zult u nooit veel contact met God onderhouden. Zoals u in het gebed in de binnenkamer bent, zo zult u zijn in alle andere inzettingen.

38

Beschouw uw plichtsbetrachting niet aan de hand van hoogdravende uitdrukkingen, maar aan de hand van een nederig gemoed en het zien op Christus. Beef voor uw plichtsbetrachting en gaven. Het was het gezegde van een groot heilige: “Hij was meer bevreesd voor zijn plichtsbetrachting dan zijn zonden”: het ene maakte hem dikwijls trots, het andere maakte hem dikwijls ootmoedig. Verzamel uitingen van de liefde van Christus, zij maken het hart nederig voor Christus, te hoog voor de zonde. Veronachtzaam niet de geringste en minste bewijzen van genade: God kan u ertoe brengen gebruik te maken van wat in uw oog het geringste is; (1 Johannes 3:14)[70]; zelfs dat kan u duizend werelden waard zijn.

39

Wees getrouw aan de waarheid maar niet onstuimig en anderen minachtend. Richt de gevallenen op; help hen weer overeind met heel de innerlijke bewogenheid van Christus. Zet de gebroken, ontwrichte beenderen weer op hun plaats met de genade van het evangelie.

Zelfverzekerde belijder, veracht zwakke heiligen niet. Misschien zult u ertoe komen te wensen om in de toestand van de geringste van hen te zijn. Wees getrouw wat betreft de zwakheden van anderen, maar op uw hoede voor uw eigen. Bezoek veel de ziekbedden en hen die achtergebleven zijn; zij zijn uitnemende geleerden wat betreft de bevinding.

40

Blijf bij uw roeping. Wees plichtsgetrouw met betrekking tot al uw relaties als jegens de Here. Wees tevreden met weinig van de wereld: het weinige zal genoeg zijn. Beschouw het geringe van de aarde als veel, omdat u het geringste onwaardig bent. Denk groot van de hemel, niet gering, omdat Christus zo rijk en vrij is. Acht iedereen beter dan uzelf en draag altijd afkeer van uzelf met u mee, als iemand die geschikt is om door al de heiligen vertreden te worden. Let op de ijdelheid van de wereld en het verderf dat op alle aardse dingen rust; heb niets lief dan slechts Christus. Wees bedroefd omdat er zo weinig van Christus in de wereld te zien is en er zo weinigen zijn, die Hem nodig hebben: beuzelarijen behagen hen meer. Voor de zelfverzekerde ziel is Christus slechts een fabel en is de Schrift slechts een verhaal. Wees bedroefd om te bedenken hoevelen er onder de vele gedoopten en kerkelijken zijn, die niet onder de genade zijn, die heel erg met plichtsbetrachting bezig zijn maar weinig met Christus en die weinig afweten van de genade. Bereid u voor op het kruis, verwelkom het, draag het triomfantelijk als het kruis van Christus ondanks spot, hoon, grappen, minachting gevangenschap, enz. Maar let erop dat het het kruis van Christus is en niet uw eigen.

41

De zonde zal u verhinderen in het kruis van Christus te roemen. Het achterwege laten van kleine waarheden tegen het licht in kan een hel in het geweten veroorzaken evenals het bedrijven van de grootste zonden tegen het licht. Als u midden uit de hel genomen bent naar de boezem van Christus en een plaats hebt gekregen te midden van vorsten in het huis van God, o, hoe behoort u dan te leven als een voorbeeld van genade!

42

Verloste, herstelde ziel, wat een oneindige bedragen bent u Christus schuldig! Met wat een bijzondere gevoelens moet u wandelen en elke plicht doen. Wat behoren zondagen lofprijzingsdagen voor u te zijn met het zingen van halleluja’s! Het samenzijn in de gemeente, wat een hemel, wat een nabijheid bij Christus en de gemeenschap met engelen en heiligen! Wat een baden van de ziel in eeuwige liefde als een begrafenis met Christus en het sterven voor alle dingen buiten Hem! Elke keer als u denkt aan Christus, wees dan verbaasd en verwonder u. Wanneer u zonde ziet, zie dan op de genade van Christus, Die het vergaf en wanneer u trots bent, zie dan op de genade van Christus; dat zal u verootmoedigen en u neerslaan in het stof.

43

Herinner u Christus’ tijd van de liefde, toen u naakt was (Ezechiël 16:8,9)[71] en toen Hij u koos. Kunt u ooit een trotse gedachte hebben? Herinner u Wiens armen u ondersteunden om zinken te voorkomen en die u redden uit de diepste hel (Psalm 86:13)[72], roep luid in de oren van engelen en mensen (Psalm 148) en zing voor eeuwig: “Prijst God, prijst God, genade, genade.” Heb dagelijks berouw en bid; wandel bij het licht van de genade, als iemand die de zalving van de genade op zich heeft. Herinner u uw zonden én de vergeving van Christus, wat uzelf verdiende én de verdiensten van Christus, uw zwakheid én de kracht van Christus, uw trots én de nederigheid van Christus, uw vele gebreken én het herstel van Christus, uw schulden én Christus’ nieuwe toepassingen van Zijn bloed; uw mislukkingen én het recht zetten door Christus, uw noden én de volheid van Christus, uw verzoekingen én de tederheid van Christus, uw vuilheid én de gerechtigheid van Christus.

44

Gezegende ziel, die door Christus bevonden zal worden niet bekleed te zijn met zijn eigen gerechtigheid (Filippenzen 3:9)[73], maar die zijn kleren gewassen heeft en wit gemaakt heeft in het bloed van het Lam (Openbaring 7:14)[74].
Ongelukkige, ellendige naamchristen, die het evangelie niet in zich heeft. Vertrouw niet op kerkelijke onderzoeken; u kunt daar doorheen komen maar verworpen worden op de dag van het onderzoek van Christus. U kunt tot de doop komen en nooit tot Jezus en het bloed der besprenging (Hebreeën 12:24)[75]. Wat ook uw werken of prestaties mogen zijn, als ze zonder het bloed, de verdiensten en de gerechtigheid van Christus zijn (het hoofddoel van het evangelie), dan voldoen ze niet aan het evangelie en laten de ziel achter in twijfels en vragen; twijfels zullen, als er niet op tijd naar gekeken wordt, veranderen in oppervlakkigheid van geest, één van de gevaarlijkste toestanden van het hart.

45

Ga niet luchtig om met de godsdienstige inzettingen. Wees veel in overdenking en gebed. Maak ijverig gebruik van alle gelegenheden om het Woord te horen. We hebben behoefte aan leeronderricht, vermaning, aansporing en vertroosting net als de tere kruiden en het gras dat hebben aan de regen, de dauw, de motregen en de buien (Deuteronomium 32:2)[76]. Doe alles wat u doet met heel uw ziel voor Christus (Zacharia 7:5,6)[77], alsof u rechtstreeks met Christus Jezus te maken hebt, alsof Hij op u zag en u op Hem en put al uw kracht uit Hem.

46

Let erop wat voor heilige aansporingen u in uw ziel vindt met betrekking tot het uitvoeren van plichten. Prijst de geringste goede gedachte die u hebt over Christus, het geringste goede woord dat u oprecht over Hem hebt gesproken vanuit uw hart. Rijke genade! O, prijst God daarvoor! Let erop, of elke dag de ‘Opgang uit de hoogte’ u voortdurend bezoekt met Zijn ochtenddauw van verdriet om de zonde (Lucas 1:78)[78]. Hebt u de schitterende Morgenster, Die voortdurend opgaat met nieuwe invloeden van genade en vrede (Openbaring 22:16)[79] en Christus, Die de ziel lieflijk begroet in heel de plichtsbetrachting? Plichtsbetrachting die niet geestelijker maakt, zal vleselijker maken; dat wat niet verlevendigt en verootmoedigt, zal doods maken en verharden.

47

Judas kan dan wel het stuk brood hebben, het uiterlijke voorrecht van de doop, het Avondmaal, de gemeenschap, enz., maar Johannes leunde aan de boezem van Christus (Johannes 13:23)[80]. Dat is de houding van de evangelie-inzetting, waarin we behoren te bidden, te luisteren en alle plichten te doen. Alleen het liggen aan die boezem zal hardheid van hart oplossen, u teer verdriet doen hebben om zonde en oppervlakkigheid en alledaagsheid (die kanker in het belijden van de godsdienst) genezen. Dat zal inderdaad verootmoedigen, de ziel hartelijk aan Christus verbinden en de zonde vuil maken voor de ziel, ja, het lelijkste stukje hel veranderen in de heerlijkheid van Christus.

Denk nooit dat u zo goed bent als u behoort te zijn, een Christen die iets bereikt heeft, totdat u dit punt bereikt, altijd te zien en te ervaren dat u ligt aan de boezem van Christus, Die aan de boezem van Zijn Vader is (Johannes 1:18)[81]. Kom en vraag de Vader om zicht op Christus en u zult zeker voorspoed hebben. U kunt niet met een verzoek komen dat Hem meer zal behagen. Met dat doel gaf Hij Hem vanuit Zijn boezem om verhoogd te worden voor het oog van zondaren als het eeuwige monument van de liefde van Zijn Vader.

48

Het kijken naar de natuurlijke zon verzwakt het oog. Hoe meer u op Christus, de Zon der gerechtigheid, ziet, hoe sterker en helderder het oog van het geloof zal zijn. Zie slechts op Christus en u zult Hem liefhebben en door Hem leven. Denk voortdurend aan Hem. Houd het oog voortdurend gericht op het bloed van Christus, of anders zal elke windvlaag van verzoeking u schudden. Als u de zondigheid van de zonde ziet om die te verafschuwen en er berouw over te hebben, blijf dan niet staan kijken naar de zonde, maar zie eerst op Christus, Die leed en genoegdoening gaf. Als u uw genadegaven en uw heiligmaking zou willen zien, blijf daar dan niet op staren, maar kijk in de eerste plaats naar de gerechtigheid van Christus (zie de Zoon en u ziet alles), kijk naar uw genadegaven in de tweede plaats.

49

Ga tot Christus bij het zien van uw zonde en ellende, niet bij het zien van uw genade en heiligheid. Heb niets van doen met uw genadegaven en heiligmaking (zij zullen slechts Christus versluieren), totdat u eerst Christus hebt gezien. Wie op Christus ziet door zijn genadegaven heen, is als iemand die de zon ziet in het water, dat golft en beweegt, zoals dat gaat met water. Zie alleen op Christus, zoals Hij schijnt aan het firmament van de liefde en de genade van de Vader, dan zult u Hem zien in Zijn eigen heerlijkheid, welke onuitsprekelijk is.
Trots en ongeloof zullen u aanzetten om eerst iets in uzelf te zien, maar geloof wil met niemand anders te maken hebben dan slechts met Christus, Die onuitsprekelijk glorievol is en zowel uw heiligmaking als uw zonde op Zich moet nemen, want God maakte Hem beide voor ons en wij moeten Hem tot beide maken (1 Corinthiërs 1:30[82]; 2 Corinthiërs 5:21)[83]. Wie zijn heiligmaking rechtop zet om naar te kijken, om hem te troosten, richt zijn grootste afgod op, die zijn twijfels en angsten zal versterken. Kijk slechts bij Christus vandaan en meteen zinkt u weg in twijfels, net als Petrus.

50

Een Christen heeft nooit gebrek aan troost, behalve wanneer hij de orde en de handelwijze van het evangelie verbreekt door naar zijn eigengerechtigheid te kijken bij de volmaakte gerechtigheid van Christus vandaan. Dat is ervoor kiezen bij kaarslicht te leven in plaats van te leven bij het licht van de zon. De honing die u zuigt uit uw eigengerechtigheid zal veranderen in pure gal; het licht dat u daaruit neemt om daarbij te wandelen, zal voor uw ziel veranderen in een zwarte nacht. Satan verzoekt u door u te laten rondploeteren in uw eigen genade om daaruit troost te halen. Dan komt de Vader en wijst u op de genade van Christus (die rijk en glorievol is en Hem oneindig behaagt) en Hij gebiedt u de gerechtigheid van Christus te bestuderen; (en met Zijn opdrachten geeft Hij bekwaamheid daartoe). Dat is een gezegende aansporing, een lieflijke fluistering die uw ongeloof beteugelt. Volg de geringste wenk; ga erop in met veel gebed; prijs het als een onschatbaar juweel; het is een belofte dat er nog meer aan komt.

51

Verder, als u zou willen bidden en u kunt het niet en u bent daarom ontmoedigd, zie dan op Christus, Die voor u bidt en Zijn aandeel bij de Vader voor u inzet. “Wat kan u ontbreken? (Johannes 14:16[84] en hfdstk 17)[85]. Als u verontrust bent, zie op Christus, uw vrede (Efeziërs 2:14)[86], Die u vrede naliet toen Hij naar de hemel ging en u steeds weer opnieuw opdroeg niet verontrust te zijn, nee, helemaal niet op zondige wijze verontrust, zodat uw troost of uw geloven belemmerd wordt (Johannes 14:1,27)[87]. Hij is nu op de troon, nadat Hij aan Zijn kruis in de laagste staat van Zijn vernedering alles heeft teniet gedaan wat u kan beschadigen of kwellen. Hij heeft al uw zonden, verdriet, moeiten en verzoekingen gedragen en is heengegaan om woningen voor u gereed te maken.

U, die Christus als alles hebt gezien en uzelf als absoluut niets, die Christus tot heel uw leven maakt en dood bent voor alle gerechtigheid naast Hem, u bent de Christen, die zeer bemind wordt, die genade heeft gevonden bij God, een gunsteling van de Hemel.

Bewijs Christus deze ene gunst voor al Zijn liefde voor u: heb Zijn arme heiligen en gemeenten lief, de geringsten, de zwaksten, ondanks verschil van mening. Zij zijn gegraveerd op Zijn hart, als de namen van de kinderen Israëls op de borstplaat van Aäron (Exodus 28:21)[88]. Laat hen zo op uw hart zijn. “Bid voor de vrede van Jeruzalem, mogen zij die u liefhebben, rust genieten” (Psalm 122:6).

[1] . . . en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods.

[2] Dan zijn we niet meer onmondig, op en neer, heen en weer geslingerd onder allerlei wind van leer, door het valse spel van mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt,

[3] maar dan groeien wij ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, Die het hoofd is, Christus.

[4] En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot.

[5] Dan wordt de verwatenheid (trots) der mensen neergebogen en de trots der mannen vernederd, en de HERE alleen is te dien dage verheven.

[6] Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en Die gekruisigd.

[7] Van het einde des lands roep ik tot U, omdat mijn hart bezwijkt; leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn.

[8] . . . en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen meeging, en die rots was de Christus.

[9] Hij zou hen gespijzigd hebben met het vette der tarwe, ja, Ik zou u verzadigd hebben met honing uit de rots.

[10] (14) Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de Eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid.

(16) Immers, uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, zelfs genade op genade; (17) want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

[11] Zij allen vangen aan tot u te zeggen: Ook gij zijt krachteloos geworden als wij, gij zijt aan ons gelijk geworden; Uw trots is in het dodenrijk neergeworpen, de klank uwer harpen; het gewormte ligt onder u gespreid en maden zijn uw bedekking. Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken!

[12] Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij. Ik trad hen in Mijn toorn en vertrad hen in Mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op Mijn klederen en Ik bezoedelde Mijn ganse gewaad.

[13] Maar uit Hem is het dat gij in Christus Jezus zijt, Die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roeme, roeme in de Here.

[14] Want Hij is onze vrede, Die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft

[15] Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige.

[16] (vs 21) De Here heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt priester in eeuwigheid – (vs 22) in zoverre is Jezus ook van een beter verbond Borg geworden

[17] Een Middelaar is niet de vertegenwoordiger van één: God echter is één.

[18] Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus

[19] En in zoverre het niet zonder een plechtige eed plaats had – want genen zijn zonder eed priester geworden, maar deze met een eed bij monde van Hem, Die tot Hem sprak: De Here heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen : Gij zijt priester in eeuwigheid.

[20] Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.

[21] Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.

[22] (12) . . uw behoudenis bewerken met vreze en beven, (13) want God is het, Die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.

[23] (5) . . hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door genade zijt gij behouden, door het geloof,
(8) Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf, het is een gave van God; (niet uit werken).

[24] Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt.

[25] (vs 1-3) En Jona bad tot de Here, zijn God, uit het ingewand van de vis. Hij zei: Ik riep uit mijn nood tot de Here en Hij antwoordde mij; uit de schoot van het dodenrijk schreeuwde ik, Gij hoordet mijn stem. Gij had mij geworpen in de diepte, in het hart der zee, en een waterstroom omving mij, al Uw brandingen en Uw golven gingen over mij heen.
(4) En ik, ik zei: Verstoten ben ik uit Uw ogen. Zou ik ooit weer Uw heilige tempel aanschouwen?

[26] Toen nam Paulus die mannen mee, en hij heiligde zich de volgende dag met hen, ging in de tempel en deed aangifte, dat de dagen der heiliging zouden duren, totdat voor ieder hunner het offer gebracht was.

[27] Die niet gelijk de hogepriester, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, wat dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer bracht.

[28] (19) Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken (20) en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is

[29] . . maar indien wij in het licht wandelen gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

[30] Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van Zijn Eigene verworven heeft.

[31] (17b) . . wandelt dan in de vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende (18) dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, (19) maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.

[32] Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel temeer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige God Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?

[33] Dit is het bloed van het verbond, dat God u heeft voorgeschreven. (22b) Zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.

[34] Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus langs de nieuwe en levende weg . .

[35] Veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.

[36] Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

[37] Ik wil horen wat God, de HERE spreekt, want Hij zal van vrede spreken tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten, maar laten zij niet terugkeren tot dwaasheid.

[38] Aan Timotheüs, mijn geliefd kind: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Here.

[39] Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.

[40] Ja, wij willen de HERE kennen, er naar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad is Zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen die het land besproeit.

[41] Maar voor u, die Mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal.

[42] Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen Hem aanschouwen Die zij doorstoken hebben, en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over Hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.

[43] Hun heeft God willen bekend maken hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.

[44] Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen.

[45] Jezus antwoordde en zei tot haar: Indien gij wist van de gave Gods en Wie het is Die tot u zegt: “Geef Mij te drinken” , gij zoudt het Hem gevraagd hebben en Hij zou u levend water hebben gegeven.

[46] Want door genade zijt gij behouden door het geloof, en dat niet uit uzelf; niet uit werken, opdat niemand roeme.

[47] En het is met het geschenk niet zo als door het zondigen van één; want het oordeel leidde van één overtreding tot veroordeling, maar de genadegave van vele overtredingen tot rechtvaardiging.

[48] Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen. Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd? Ben Ik het niet, de HERE? Er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige, verlossende God is er buiten Mij niet.

[49] En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, (15) opdat een ieder die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe.

[50] (28)Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; (29) neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.

[51] Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen.

[52] Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing

[53] Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.

[54] Verdraagt elkanders moeilijkheden; zó zult gij de wet van Christus vervullen.

[55] (21) Toen kwam Petrus bij Hem en zei: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? (22) Tot zevenmaal toe? Jezus zei tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.

[56] (4) En zelfs indien hij zevenmaal per dag tegen u zondigt en zevenmaal tot u terug komt en zegt: Ik heb berouw, zult gij het hem vergeven. (5) En de apostelen zeiden tot de Here: Geef ons meer geloof.

[57] (11) Maar zo hoog de hemel is boven de aarde, zo machtig is Zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen. (12) Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons.

[58] Zie, volken zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan de weegschaal, zie eilanden zijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt.

[59] Dan zal Hij Zich zijner erbarmen en zeggen: Bevrijd hem, dat hij niet in de groeve dale, de losprijs heb Ik verkregen.

[60] En zie, een stem uit de hemelen zei: Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.

[61] De volgende dag zag hij (Johannes de Doper) Jezus tot zich komen en zei: Zie het lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.

[62] (zie Mattheüs 4:1 tot en met 11)

[63] En op het negende uur riep Jezus met luider stem: Eloï, Eloï, lama sabachtani, hetgeen betekent: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

[64] En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.

[65] (Het Laatste Avondmaal) Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

[66] (4) Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, (5) heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn ontferming, ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest.

[67] Indien het nu door genade is, dan is het niet meer uit werken; anders is de genade geen genade meer.

[68] . . hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God heeft gebracht, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?

[69] (44) Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. (45) Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God geleerd zijn. Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.

[70] Wij weten, dat wij overgegaan zijn van de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood.

[71] (8)Toen kwam Ik voorbij u en zag u, en zie, de tijd der liefde was voor u gekomen; Ik spreidde de slip van Mijn kleed over u en bedekte uw naaktheid. Ik ging onder ede een verbond met u aan, luidt het woord van de Here HERE; zo werd gij de Mijne. (9) Toen wies Ik u met water, spoelde het bloed van u af en zalfde u met olie.

[72] . . want Uw goedertierenheid is groot jegens mij; Gij toch hebt mijn ziel gered uit het zeer diepe dodenrijk.

[73] (8b) Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen en (9) in Hem moge blijken niet een eigengerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op grond van het geloof.

[74] En ik sprak tot hem: Mijn heer, gij weet het. En hij zei tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.

[75] (22,23) Maar gij zijt genaderd tot . . (24) en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.

[76] Mijn leer druipe als regen, Mijn rede druppele als dauw. Als regenbuien op het jonge groen en als regenstromen op het kruid.

[77] (5) Zeg tot al het volk des lands en tot de priesters: wanneer gij in de vijfde en de zevende maand hebt gevast en geklaagd nu al zeventig jaren lang, hebt gij dan inderdaad voor Mij gevast? (6) En wanneer gij eet en drinkt, eet en drinkt gij dan niet voor uzelf?

[78] (76) En gij kind (Johannes de Doper) zult een profeet des Allerhoogsten heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om Zijn wegen te bereiden, om aan Zijn volk te geven kennis van heil in de vergeving hunner zonden, (78) door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien.

[79] Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster

[80] Eén van de discipelen, die Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus.

[81] Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die aan de boezem des Vaders is, Die heeft Hem doen kennen.

[82] Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.

[83] Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheids Gods in Hem.

[84] En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid.

[85] Het Hogepriesterlijke gebed

[86] Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft.

[87] (1) Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij. (27) Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd (ontmoedigd)

[88] En de stenen zullen overeenkomstig de namen der zonen van Israel twaalf in getal zijn, overeenkomstig hun namen; als zegelgraveerwerk zullen zij, elk met zijn naam, zijn voor de twaalf stammen.