‘Gospel for Europe’: welk evangelie?                 >>PDF<<

Zie voetnoot [i]

1. Inleiding
Wat zijn de kenmerken van misleiders?
Zijn het onbelangrijke verschillen die er zouden bestaan tussen echt Christendom en vals Christendom? Nee, de verschillen betreffen de kern van de zaak.
Volgens de Bijbel is een echt Christen iemand, die gelooft in het volbrachte werk van Jezus Christus op Golgotha. God stuurde Zijn Zoon naar deze aarde om een volkomen verzoening te bewerken voor hen, die geloofden dat Jezus Christus hun zonden en de straf die daarop volgde, zou dragen.
Veel profeten hebben over de Messias geprofeteerd. De Psalmen staan vol met profetieën over Jezus.
Jesaja heeft het beschreven in Jesaja 53. Wie dit hoofdstuk leest, ziet heel duidelijk het leven, lijden, sterven en de opstanding van Jezus weergegeven.
Wie was Hij? Waarom moest Hij lijden en sterven? Wat is Zijn taak nu? “Het voornemen des Heren zal door Zijn hand voortgang hebben.” (vers 11).
Het is belangrijk om de profetieën over Jezus in het Oude Testament regelmatig te lezen.
We zijn zeer bevoorrecht om te weten: Deze Messias is Jezus!
De profeet Jesaja leefde omstreeks 750 – 736 voor Christus.!
Wanneer we Jesaja 53 lezen en geloven, dan is het gevolg dat we onze Drie-enige God enorm gaan danken voor hun liefde. We mogen zien dat Gods beloften waar zijn!

Er zijn echter schijnapostelen, zoals ook in de tijd van de eerste christengemeente, die de gemeente in verwarring brengen. Paulus waarschuwde de gemeenten in Galatië. Daar waren mensen die tegen de Galaten van niet-Joodse afkomst zeiden, dat zij zich moesten laten besnijden. Deze schijnapostelen brachten de wet: Doe dat en gij zult leven. Het waren werken die de mensen moesten doen, voor hun behoudenis.
Zo zijn er ook nu schijnapostelen, die wat aan de verlossing door Jezus’ volbrachte werk toevoegen.
Men moet zichzelf steeds heiliger maken.
Hun leer is:
Met de bekering wordt men gerechtvaardigd, maar de heiligmaking staat hier los van. Hierbij moet de mens zelf aan ’t werk. Hij moet zich inspannen om op Jezus te gaan lijken.
(Arjan Baan in de You Tube video: Rechtvaardiging is een beginstation)
Deze leer is een grote dwaling, omdat Jezus onze wijsheid, rechtvaardiging, heiliging en verlossing is (1 Corinthiërs 1:30).
Door Zijn kruisdood heeft Jezus Christus dit alles verworven voor de mensen die Hij heeft gered.

Voordat we verder gaan is het belangrijk ons af te vragen:
Wat is een bekering?
Een mens die zijn zonden niet ziet, kan zich niet bekeren uit zijn zonden. Een mens die wel enkele foute dingen ziet, maar daar geen last van heeft, kan zich ook niet bekeren uit zijn zonden.
Alleen iemand wiens zonden zwaar op hem drukken en die God zoekt om schoon schip te maken tegenover Hem, komt bij Jezus terecht.
Hij of zij gaat de Bijbel lezen. Daar staat in ’t kort: “Bereken de kosten, voordat je Jezus gaat volgen. Weet dat het een totale overgave aan Jezus inhoudt. Wie dit niet wil, moet er niet aan beginnen.”
Jezus drukt niemand het geloof op. De mens moet kiezen.
Achteraf weet ieder bekeerd mens dat God genade heeft gegeven in ’t maken van die keuze en is hij/zij enorm dankbaar aan God. In de Bijbel staat dat de mens van zichzelf God vijandig gezind is (Romeinen 8:7) en dat “er niemand is die goed doet, zelfs niet één.” (Psalm 14:1).
Iemand, die zich echt bekeert tot God, ziet wat hij God heeft aangedaan. Dit doet hem verdriet, omdat Jezus reëel de straf heeft gedragen in de plaats van de zondaar. De liefde van God de Vader en Jezus wordt zichtbaar en het besluit valt: “Ik wil God nooit meer verdriet doen.”
Kunnen we dat? Nee!
Hierover gaat het volgende punt.
Is een bekering namelijk niet echt, dan zijn de gevolgen:  een vals evangelie.

2. Het valse evangelie
De leer dat een gelovige in eigen kracht steeds heiliger kan gaan leven, gaat uit van een vals evangelie. Als we naar de ‘bijbel’school ‘Gospel for Europe’ kijken, dan blijkt deze leer gehanteerd te worden bij het programmaonderdeel Accountability.
Een aantal opmerkingen over deze leer:

  • Wat doet men Jezus Christus aan?! We zijn altijd geneigd om aan onszelf te denken. We behoren echter alles vanuit God te bezien. Iemand die met zijn eigen heiliging aan de slag gaat, zet in feite een deel van het volbrachte werk van Jezus Christus apart in de veronderstelling dat deel zelf te kunnen doen.
  • Dit kan niet; het is een totale loochening van het evangelie. We hebben geen deel aan de rechtvaardiging zonder dat we geheiligd en gereinigd zijn door het offer van Jezus. Jezus alleen kan ons heiligen en dat gebeurt bij een echte bekering. Hij heiligt ons en is onze rechtvaardiging. Ja, in 1 Corinthiërs 1:30 staat dat Jezus ook onze wijsheid en onze verlossing is. Deze vier dingen kan men niet scheiden. Jezus Christus is niet gedeeld. Bij een echte bekering krijgen we in Jezus Christus deel aan de wijsheid, rechtvaardiging, heiliging en verlossing. We kunnen deze gift, deze genadegaven, zelf niet pakken en ook niet zelf proberen die Goddelijke Heiligheid te bereiken.
    Wie Jezus liefheeft, wil niet zondigen. Doet hij dit toch, dan is er vergeving.

Als er in een beweging sprake is van een vals evangelie, dan is er in de regel veel meer aan de hand.  De werkwijze, waarmee de mensen die erin zitten, hun valse doel proberen te bereiken, zal ook verkeerd blijken te zijn. Bovendien zal men iets anders naast de Bijbel als openbaringsbron gebruiken om de waarheid van de Bijbel aan de hand van die openbaringsbron te verdraaien. Daarom hebben we een aantal zaken van de ‘bijbel’school ‘Gospel for Europe’ verder onderzocht. Van de resultaten van ons onderzoek zijn we dermate geschrokken dat we ons verplicht voelen iedereen ernstig te waarschuwen voor wat hier aan de gang is. Wat hier gebeurt gaat tegen God, tegen de Bijbel en tegen de menselijke waardigheid in.

Eerst bespreken wij het programmaonderdeel Accountability. Deze vorm van groepssessies had Arjan Baan ook al op de ‘bijbel’school ‘Filadelfia’ geïntroduceerd.
Daarna bespreken wij de invloed van de occulte openbaringsbron aan de hand van het lesmateriaal, waarvoor gekozen is. In dit geval betreft het de werken van de Duitse theosoof Jakob Böhme.

3. Accountability
Het woord ‘accountability’ laat zich vertalen met ‘rekenschap’, ‘verantwoording’. Het houdt in dat men op deze ‘bijbel’school’ wekelijks als groep bij elkaar komt en elkaar bevraagt over het persoonlijk leven met God, het huwelijksleven, (geheime) zonden, etc. Deze werkwijze wordt al gebruikt op de zaterdagbijbelschool ‘Filadelfia’. Daar is deze manier van werken blijkbaar populair.  Om u een indruk te geven van het soort vragen dat gesteld wordt, citeren wij hier de vragen, die studenten van ‘Gospel for Europe’ elkaar moeten stellen. Verder commentaar over de inhoud van deze vragen is overbodig. Oordeel zelf.

1. Heb je de afgelopen dagen getrouw je stille tijd gehouden? Hoe heeft de Heere in jouw stille tijd –tot jou– gesproken? Zo niet, waarom heb je de binnenkamer verwaarloosd? Wat was daarvan de oorzaak? Hoe is het met het bestuderen van je Bijbelleesrooster en je persoonlijk gebed?

2. Is er op dit moment een bepaalde barrière of obstakel in jouw verhouding met de Heere God? Zo ja, welke?

3. Is er een barrière of moeilijk probleem in de verhouding met iemand in jouw naaste omgeving? Bijvoorbeeld: ouders, man/vrouw, kinderen, collega’s of met iemand binnen de gemeente?

4. Welke concrete zonde heeft jou beheerst sinds de laatste keer dat jullie elkaar hebben ontmoet? Wat zijn de meest serieuze (ernstige) verzoekingen/verleidingen die je de afgelopen week thuis tegenkwam? En op je werk? Of op school? Of onderweg?

5. Op welk terrein ben je zwak en probeert de duivel je aan te vallen? Waar ben jij momenteel het meest ‘kwetsbaar’? Bijvoorbeeld:
– ontevreden / mopperen / bezorgdheid / onrustig
– materialisme / wereldsgezind / financiën / geld
– oneerlijkheid / leugentje om bestwil / hebzucht
– kritisch naar anderen /veroordelend / verbitterd naar iemand
– macht / niet dienen / trots / verwaand / ondankbaar
– irritatie / ongeduld / jaloezie / onvergevingsgezind
– geen goede tijdbesteding / lui
– teveel aardse pleziertjes / seksuele verleiding

6. Hoe bewaar jij je lichaam als een tempel van de Heilige Geest?

7. Waaruit blijkt dat je in geloofsvertrouwen alles van God verwacht? Heb je de afgelopen tijd de volheid in Christus genoten? Vestig jij voortdurend je oog op de Heere Jezus?

8. Is er niets wat je ten diepste geheim wilt houden?  Een zonde, (levens)gewoonte of iets anders waar je ten diepste niet mee wilt breken?

9. Heb je de afgelopen week de mogelijkheid gehad om te getuigen van de Heere Jezus? Heb je anderen van Gods reddende genade kunnen vertellen?

10. Hoe kunnen je broeders / zusters jou bemoedigen en helpen? Hoe kunnen ze voor jou bidden? 

Men beschouwt dit soort sessies als een manier om de heiligmaking te bevorderen.
Het is echter een afschuwelijk misdrijf! En wel om de volgende redenen:

  • Het allerergste is dat het een brevet van onvermogen is voor de Heilige Geest! Men besteedt het werk van de Heilige Geest uit aan mensen!
  • De individuele gewetensfunctie wordt overgenomen door de groep.
  • Het is grensoverschrijdend. Een mens heeft een ander mens niet te bevragen wat betreft zonden. De autonomie van de mens wordt zo onderuit gehaald. Men komt in de macht van de groep, die tussen God en de mens gaat staan. In plaats van te zien op God ziet men op de groep.

Lezen we in de Bijbel dat Petrus door de groep gekapitteld werd over zijn verloochening van Jezus Christus? Of dat Johannes in de biecht ging bij Jacobus?
Het doet ons wel aan iets anders denken: in de Rooms-katholieke kerk kent men de biecht en zijn er in de kloosters momenten van kapittelen. Monniken en nonnen berispen elkaar met betrekking tot zonden en overtredingen van kloosterregels. We hebben boeken van ex-priesters en ex-nonnen die hierover schrijven. Hen werd in de regel een mensonterende straf opgelegd. Om van te gruwen.
De sekte Kwasizabantu kent dezelfde werkwijze. Ieder lid heeft daar zijn eigen biechtvader, aan wie hij alle zonden moet belijden. Ook de slechte gedachten. Anders is er geen vergeving.
Nog een voorbeeld van buiten het ‘christendom’: tijdens het begin van het communistische regiem in China waren er de zelfbeschuldigingsbijeenkomsten. Tegenstanders van het communisme werden gedwongen zichzelf in het openbaar te beschuldigen van hun verzet tegen de communistische partij.

Als je een eenheid wilt smeden die erop neerkomt, dat iedereen dezelfde doctrine heeft en dat alle eigenheid eruit gaat, dan is deze accountability-methode een manier om dat te bereiken.

Het is bijzonder dat mensen dit laten gebeuren. Een natuurlijke reactie zou zijn: bemoei je met je eigen zaken en hoepel op! Dat veel mensen van oorsprong uit de reformatorische hoek komen is echter ook weer niet geheel onverwacht. Men is daar, meer dan in het geseculariseerde deel van de samenleving, gewend de mening van de groep (bijv. van dominees, van ouderlingen, van het gezin) te stellen boven de eigen mening. Hen wordt niet geleerd om ook zelf na te denken. Als de jeugd wat ouder wordt en in een verkeerde groep komt, neemt ze hierdoor gemakkelijk de denkbeelden van de groep over.

Als je mensen die zo’n hersenspoeling hebben ondergaan ziet, dan vallen enkele dingen op:-

  • Het zijn ‘talking heads’. Ze komen zeker over, strooien met kennis. Maar het lijken allemaal losse stukken kennis die niet met elkaar geïntegreerd zijn en ook niet met hun gevoel.
  • Het is slechts kennis, maar het is niet doorleefd, geen eigen ervaring.
  • Ze lijken zoveel op elkaar: alsof ze op een lopende band middels assemblage met dezelfde onderdelen kennis in elkaar zijn gezet.

Het valt het meest op bij jonge mannen die menen een taak te hebben wat betreft de prediking. Ze hebben overal een antwoord op, menen iets te zeggen te hebben over anderen; hun spreken heeft een hoog eigenwijsheid gehalte. Zie hun You Tube video’s. Emotioneel komen ze jong en onvolwassen over. Dit loopt uit de pas met elkaar. Maar nog veel belangrijker is: ze zijn niet door God geleerd, maar door de mensen van Heartcry ‘in elkaar gezet’.

Opvallend is hoeveel van dit soort mannen/jongens ‘herder’ willen zijn. Hoewel ze hun verlangen zullen omkleden met vrome woorden, zijn we bang dat dit niets te maken heeft met Jezus Christus overal willen volgen, waarheen Hij hen ook leidt, maar dat het alles te maken heeft met hun eigen ik, met het op de voorgrond willen staan en macht willen hebben over andere mensen.

Er zijn er die Spurgeon als voorbeeld nemen. Hij preekte al op jonge leeftijd. Ze vergeten echter dat zij geen Spurgeon zijn!

Spurgeon was niet op menselijke wijze als prediker ‘in elkaar gezet’,  maar God Zelf had hem geleerd. Als heel jong kind zat hij erbij als zijn opa gesprekken voerde met gemeenteleden.

Daarnaast was hij heel intelligent en had hij reeds op jonge leeftijd veel gelezen. Ook emotioneel was hij zijn kalenderleeftijd vooruit. Hij was zich bewust van zijn jonge leeftijd en de mogelijke handicap daarvan.

Nog een opmerking over die ‘modelchristenen’ die het resultaat van deze groepssessies zijn en die zoveel op elkaar lijken. Wat kunnen we daarover in het Nieuwe Testament lezen? Hoe was dit bij hen, die door de Heilige Geest werden gebruikt om de evangeliën en de brieven te schrijven? Na hun bekering zijn deze mensen allen een nieuwe schepping in Christus Jezus geworden (2 Corinthiërs 5:17). Toch bleven zij hun eigen individualiteit behouden, want God heeft ons mensen als individu geschapen. Hun individualiteit en de bijbehorende eigenschappen zijn herkenbaar in hetgeen zij schreven. Paulus schreef anders dan Petrus en Lucas weer anders dan Johannes. Ondanks dat is er eenheid in hun boodschap, want allen werden zij door Gods Geest geleid (Romeinen 8:14) en geïnspireerd. Echte eenheid is geestelijk en kan slechts door de Heilige Geest worden bewerkt.

De gevolgen van deze cultuur van streven naar heiligmaking met behulp van groepsprocessen zijn zeer zorgwekkend. Iemand die tijdens zijn jonge jaren in soortgelijke omstandigheden heeft verkeerd is H.A. Ironside (1876-1951). In die tijd diende hij in het Leger des Heils. Over die periode schreef hij in 1912 het boek ‘Holiness, true and false’. Wat betreft de schadelijke gevolgen onderscheidde hij drie groepen. Er was de groep van verharde farizeeërs, die stug bleven volhouden dat ze heilig waren, terwijl ze bijzonder liefdeloos en hoogmoedig waren. Dan had je de groep, die psychisch instortte en in een psychiatrische inrichting terecht kwam. En je had een groep die het hele geloof als onmogelijk ging beschouwen en atheïst werd. De mensen in de laatste twee groepen ervaarden dat zij zichzelf niet heilig konden maken. Ze faalden steeds weer.
Dit is een vreselijk geloof en een vreselijke werkwijze. Het is onvoorstelbaar dat er nog zoveel mensen bereid zijn gevonden om aan zo’n ‘bijbel’school les te willen geven. U kunt de lijst van de docenten vinden op de website van ‘Gospel for Europe’. Mensen die daar les geven, zijn allen verantwoordelijk voor wat daar gebeurt. Het is gruwelijk wat daar gebeurt.

4. Het lesmateriaal van de ‘bijbel’school ‘Gospel for Europe’
Bij het lezen van de lijst van boeken die als lesmateriaal worden gebruikt, valt ons iets op. Er zijn twee groepen schrijvers in opgenomen, die tegenpolen zijn wat betreft hun geloof. Aan de ene kant werden diverse boeken geschreven door Andrew Murray, Norman Grubb en Roy Hession. Aan de andere kant staan boeken van Charles Spurgeon en Martin Lloyd Jones op de lijst.
Spurgeon en Lloyd Jones zijn heel erg fel tegen de heiligingsbeweging. De drie anderen zijn er uitgesproken voorstander van, net als de mensen van ‘Gospel for Europe’. We vragen ons af: Wat is de reden dat Spurgeon en Lloyd Jones op de lijst zijn gezet? Zij leven niet meer en kunnen hier geen commentaar meer op geven. In hun boeken doen ze dat nu nog wel!
In dit document willen we de groep Murray, Grubb, Hession bespreken. We zullen met name de denkbeelden van Murray en Grubb aan de orde stellen. Het boek van Hession, ‘De weg van Golgotha’, lijkt erg veel op ‘Voortdurende herleving’ van Grubb. Grubb schreef ook het voorwoord van Hessions boek. Daarom noemen we Hession hierbij. Om hun boeken goed te kunnen plaatsen is het belangrijk op de hoogte te zijn van de stroming waartoe deze schrijvers behoorden. We hebben boeken aangeschaft, artikelen gelezen en gedownloade historische documenten bestudeerd om tot een gefundeerd oordeel te kunnen komen. Er is hier niet de ruimte om uitvoerig op heel deze beweging in te gaan. We geven slechts een samenvatting van onze bevindingen. De leer van deze stroming toetsen we met de Bijbel als richtsnoer. Daarna geven we een historisch overzicht.

Het doel van de wet.
Eerst de toetsing vanuit de Bijbel.
Jezus Christus zei dat er van de wet geen jota en geen tittel zou vergaan.
Murray, Grubb en Hession negeerden de wet volkomen. Zonder de wet, die God aan Mozes gaf, is er geen evangelie. Bij het lezen van de Romeinenbrief en Galatenbrief wordt duidelijk welke rol de wet van Mozes bij de redding van de mens heeft. De wet doet zonde kennen (Romeinen 7:7). Om gered te kunnen worden is de eerste voorwaarde dat we weten wat onze zonden zijn. En we leren die kennen als we de betekenis en het wezen van de wet inzien. Pas als ons door de Heilige Geest wordt geopenbaard dat de wet geestelijk is (Romeinen 7:14), ervaren we ons totale onvermogen om de wet te houden. Wij zijn vlees, verkocht onder de zonde. Dan zien we in hoezeer we Jezus Christus nodig hebben om ons te redden, zodat wij, bekleed met de door Christus verworven gerechtigheid van God, voor Gods oordeelstroon vrijgesproken kunnen worden van onze zonden.

Een zelfbedachte wet.
Door Grubb, Hession en Murray is heel de wet, die God aan Mozes heeft geopenbaard, aan de kant geschoven en vervangen door een zelfbedachte wet, die maar één thema heeft: nederigheid. Volgens hen heeft de mens maar één probleem: zijn hoogmoedige ‘ik’. Als hij dat kwijt is, zijn alle zonden overwonnen en zijn al zijn problemen opgelost. Dat de mens vlees is en dat zijn zonden voortkomen uit zijn zondige aard wordt door deze schrijvers ontkend. De noodzaak van de geestelijke geboorte, de geboorte van bovenaf, wordt door hen verzwegen of naar de achtergrond geduwd (zie hoofdstuk 1 ‘Voortdurende herleving’ van Grubb). Nee, zij stellen dat de mens het vermogen heeft om zichzelf te verloochenen. Zo staat het in Murray’s boekje ‘Nederigheid’ in aantekening B. Daar staat ook: “Nederigheid alleen kan ons redden.” Of – volgens de Engelse versie van dit boek – : “Nederigheid is onze redder.” Het evangelie van deze schrijvers komt neer op: “Red uzelf door uzelf te vernederen.” Murray wilde blijkbaar toch nog ergens het begrip genade overeind houden. In hoofdstuk 10 van het boekje “Nederigheid” verdraaide hij de betekenis van de verzoeningsdood van Christus. Hij suggereerde dat Jezus Christus pas door Zijn dood de volkomen nederigheid had bereikt, welke Hij vervolgens meegedeeld zou hebben aan hen die in Hem geloven, omdat die in Hem ook gestorven waren.
Notabene, Christus was Zijn hele leven hier op aarde zonder zonde en dus volkomen nederig. Hij verwierf niet nederigheid voor hen die in Hem geloven, maar Hij verwierf de gerechtigheid van God. Wat een duivelse verdraaiing van de Bijbelse boodschap! Andrew Murray is een zeer gevaarlijk dwaalleraar!

Misleidende exegese.
Ook Grubb is absoluut onbetrouwbaar in zijn Bijbeluitleg. De onderbouwing van zijn tweewegen theorie in ‘Voortdurende opwekking’ klopt niet. Volgens hem zou de gelovige pas  een compleet reddend geloof hebben als hij, na (1) met het hart geloofd te hebben (de verticale weg), er ook (2) van getuigd had naar medemensen toe (de horizontale weg).
Dit is niet volgens de Bijbel. Deze horizontale weg behoort niet bij de redding.  Grubb heeft dat er zelf bij verzonnen. De redding is iets tussen God en de mens alleen. Punt.
Later zal iemand die echt gered is vanuit zijn hart door de Heilige Geest getuigen. God is liefde, geen slavendrijver van ‘moet’, ‘moet’, ‘moet’.
Om zijn toevoeging van die horizontale weg te onderbouwen rukte Grubb Romeinen 10:10 uit zijn verband. Daar staat: “Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.”
Volgens Grubb sloeg het geloven met het hart op de verticale weg en het belijden tot behoudenis vatte hij op als het getuigen naar medemensen toe, de horizontale weg. Maar Paulus heeft het daar helemaal niet over het getuigen naar medemensen toe. Uit vers 9 en 13 blijkt dat het een getuigenis is voor Gods aangezicht naar Jezus Christus toe. Jezus Christus wordt erkend (vers 9) als Heer en wordt aangeroepen (vers 13) als Redder. De redding van de mens is slechts langs één weg, de verticale weg, de weg van God naar de mens toe en de weg van de mens naar God toe. Dat verplichte getuigen naar medemensen toe om je geloof te complementeren is een menselijke wet die bedacht is door Grubb om zo eigen werken toe te voegen aan de redding.
Bij zijn uitleggen van Romeinen 6 tot en met 8 in een later werk (‘Romans 6 to 8’ (1992)) presteerde Grubb het te beweren dat de mens niet echt een onafhankelijk wezen is. Die illusie van onafhankelijkheid zou een bedrog van satan zijn. De mens zou slechts een voorraadbus (‘container’) zijn, waarin òf satan òf Christus woont. De hele functie van de wet zou volgens Grubb zijn dat de mens door de wet ontdekt zou worden aan het bedrog van zijn ingebeelde onafhankelijkheid. Bekering was volgens hem Christus vragen in je te komen leven. Christenen zouden zo ‘wandelende Christussen’ worden en niet langer ‘wandelende satans’ zijn. En de schrijver van dergelijke geestelijke nonsens wordt door A. Baan en de zijnen als geestelijk leidsman gepromoot! Tot zover de toetsing aan de hand van de Bijbel.

Historisch overzicht. Jakob Böhme.
Nu in het kort iets over de historische achtergrond van deze schrijvers. Ze maakten onderdeel uit van een stroming die begon met de occulte theosoof Jakob Böhme (1575-1624). Hij beweerde door goddelijke visioenen openbaringen te hebben ontvangen over de zichtbare en onzichtbare wereld. Zijn boeken zijn een mengeling van alchemie (een soort toverachtige scheikunde), theosofie (religieuze oosterse filosofie), mystiek, Joodse kabbala (geheime mystieke leer) en héél véél Bijbelteksten. Hij schreef ook schijnvrome, onbijbelse werken over genade en bekering. Een belangrijk thema bij Böhme was het sterven aan het ‘zelf’. Hij behandelde het onderwerp op dezelfde manier als de denkers van het neoplatonisme (mystieke Griekse filosofie vanaf ± 250) en het boeddhisme. Het lijkt mooi, die zelfvernedering, maar het is een heidense zelfverlossingsreligie door jezelf te ontkennen. Ondanks alle zelfvernedering heeft op de achtergrond een heel groot ego de regie.

William Law.
De boeken van Böhme werden door William Law (1686-1761) verslonden toen hij rond de vijftig was. Hij gaf complete boeken van Böhme uit in het Engels. In die tijd was hij al bekend als christelijk schrijver, die een erg wettisch handboek voor het Christenleven had geschreven. Daarna werd het nog erger. Law kan niet als Christen worden beschouwd. In ‘The Spirit of Love, Part 2’ noemde hij de verzoening door het volbrachte werk van Jezus Christus ‘de grofste van alle Fantasieën’. Zijn laatste boek, ‘An humble, earnest and Affectionate Address to the Clergy’(1761) is een New Age boek in achttiende-eeuwse outfit. Een paar van Law’s uitspraken vermelden we hier:

– “God is slechts een andere naam voor het hoogste en enige goede” (Addr 210)
–  “Want de grond van alle eenheid, gemeenschap, of liefde tussen God en het schepsel, ligt geheel in de goddelijke natuur. Datgene wat goddelijk in de mens is neigt zich tot God, kiest God, en God kiest enkel en alleen zijn eigen geboorte, natuur en gelijkenis in de mens.” (Addr 233)
De leer van de uitverkiezing is volgens Law een “godslasterlijke absurditeit en veronderstelt een grotere onrechtvaardigheid in God dan de meest goddeloze schepsels mogelijkerwijs jegens elkaar kunnen bedrijven.” (Addr 233)
–  “Het ‘zelf’ is het hele kwaad van de gevallen natuur. Zelfverloochening is ons vermogen om gered te worden; nederigheid is onze redder.” (Addr 106)
– 
Law was er honderd procent van overtuigd dat ieder Christen zonder zonde kon leven: “In die gangbare leer van boeken en preekstoelen, dat de Christen nooit kan stoppen met zondigen, ligt absurditeit, ja godslastering besloten”. (Addr 222)
– “Satan is slechts een andere naam voor het algehele van het kwaad en het algehele van het kwaad is niets anders dan slechts haar volkomen tegengesteld zijn aan liefde.”
(Addr 210)

Andrew Murray.
Het hiervoor genoemde New Age boek van Law werd ruim 130 jaar later compleet weer uitgegeven door Andrew Murray (1828-1917) onder de titel ‘The Power of the Spirit’.  Murray  moet geestelijk stekeblind zijn geweest om zo’n anti-Bijbels boek als stichtelijk werk te kunnen publiceren. Aantekening B uit Murray’s boek ‘Nederigheid’ is een citaat uit dit boek.
Murray gaf meer werk van William Law uit. Een bekende bloemlezing uit Law’s werk is ‘Wholly for God’.  In het voorwoord omschreef Murray William Law “als één van de meest krachtige en leerrijke schrijvers over het Christenleven” die hij had mogen leren kennen. Verderop in dit voorwoord beschreef Murray de in zijn ogen positieve, mystieke invloed van Jakob Böhme op William Law. Murray wist waar hij het over had, want hij had de werken van Böhme in zijn boekenkast staan.

Norman Grubb.
De bloemlezing ‘Wholly for God’ uit Laws werk speelde een belangrijke rol in het leven van Norman Grubb (1895-1993). Rond zijn veertigste leed zijn geloof schipbreuk. Hij nam een jaar verlof op van zijn werk als secretaris/leider van de zendingsorganisatie WEC. Een vriend gaf hem ‘Wholly for God’. Grubb raakte nu, net als Murray vóór hem, geboeid door William Law. Via Law ontdekte Grubb de boeken van Jakob Böhme. Die waren voor hem een openbaring. In zijn autobiografie ‘Once Caught, No Escape’, die Grubb na zijn pensionering schreef, vertelde hij daarover enthousiast: “Van Böhme kreeg ik mijn antwoord en tot op de dag van vandaag ken ik geen schrijver van zijn niveau. Christus vleesgeworden, gekruisigd, opgestaan en verheerlijkt staat voor hem centraal; maar hij verzamelde al de samengedraaide strengen van de betekenis van het leven in één zoals niemand anders. Hij heeft voor mij het laatste woord. Wat heb ik een plezier beleefd aan hem en Law. Ik krijg meer uit een paar zinnen van Böhme, temidden van veel wat ik niet kan begrijpen dan van hele boeken van anderen.”
Hoezeer Grubb door de occulte theosoof Böhme beïnvloed werd is o.a. te zien aan zijn pantheïstische uitspraken. In zijn boek ‘The Key to Everything’ (1960) beweerde hij dat er in het heelal “slechts één Persoon” zou bestaan, namelijk God. Ook zouden alle mensen allemaal dezelfde geest hebben. Mensen zouden alleen maar van elkaar verschillen op het punt van de ziel en het lichaam. Net als Böhme, Law en Murray zag Grubb maar één probleem: de autonomie van het individu, het ‘zelf’. Ter illustratie van dit idee volgt hier een wat langer citaat uit ‘The Key..’:
“Er is geen enkel probleem in de mensheid behalve onze ‘zelf’-reacties.
De Duivel is geen probleem. Met hem werd 2000 jaar geleden afgehandeld.
Uw naaste is niet uw probleem.
Omstandigheden zijn niet uw probleem.
Het enige probleem is uw reactie.
Het verwrongen ‘zelf’, het ‘zelf’ in de war, dat is ons probleem.
Wanneer we eenmaal weten hoe we het menselijke ‘zelf’ moeten hanteren en het terug moeten zetten waar het thuishoort, hebben wij de sleutel tot het leven gevonden
.”

Over geestelijke struisvogelpolitiek gesproken! Hoe reëel is de blindheid, die door ‘de god van deze eeuw’ (2 Corinthiërs 4:4) veroorzaakt wordt.
Tot zover het historische overzicht van de achtergrond van de boeken van Grubb, Murray en Hession.

We zijn enorm geschrokken van de resultaten van ons onderzoek. De achtergrond van deze schrijvers lijkt zo op het oog Bijbels vanwege hun veelvuldig citeren van de Bijbel en hun benadrukken van de deugd nederigheid. Maar het is allemaal schijn. Hun uiteindelijke bron is niet de Bijbel geweest maar een occulte bron, de geschriften van Jakob Böhme. En hun nederigheid is geen echte nederigheid, maar de  zelfontkenning, zoals we die bijvoorbeeld ook zien in het boeddhisme. De oorsprong ervan is heidens!
En dit gif wordt gebruikt als lesmateriaal op een bijbelschool die pretendeert orthodox-protestants te zijn! Niet te geloven!

5. Een zaak van list en bedrog.
Wat hier gebeurt is veel erger dan alleen maar een uiting van arminianisme. Dit heeft duidelijk een occulte bron, zoals u hierboven hebt kunnen lezen.
De ‘docenten’ die aan deze ‘bijbel’school lesgeven, hoe nauw nemen die het met de Bijbelse waarheid? Nu helpen zij direct en indirect mee om ‘studenten’ af te laten studeren die straks de dwaalleer en methodes van Baan uitdragen in de refogezindte en de baptistengezindte. Zoals nu al gebeurt in Overberg en op Urk.

Tijdens ons onderzoek kwamen we op de CIP website een reactie van Arjan Baan tegen. Hij had desgevraagd gereageerd op een ontmaskerend artikel over hem. Dat was geschreven door ds. J. Lohuis en gepubliceerd in een plaatselijke kerkbode.
De reactie van Baan riep walging bij ons op.
Baan wilde niet inhoudelijk reageren. Logisch, want dan zou blijken dat hij inderdaad arminiaan is. En dat zou hem aanhangers kosten binnen de refogezindte.
Ook wilde hij de heer Lohuis “niet beschuldigen van uit het verband getrokken conclusies”.
Zo was Arjan Baan wel héél slim bezig. Niet op de inhoud willen ingaan en niet willen beschuldigen, maar ondertussen wel de andere partij het verwijt maken van ‘uit het verband getrokken conclusies’.
En dan die schijnvrome smoes om de heer Lohuis monddood te maken:
“Ik wil ds. Lohuis daarentegen zegenen en bemoedigen . . .”  O, wat een nederigheid!
Zo’n ‘zegen’ van Arjan Baan is als een judaskus en wij verafschuwen dit vanuit de grond van ons hart.
Voor ons staat vast: de god van Arjan Baan is de vader der leugen. Die god is onze grootste vijand.

Er bestaat maar één evangelie. Dat is het evangelie van Jezus Christus, Gods Zoon, Die uit liefde naar deze aarde kwam, gezonden door God de Vader, om de straf te dragen van hen die in Hem geloven en om diezelfde mensen eeuwig leven te geven. Dat evangelie is niet een vage zaak, die iedereen persoonlijk kan inkleuren of waar theologen met elkaar over van mening kunnen verschillen. Nee, het is een glasheldere zaak: Jezus Christus werd gekruisigd om zondaren te redden door genade. Hij is de enige Redder en de redding van de zondaar is helemaal het werk van God.
In het Oude Testament spraken Mozes en de profeten onomwonden de woorden die God hen gegeven had, tot het volk. Bij God is geen leugen, geen afzwakking van de waarheid. Hij meent wat Hij zegt. Heel de geschiedenis van het volk Israël is daar een bewijs van.
In het Nieuwe Testament  lezen we voortdurend over de krachtdadige verdediging van dit evangelie.
Jezus Christus ontmaskerde op zeer scherpe wijze de eigengerechtigheid van de Farizeeën en schriftgeleerden. Hij vergeleek hen met gewitte graven en noemde hen “slangen” en “adderengebroed” (Mattheüs 23).
Stefanus noemde de raadsheren van het Sanhedrin “hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren” en beschuldigde hen ervan dat zij helemaal niet de door God gegeven wet hielden (Handelingen 7).
Paulus veroordeelde uitermate scherp de dwaalleraren, die de gemeenten in Galatië in verwarring hadden gebracht. Hij schreef: “Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij of een engel uit de hemel u een evangelie verkondigen afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!”
Judas riep in zijn brief alle Christenen op te strijden voor het geloof dat eenmaal de heiligen is overgeleverd. Hij noemde de verleiders “dromenzieners”, “schandvlekken” en “dwaalsterren”.
De enige houding jegens dwaalleraren, die we in het Oude en het Nieuwe Testament tegenkomen, is die van onomwonden veroordeling. Ze worden keihard aangepakt. Nergens wordt er enige meegaandheid of enig begrip getoond, omdat hun bedrog desastreus is, want de eeuwige bestemming van zielen staat op het spel.

——————————————————————

[i] Opmerking: Inmiddels is ‘Gospel for Europe’ ‘Gospel Mission’ gaan heten, uitgaande van Stichting ‘Hebron Mission’. Deze stichting organiseert ook de ‘bijbel’school Filadelfia. Beide ‘bijbel’scholen hebben de vergiftigende boeken van Andrew Murray en Norman Grubb op de lijst staan en gebruiken de gevaarlijke methode van accountability.