“WIST U OP DEZE DAG MAAR WAT TOT UW VREDE DIENT!”
Deel I
De Here Jezus zei dit bovenstaande tijdens Zijn intocht in Jeruzalem. De mensen riepen: “Gezegend Hij, Die komt, de Koning, in de naam des Heren, in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen.”
En enigen der Farizeeën uit de schare zeiden tot Hem: “Meester bestraf Uw discipelen.” En Hij antwoordde en zei: “Ik zeg u, indien deze zwegen, zouden de stenen roepen.” En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad (Jeruzalem) zag, weende Hij over haar en zei:
“Wist u op deze dag maar wat tot uw vrede dient, maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u om zag.” (Lucas 19: 38-44)
In het jaar 70 n. Chr. is Jeruzalem verwoest door Titus. Deze heeft Jeruzalem uitgemoord en de hele stad met de grond gelijk gemaakt.
De Here Jezus wist dat dit zou gaan gebeuren, omdat ze Hem zouden verwerpen en Hem aan het kruis zouden spijkeren als een misdadiger. Hij was de beloofde Messias, de Zoon van God.
Wie er diep over nadenkt wat de verwerping van de Here Jezus als plaatsvervangend offer betekend moet hebben voor God, Zijn hemelse Vader, wordt stil..…
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.” (Johannes 3:16,17)
Wie Jezus, Gods Zoon, als Messias verwerpt, raakt God in het diepst van Zijn wezen.
De Here Jezus heeft bewezen dat Hij Gods Zoon is. Hij deed hetzelfde als Zijn hemelse Vader. Ook Hij “sprak en het was er!”
Tegen Filippus zei Hij: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, hoe zegt gij dan: ‘Toon ons de Vader?’ Gelooft gij niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet, maar de Vader Die in Mij blijft doet Zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, of anders, gelooft in de werken zelf.” (Johannes 14:9-11)
De eenheid van de Here Jezus met Zijn hemelse Vader zien we duidelijk in de werken. Jezus sprak en het gebeurde.
Enkele voorbeelden:
– De opwekking van de jongeling te Naïn.
Jezus zei: Jongeling, Ik zeg u, sta op! En de dode ging overeind zitten en begon te spreken… (Lukas 7:15)
– De opwekking van Lazarus.
Tegen Martha zei Jezus: “Heb Ik u niet gezegd, dat gij, indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult?”
Zij namen dan de steen (voor het graf) weg.
En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zei: “Vader, Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.”
En na dit gezegd te hebben, riep Hij met luider stem: “Lazarus, kom naar buiten!” De gestorvene kwam naar buiten, de voeten en de handen gebonden met grafdoeken en er was een zweetdoek om zijn gelaat gebonden. Jezus zei tot hen: “Maakt hem los en laat hem heengaan.” (Johannes 11:40-44)
– De aard van Jezus werk.
En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.
Toen zei Hij tot Zijn discipelen: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst.”
(Mattheüs 9:35-38)
– De storm op het meer.
En er stak een zware stormwind op en de golven sloegen in het schip, zodat het schip reeds volliep. Maar Hijzelf lag op het achterschip tegen het kussen te slapen en zij maakten Hem wakker en zeiden tot Hem: “Meester, trekt Gij U er niets van aan, dat wij vergaan?”
En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tot de zee: “Zwijg, wees stil!” En de wind ging liggen en het werd volkomen stil. En Hij zei tot hen: “Waarom zijt gij zo bevreesd? Hoe hebt gij geen geloof?” En zij werden bovenmatig bevreesd en zeiden tot elkaar: wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzamen?
(Marcus 4:37–41)
– Genezingen en bevrijdingen.
Toen het nu avond werd bracht men vele bezetenen tot Hem, en Hij dreef de geesten uit met Zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zei:
“Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.”
(Jesaja 53:4 en Mattheus 8:16,17)
Het werk van de Heilige Geest.
De Here Jezus bereidde Zijn discipelen voor op de tijd dat Hij niet meer bij hen zou zijn.
Hij zei:
“Wanneer gij Mij liefhebt zult gij Mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.” (Johannes 14:15-17)
“Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten dat Ik in Mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. (Johannes 14:18-20)
“Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.” Judas, niet Iskariot, zei tot Hem: ‘Here, en hoe komt het, dat gij uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?’ Jezus antwoordde en zei tot hem: “Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.
Wie Mij niet liefheeft bewaart Mijn woorden niet; en het woord, dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 14:21-24)
“Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:25,26)
“Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u, niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd (ontmoedigd).” (Johannes 14:27)
“Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: ‘Ik ga heen en kom tot u.’ Indien gij Mij liefhad, zoudt gij u verblijd hebben, omdat Ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik.”(Johannes 14:28)
De haat der wereld.
“Indien de wereld u haat, weet dan dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.
Gedenk het woord, dat Ik tot u gesproken heb: een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren. Maar dit alles zullen zij u aandoen om Mijn naam, want zij kennen Hem niet, Die Mij gezonden heeft.” (Johannes 15:18-21)
Volharding.
“Dit heb heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt. Men zal u uit de synagoge bannen: ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen.
Maar deze dingen heb ik tot u gesproken, opdat, wanneer het uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb.” (Johannes 16:1-4)
Wat leerden de Farizeeën en schriftgeleerden?
Ze hadden de boeken van Mozes, die één keer per jaar hardop gelezen moesten worden. Dit zijn Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.
Het overige deel van het Oude Testament werd niet jaarlijks gelezen. En juist in de Psalmen en de Profeten wordt veel geprofeteerd over de Here Jezus, hun Messias.
Mozes heeft twee keer gewaarschuwd dat men Gods Woord letterlijk moest nemen. Hij zei in Deuteronomium 4:2: “Gij zult aan wat ik u gebied niet toe doen en daarvan niets afdoen, opdat gij de geboden van de Here, uw God, onderhoudt die ik u opleg.”
In Deuteronomium 12:12 herhaalt Mozes deze waarschuwing: “Al wat ik u gebied, zult gij naarstig (ijverig) onderhouden; gij zult daaraan niets toedoen, noch daarvan afdoen.”
Wat deden de Farizeeën en schriftgeleerden?
Zij gaven aan Gods wetten een menselijke draai. Ze veranderden de inhoud van de wetten, die God heel duidelijk aan Mozes had meegedeeld. Terwijl God juist zei: “Gij zult aan wat ik u gebied niet toedoen en daarvan niet afdoen.”
Wat we bij de Farizeeën en schriftgeleerden zagen, zien we nu ook bij de Roomse en Protestantse kerken. Ook zij houden zich niet aan wat God gezegd heeft in Zijn Woord. Het is te veel om op te noemen. Lees hierover meer in deel II.
De Joden hebben dus de wet, dat is, de vijf boeken van Mozes, maar hebben er veel aan toegevoegd en er veel afgedaan. Dit wordt de ‘overlevering der ouden’ genoemd.
De Farizeeën en schriftgeleerden vroegen aan Jezus: “Waarom overtreden uw discipelen de overlevering der ouden? Immers, zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood eten.” Hij antwoordde hun en zei: “Waarom overtreedt ook gij ter wille van uw overlevering zelfs het gebod Gods? Want God heeft gezegd: ‘Eer uw vader en uw moeder en: wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven.’ Maar gij zegt: ‘Wie tot zijn vader of zijn moeder zegt: Het is offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, behoeft zijn vader of zijn moeder niet te eren.’” Het ‘eren’ van vader en moeder betekent voor hen zorgen, zodat zij altijd eten, drinken en andere noodzakelijke dingen hebben. De Farizeeën en schriftgeleerden gebruikten een vrome smoes om aan geld te komen, Dat ging ten koste van de zorg voor de ouders.
In de rede tegen de schriftgeleerden en Farizeeën waarschuwt Jezus de scharen en Zijn discipelen voor hen. (Mattheus 23) Ook valt Hij hen rechtstreeks aan.
Enkele voorbeelden uit Mattheüs 23:
“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij sluit het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Immers, gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daarin te komen. Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen.” (vers 13)
“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën gij huichelaars want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon lijken, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting.” (vers 27,28) (In dit hoofdstuk staat 8 x ‘Wee u’).
“Slangen, adderengebroed, hoe zult gij ontkomen aan het oordeel der hel? Daarom zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden. Van hen zult gij sommigen doden en kruisigen en van hen zult gij anderen geselen in uw synagogen en vervolgen van stad tot stad, opdat over u kome al het rechtvaardige bloed dat vergoten werd op aarde, van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berechja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht.” (vers 33–36)
“Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert en gij hebt niet gewild.” Zie uw huis wordt aan u overgelaten. Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, Die komt in de naam des Heren!” (vers 37,38)
De Here Jezus zegt in de Bergrede over Gods geboden, de wet: “Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.
Wie dan een van de kleinsten dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.
Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.” (Mattheus 5:17- 20)
De Hogepriester
In het jaar 70 n. Chr. werd Jeruzalem totaal verwoest zoals de Here Jezus had geprofeteerd.
Ook de tempel werd vernietigd en is nooit meer opgebouwd. Het volk zat nu ook zonder een Hogepriester die op Grote Verzoendag voor hen offerde ter vergeving van hun zonden.
De profeet Hosea (750-722 v. Chr) profeteerde over wat er “in de dagen der toekomst” zou gebeuren: “Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim.
Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren en de HERE, hun God, zoeken en David, hun koning, en bevende komen tot de HERE en tot Zijn heil in de dagen der toekomst.” (Hosea 3:4,5)
Waarom is er geen nieuwe Hogepriester uit de priesters door God, de Hemelse Vader, aangewezen?
Het antwoord is: Omdat God de Schepper van hemel en aarde Zelf heeft gezorgd voor een Hogepriester. Eén, Die Zelf het Offerlam was en tevens Hogepriester, Die eens en voor altijd de Pleitbezorger was voor de mensen die in Hem geloven en oprecht berouw hebben van hun zonden.
Alleen via onze Goddelijke Hogepriester komen we in contact met God, de Schepper van hemel en aarde.
Een andere weg is er niet.
Alles gaat via Gods Zoon, onze Redder, Jezus Christus. Jezus zei: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde. Gaat dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” (Mattheüs 28:18–20)
Het Nieuwe Verbond
De Here Jezus betaalde de losprijs met Zijn eigen bloed. Dit is het Nieuwe Verbond in Zijn bloed, het genadeverbond. De Trooster, de Heilige Geest zal ons onderwijzen. Een ieder die echt wedergeboren is, heeft Gods Geest ontvangen. Gods wet is in zijn binnenste, in zijn hart.
De profeet Jeremia heeft geprofeteerd over dit Nieuwe Verbond:
“Zie de dagen komen, luidt het Woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een Nieuw Verbond sluiten zal.
Niet zoals het Verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden. Mijn Verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik Heer over hen ben, luidt het woord des HEREN
Maar dit is het Verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren:
Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken.” (Jeremia 31:31–34)
Profetieën over de Messias.
In de wet en de profeten wordt heel duidelijk gesproken over de Messias.
De profeet Jesaja profeteerde het volgende:
“Want een Kind is ons geboren,
een Zoon is ons gegeven
en de heerschappij rust op Zijn schouder
en men noemt Hem Wonderbare Raadsman,
sterke God,
eeuwige Vader,
Vredevorst.
Groot zal de heerschappij zijn
en eindeloos de vrede op de troon van David en
over Zijn Koninkrijk,
doordat Hij het sticht en grondvest
met recht en gerechtigheid
van nu aan tot in eeuwigheid.
De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen.” (Jesaja 9:5,6)
Johannes de Doper, de wegbereider voor de Messias Jezus.
De komst van Johannes de Doper werd al aangekondigd in het Oude Testament door de profeet Maleachi:
“Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.” (Maleachi 4:5,6)
Ook de geboorte van Johannes de Doper werd aangekondigd. De evangelist Lucas schreef hierover het volgende:
“Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia, en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabeth. Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des Heren binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar. En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zeide tot hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, en velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God.
En hij zal voor Zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden.” (Lucas 1:1–17)
De aankondiging van de geboorte van de Messias.
Lucas schreef verder dat ongeveer zes maanden later de engel Gabriël, die door God gezonden was, bij Maria kwam.
“En de engel zei tot haar (Maria): Wees niet bevreesd, Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
En zie, gij zult zwanger worden en een Zoon baren
en gij zult Hem de naam Jezus geven.
Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader David geven en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid en Zijn koningschap zal geen einde nemen.
De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het Heilige, dat verwekt wordt Zoon Gods genoemd worden.” (Lucas 1:30–35)
De voorbereiding op de komst van de Messias.
Waarom moest Johannes de Doper voorafgaan aan de komst van de Here Jezus?
In Jesaja 59: 1,2 staat het antwoord:
“Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om te horen. Maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.”
Wanneer mensen zeggen: “Ik geloof wel in God, maar ik merk niets van Hem”, dan staat het antwoord hierboven in Jesaja 59:1,2.
Johannes de Doper predikte in de woestijn van Judea en zei:
“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zei:
‘De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des HEREN, maakt recht Zijn paden.’
Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele Jordaanstreek tot hem uit, en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zonden.
Toen hij nu zag, dat vele van de Farizeeën en Sadduceeën tot de doop kwamen zei hij tot hen: ‘Adderengebroed, wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan?
Brengt dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt; en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken.
Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen: iedere boom dan, die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben niet waardig Hem Zijn schoenen na te dragen; Die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.
De wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer geheel zuiveren en Zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.’” (Mattheüs 3:2-12)
“Hij, Die na mij komt” (Mattheüs 3:11)
“Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zei:
‘Ik heb nodig om door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij?’
Jezus echter antwoordde en zei tot hem: ‘Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen.’
Toen liet hij Hem geworden.
Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water.
En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods neerdalen als een duif en op Hem komen.
En zie, een stem uit de hemel zei:
‘Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb.’”
(Mattheüs 3:13-17)
Waarom moest de Here Jezus Zich laten dopen?
Omdat de Here Jezus zonder zonde was, was Hij de Enige Die ervoor in aanmerking kwam om de zondeschuld op Zich te nemen en daarvoor plaatsvervangend de straf te dragen.
Wat een liefde van de Here Jezus om in onze plaats de straf te willen dragen!
We moeten nooit vergeten dat onze God een Rechtvaardig God is. Voor zonden (slechte dingen) moet men gestraft worden.
In het dagelijkse leven vinden we het normaal dat mensen, die een misdrijf hebben begaan (hetzij klein, hetzij groot) van de rechter een straf opgelegd krijgen.
Waarom bagatelliseren velen hun eigen zonden, slechte dingen, en komen nooit tot eerlijk berouw?
Jezus wilde in alles Gods gerechtigheid vervullen.
Ter wille van ons liet Hij Zich dopen.
Bij onze doop denken we er aan dat onze oude mens begraven is en dat we opstaan met een nieuw leven met de Here Jezus.
Hij is onze Heer geworden, Die we in alles willen gehoorzamen in de kracht van de Here Jezus door de Heilige Geest.
God, de hemelse Vader, ziet ons aan in Jezus, Die om onze zonden de straf plaatsvervangend heeft gedragen. (Jesaja 53:6)
Helaas zien we vaak dat “de oude mens” niet gestorven maar nog springlevend is.
De Here Jezus moest in alles ons gelijk worden maar zonder te zondigen.
Daarom moest Hij Zich ook laten dopen.
In Zijn lijden, bespottingen en kruisdood moest Hij “alle gerechtigheid” vervullen.
Hij droeg onze straf. Hij stierf om ons te redden van de eeuwige dood. Zij, die in Hem geloven en vergeving hebben gevonden, zullen niet de eeuwige dood ondergaan maar tot in eeuwigheid leven bij God, de Vader, bij de Here Jezus, Gods Zoon en de Heilige Geest.
Nog twee geschiedenissen van de doop.
Filippus kreeg van God de opdracht om tegen de middag de weg op te gaan die van Jeruzalem naar Gaza ging.
Een kamerling uit Ethiopië was naar Jeruzalem gegaan om te aanbidden. Hij was op de terugweg en las, in zijn wagen gezeten, de profeet Jesaja hoofdstuk 53:7,8:
“Gelijk een schaap werd Hij ter slachting geleid en gelijk een lam stemmeloos is tegenover de scheerder, zo doet hij Zijn mond niet open.
In de vernedering werd Zijn oordeel weggenomen; wie zal Zijn afkomst verhalen?
Want Zijn leven wordt van de aarde weggenomen.”
Filippus vroeg hem: “Begrijpt u wat u leest?”
Hij zei tot Filippus: “Van wie zegt de profeet dit?”
Filippus predikte hem Jezus, uitgaande van het Schriftwoord.
Ze kwamen bij een water en de kamerling zei: “Zie daar is water; wat is er tegen dat ik gedoopt word?”
Filippus zei: “Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd.”
En hij antwoordde en zei: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.”
En Filippus doopte hem. (Zie Handelingen 8:26-40)
De tweede geschiedenis laat zien, hoe belangrijk de doop is.
In Handelingen 10 wordt geschreven over Cornelius, een hoofdman van de zogenaamde Italiaanse afdeling, een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad.
Een engel van God sprak tot hem, dat hij iemand naar Joppe moest sturen en vragen of Petrus naar hem toe wilde komen.
God had Petrus vlak voor de aankomst van de boden duidelijk gemaakt dat Hij ook niet-Joden liefhad en dat Petrus naar iemand uit de heidenen toe moest om over Jezus te spreken.
Petrus ging en getuigde van de Here Jezus door de kracht en de wijsheid van de Heilige Geest. Er gebeurde na de prediking iets heel moois.
“En Petrus opende zijn mond en zeide: Inderdaad bemerk ik, dat er bij God geen aanneming des persoons is, maar onder elk volk is wie Hem vereert en gerechtigheid werkt, Hem welgevallig, naar het woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen Israels om vrede te verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer.
Gij weet van de dingen, die geschied zijn door het gehele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop, die Johannes verkondigde, van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem. En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft in het land der Joden zowel als te Jeruzalem; en zij hebben Hem gedood door Hem te hangen aan een hout.
Hem heeft God ten derden dage opgewekt en heeft gegeven, dat Hij verscheen, niet aan het gehele volk, doch aan de getuigen, die door God tevoren gekozen waren, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden was opgestaan; en Hij heeft ons geboden het volk te prediken en te betuigen, dat Hij het is, die door God is aangesteld tot rechter over levenden en doden.
Van Hem getuigen alle profeten, dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door zijn naam. Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken. Toen merkte Petrus op: Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen? En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Toen verzochten zij hem nog enige dagen te blijven.”
Men was gedoopt in de Heilige Geest en toch moesten ze ook nog de doop na bekering ontvangen.
De doop na bekering is een getuigenis dat iemand afstand heeft gedaan van zijn of haar zondige leven in de wereld; de oude mens is begraven en men staat op uit het water in een nieuw leven met God.
De Here Jezus liet Zich dopen om alle gerechtigheid te vervullen.
Hebben wij niet nodig om te getuigen van de vergeving van zonden door de kruisdood van Jezus, een begrafenis, en een opstanding in een nieuw leven met Hem?
Deze voorbeelden laten zien hoe God over de doop denkt.
De vele soorten kerkgenootschappen.
Is het niet absurd dat mensen zeggen de Bijbel als grondslag van hun geloof te hebben en toch lid zijn van veel verschillende soorten kerkgenootschappen?
God wil een eenheid onder Zijn kinderen.
De avond voor Zijn gevangenneming tijdens het laatste avondmaal sprak de Here Jezus een gebed uit tot Zijn hemelse Vader: het Hogepriesterlijk gebed. (Johannes 17)
Hij zei daarin ondermeer:
“Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
Ik heb hun Uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid.
Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.”
Wat is er de oorzaak van dat er zoveel verschillende geloofsovertuigingen en kerkgenootschappen zijn die zeggen de Bijbel als grondslag te hebben en toch totaal verschillend zijn?
Doet men wat God zegt?
Mozes zei tot Israël:
“Hoor, Israel, de inzettingen en de verordeningen, die ik heden doe horen, opdat gij ze leert en naarstig onderhoudt.
De HERE, onze God, heeft met ons een verbond gesloten op Horeb. Niet met onze vaderen heeft de Here dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier heden allen in leven zijn.
Van aangezicht tot aangezicht heeft de Here met u gesproken op de berg uit het midden van het vuur – ik stond te dien tijde tussen de Here en u om u het woord des Heren mee te delen, want gij vreesdet voor het vuur en gij kwaamt de berg niet op – en Hij zei:
‘Ik ben de Here, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
Gij zult u geen gesneden beeld maken van enige gestalte, die boven in de hemel of onder op de aarde is of die in de wateren onder de aarde is.
Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen en aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.’”
(Deuteronomium 5:1-8)
Het knielen en aanbidden van beelden is pure afgoderij. Onder andere de kerk van Rome maakt zich hieraan schuldig.
Hierboven lezen we wat God, de Schepper van hemel en aarde hiervan vindt. Het is de HERE een gruwel.
De geboden die hierna komen, slaan we over en gaan verder met de geboden die genoemd worden in Deuteronomium 18.
Het volk der Joden kwam uit Egypte waar men de afgoden diende. In het land waar ze naar toe gingen, diende men ook de afgoden.
Mozes waarschuwde hen en zei:
“Wanneer gij gekomen zijt in het land dat de HERE, uw God, u geven zal, dan zult gij niet leren doen naar de gruwelen van die volken.
Onder u zal er niemand worden aangetroffen, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet gaan, die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand, die de geest van een dode of een waarzeggende geest ondervraagt of die de doden raadpleegt.
Want ieder die deze dingen doet, is de HERE een gruwel, en ter wille van deze gruwelen drijft de HERE, uw God, hen voor u weg.
Gij zult onberispelijk staan tegenover de HERE, uw God; want deze volken, die gij verdrijven zult, luisteren naar wichelaars en waarzeggers, maar u heeft de Here, uw God, dit niet toegelaten.”
(Deuteronomium 18:9-14).
Hoeveel mensen uit het Jodendom, de kerk van Rome en de Protestantse kerken maken zich schuldig aan het hiervoor genoemde occultisme?
Zowel in het Jodendom als in de kerk van Rome maakt men zich schuldig aan het raadplegen van doden, aan het aanbidden van doden en het bidden tot zogenaamde heiligen of rechtvaardigen om een voorspraak te zijn.
De profeet Jesaja zegt hierover het volgende:
“En wanneer men tot u zegt: Vraagt de geesten van doden en de waarzeggende geesten, die daar piepen en mompelen. Zal een volk niet zijn God vragen?
Zal men voor de levenden de doden vragen?
Tot de wet en tot de getuigenis!
Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad.
Dan trekt men rond, gedrukt en hongerig, en wanneer men hongert, zal men in woede uitbarsten, en zijn koning en zijn God vervloeken, en men zal de blik omhoog richten en men zal naar de aarde schouwen, en zie, benauwdheid en duisternis, beangstigende donkerheid, en in duisternis is men verstoten.”
(Jesaja 8:19-22)
Inderdaad, mensen die aan occultisme doen, kunnen vaak heel erg vloeken, wanneer het hen bijvoorbeeld tegen zit of wanneer ze erg boos zijn.
In Deuteronomium 18:18,19 staan twee profetieën over de Messias, Jezus.
Mozes profeteerde:
– Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal Mijn woorden in Zijn mond leggen, en Hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik Hem gebied.
De man, die niet luistert naar de woorden welke Hij in Mijn naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen.”
Waar is nog eerbied voor God. de Schepper van hemel en aarde?
Waar houdt men zich aan wat Hij zegt in Zijn Woord: “Voeg er niets aan toe en doe er niets van af?
Zie deel II.
Wat zijn de toevoegingen en weglatingen van de Rooms-katholieke kerk, de Protestantse kerken en het Jodendom?
deel II
Toevoegingen en weglatingen.
Op de berg Horeb sprak de almachtige Schepper te midden van vuur tot het volk Israël. Het volk was bang voor het vuur en vroeg aan Mozes of hij de boodschap van God aan hen wilde overbrengen. Daarna sprak Mozes en deelde hen Gods geboden mee.
Dit volgende begin is voor ons allen van cruciaal belang. Mozes zei: “Gij zult aan wat ik u gebied, niet toedoen en niet afdoen, opdat gij de geboden van de HERE, uw God, onderhoudt, die ik u opleg.”
Dit gebod wordt tweemaal gezegd, namelijk in Deuteronomium 4:2 en Deuteronomium 12:32. Aan Gods Woorden toedoen of afdoen is een zeer ernstige overtreding. Lees hierover ook Openbaring 22:18,19.
Hieronder volgt ter waarschuwing een beknopt overzicht van de toevoegingen aan de Bijbel en de weglatingen uit de Bijbel in de volgende drie godsdiensten: de Rooms-katholieke kerk, de Protestantse kerken en het Jodendom.
De Rooms-katholieke kerk.
Deze kerk heeft zoveel toegevoegd, zoveel verdraaid en zoveel weggelaten dat als gevolg daarvan een totaal andere godsdienst overbleef. Deze heeft niets met Gods Woord te maken. Geen enkele godsdienst heeft de God van de Bijbel zo belasterd als deze kerk. Het verraderlijke is dat er in hun Katechismus 3000 verwijzingen naar Bijbelteksten staan om de schijn hoog te houden dat deze kerk zich baseert op de Bijbel.
Beeldendienst.
De katholieken knielen voor beelden die ze ook vereren, terwijl Gods eerste gebod is: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel noch van wat beneden op de aarde noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen, want Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig (jaloers) God.”
Zij bidden tot de zogenaamde heiligen, vragen hen om voorbede en branden kaarsen voor de beelden van bijvoorbeeld Maria. Dit is puur heidendom in de naam van God, Die gezegd heeft in Deuteronomium 18:11 dat het spreken tot de zielen van doden Hem een gruwel is. Men doet juist datgene wat God expliciet verbiedt.
Paus als plaatsvervanger.
De paus als plaatsvervanger van Christus is totaal onbijbels. De Here Jezus zegt in Mattheüs 24: “Ziet toe dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder Mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus en zij zullen velen verleiden.” De Rooms-katholieke kerk gelooft dat de paus hier op aarde in de positie van Christus spreekt en handelt. Voor een dergelijke godslasterlijke leer zijn geen woorden. De Here Jezus heeft de Heilige Geest gezonden als Zijn Plaatsvervanger om tot in eeuwigheid bij ons te zijn en niet de paus. Christus heeft de Heilige Geest uitgestort op Zijn gemeente op de eerste pinksterdag. En hoe zou ooit een zondig mens zoals de paus de plaats kunnen innemen van Jezus Christus, Gods Zoon? De geschiedenis leert ons hoe deze plaatsvervangers zich hebben gedragen. Zij waren zelf schuldig aan ontucht, moord, afpersing, etc., of lieten toe dat hun ondergeschikten zich hieraan schuldig maakten.
De mis.
De mis is een heidens offerritueel, dat alleen ‘werkt’ als de mis wordt gecelebreerd door een gewijd priester bij een altaar met een ingemetseld relikwie. Hoe heidens wilt u het hebben?! En dan al dat knielen en kruisjes slaan voor een dun plakje gebakken deeg in een fraai bewerkt hostiekastje. Het heeft totaal niets te maken met het Avondmaal, het gedachtenismaal, dat door Jezus Christus is ingesteld.
Wat zegt men? Het stukje brood wordt werkelijk het lichaam van Christus en de wijn werkelijk het bloed van Christus.
Het is geen toverij! Brood blijft brood en wijn blijft wijn. Volgens hun eigen woorden eten de katholieken hun ‘god’ op en drinkt de priester zijn bloed. Gods kinderen zijn geen kannibalen die hun god opeten!
De Mariaverering.
De Mariaverering ontstond rond 400 na Chr. onder de krachtige invloed van de heidense volksdevotie uit die tijd. Tijdens een synode was er bijv. een demonstratie voor Maria. Het volk wilde persé Maria vereren als een soort maagdelijke godin in de lijn van de “Artemis der Efeziërs” (Handelingen19:28)
De volgende teksten geven duidelijk iets anders weer.
“. . en hij (Jozef) had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had.” (Mattheüs 1:25)
“Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus en Jozef en Simon en Judas? En behoren zijn zusters niet allen bij ons?”(Mattheüs 13:55,56)
In het ‘Wees gegroet, Maria’ vraagt de Rooms-katholiek haar om voorbede te doen. Dat is opnieuw het contact met doden wat God expliciet verbiedt in Deuteronomium 18:11. De hele Mariaverering is één grote toevoeging aan de Bijbel.
De kinderdoop.
De kinderdoop is nergens in de Bijbel te vinden. Paulus schrijft in Romeinen 6 over de doop als een getuigenis van de bekeerde, dat hij met Christus gestorven en begraven is en opgestaan in een nieuw leven. Petrus zei tot de berouwvolle Joden: “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.” Ziet u het voor zich? Een baby die zegt: “Ik wil mij laten dopen, want ik heb berouw over mijn zonden.” De kinderdoop is zeer misleidend, want men denkt christen te zijn, terwijl men het niet is. Via de Rooms-katholieke kerk heeft deze toevoeging aan de Bijbel zich door het hele christendom verbreid.
De aflaten en het lezen van missen.
We zien dat in de hele wereld van die grote, rijk versierde kathedralen staan. Hoe komt een kerk aan zo veel geld? Als we lezen hoe de rooms-katholieke kerk aan haar geld komt via aflaten en het lezen van missen dan hebben we verdriet om al die mensen die voorgelogen zijn.
Jezus Christus heeft gezegd dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. De straf voor onze zondeschuld heeft Hij aan het kruis gedragen. Hij betaalde de losprijs. De hemel kan men niet kopen met aflaten, ook niet door het betalen van geld voor zogenaamde gebeden.
Ooit werd ik rondgeleid in de Abdijkerk van de Benedictijnen in Oosterhout. Daar stonden twaalf altaren met ingemetselde relikwieën langs de zijmuren opgesteld, zodat twaalf paters tegelijk missen konden lezen voor overleden zielen. Wat een lopende band werk! Wat een farce!
Het vagevuur.
De leer van het vagevuur, een soort hel met een uitgang naar de hemel, is in grote lijnen bedacht door Gregorius de Grote (paus van 590 tot 604) Hij greep hierbij terug op een traktaat van Augustinus. Latere concilies werkten dit dogma verder uit. Van dit dogma is niets terug te vinden in de Bijbel. Dit leerstuk heeft de Roomse kerk megawinsten opgeleverd tot op de dag van vandaag.
Het celibaat.
Paulus waarschuwt Timotheüs voor mensen die het huwelijk verbieden. (1 Timotheüs 4:3) Het Roomse celibaat is in de eerste eeuwen ontstaan onder invloed van het platonische kuisheidsideaal en heeft totaal niets met de Bijbel en met het evangelie van Jezus Christus te maken. Paulus verkoos het om ongetrouwd te blijven, omdat hij dan al zijn tijd aan de gemeente kon besteden en niet voor een gezin hoefde te zorgen.
Wat betreft die periode van het ontstaan van het celibaat is het goed hier te wijzen op een hardnekkig misverstand rondom de zogenaamde ‘bekering’ van Augustinus. Hij kwam toen niet als een berouwvol zondaar tot Jezus Christus om door Hem gered te worden, maar aangespoord door zijn moeder Monica en zijn vrienden nam hij op dat moment daar in die tuin het besluit de rest van zijn leven celibatair door te brengen.
De gevolgen van het celibaat zijn vreselijk. Neem alleen al het beruchte seksueel misbruik in de Rooms-katholieke kerk. Het vond op grote schaal plaats.. Verkrachtingen vindt God heel erg. Wat is dit voor een geloof, wanneer de leiding van de kerk de ogen sluit voor Gods geboden en voor het leed van de slachtoffers en de verkrachter in stilte naar een andere parochie overplaatst? Elke ziel die verkracht is, draagt dit leed zijn of haar hele leven mee, zowel vrouwen als mannen, zowel jongens als meisjes.
De Bijbel in de moedertaal verboden.
Waarom heeft de Rooms-katholieke kerk tot halverwege de vorige eeuw het lezen van de Bijbel in de moedertaal verboden? Alles moest in het Latijn, zodat maar enkelen het begrepen, namelijk de Rooms-katholieke geestelijken. Wie in vroegere tijden de Bijbel vanuit het Latijn vertaalde naar de moedertaal of zo’n vertaling drukte, werd verbrand op de brandstapel. Enkele voorbeelden:
– Johannes Hus vertaalde de Bijbel in het Tsjechisch. Hij werd in 1415 in Konstanz verbrand.
– Tyndale vertaalde de Bijbel in het Engels. Hij was de eerste die de boekdrukkunst gebruikte voor het verspreiden van de Bijbel. Hij ontvluchtte Engeland en werd later in Vlaanderen gearresteerd en verbrand. Dat gebeurde in 1536 in Vilvoorde.
– Op het Concilie van Konstanz (1414–1418) werd ook de overleden Engelse Bijbelvertaler John Wycliffe (1328–1384) in de ban gedaan. Zijn gebeente werd daarom in 1428 alsnog uit de gewijde kerkelijke grond opgegraven en verbrand.
De Rooms-katholieke kerk verbood het lezen van de Bijbel in de moedertaal om te voorkomen dat haar bedrog aan het licht kwam. Uiteindelijk zijn in landen waar de Rooms-katholieke kerk de staatsgodsdienst was, veel protestanten verbrand of verdronken vanwege hun verzet. De geschiedenis vertelt ons vele gruwelijke dingen tot en met genocide toe. (kruistochten tegen de Albigenzen in de 13de eeuw, moordpartijen onder de Waldenzen in de 17de eeuw)
De Protestantse kerken.
Hoe het begon.
God gaf Luther licht op de Bijbel. Hij ging inzien dat de Here Jezus op Golgotha gestorven was om de zondeschuld te dragen van hen, die berouw hebben van hun zonden. Vergeving van zonden krijgt men niet door aflaten, want de redding is niet te koop voor geld. Het is niet verkrijgbaar door middel van de rozenkrans bidden, of vasten, of zelfkastijding. Genade wordt ook niet uitgedeeld door de priester via de hostie. Luther legde duidelijk uit, dat iedere gelovige zelf priester is en zelf rechtstreeks toegang heeft tot God door Jezus Christus.
Het verval.
Met verdriet en grote schaamte moeten we vaststellen dat de huidige protestantse kerken niet het levende geloof hebben van hun begin. Hoe kan dat? Waar draait alles om?
Via Mozes gaf God aan de Israëlieten de opdracht niets aan Zijn geboden toe te voegen en er niets van af te doen. (Deuteronomium 4:2 en 12:32) De profeet Maleachi gaf de volgende woorden van God door: “Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb, inzettingen en verordeningen”. (Maleachi 4:4) Geheel en al dus.
De Here Jezus zei: “Want voorwaar Ik zeg u, eer de hemel en de aarde vergaan zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. (Mattheus 5:18)
Daar is het mis gegaan. Er wordt in de protestantse kerken van alles aan de Bijbel toegevoegd en er wordt van alles uit de Bijbel weggelaten. Teveel om op te noemen. We kunnen hier slechts een kort overzicht geven. Eerst wordt de algemene toevoeging van de kinderdoop besproken. Daarna komen de specifieke toevoegingen en weglatingen bij de vrijzinnigheid, de reformatorische orthodoxie en de evangelische beweging aan de orde.
De kinderdoop
Helaas heeft Luther niet onderkend dat de kinderdoop een toevoeging aan de Bijbel is. Hier volgen een aantal punten:
– Er zijn vele honderden schriftelijke bronnen bewaard gebleven uit de eerste eeuwen van het Christendom, waarin de doop van volwassenen beschreven wordt. Bovendien zijn in de vloer van kerkruïnes uit die periode steeds doopbassins te zien voor het dopen van volwassenen. O.a. Cyprianus (200–258 n. Chr.) en Augustinus (354–430 n. Chr.) hebben de kinderdoop in de toenmalige kerk geïntroduceerd. Dit is door henzelf gedocumenteerd en nog steeds na te lezen.
– Velen denken dat zij al Christen zijn, omdat zij vroeger als kind “gedoopt” zijn in de kerk. Maar de Bijbelse doop is een belijdenis van ons geloof in de redding door Jezus Christus. We denken hierbij aan een begrafenis van de wereldse ‘oude’ mens. Het oude zondige leven wordt begraven en men begint een nieuw leven met de Here Jezus. (Romeinen 6) De nieuwe mens heeft zijn leven in Gods hand gelegd. Kan een baby voor zichzelf deze belijdenis afleggen?
– Het calvinisme heeft de slogan bedacht: de doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen. Zo’n stelling heeft geen enkele Bijbelse basis. De besnijdenis is een door God ingesteld teken bij pas geboren Joodse jongetjes, dat aangeeft dat zij bij het Joodse verbondsvolk horen. De Heilige God heeft met het Joodse volk een altoosdurend verbond gesloten. Christenen uit de heidenen zijn alleen door hun geloof in Jezus Christus geestelijke nakomelingen van Abraham. (Romeinen 4:16, Galaten 3:7) God zei tegen Abraham: “Met u zullen alle geslachten op de aardbodem gezegend worden.”
De doop door onderdompeling is ingesteld door Jezus Christus als een openbare geloofsbelijdenis van een man of een vrouw, jong of oud, die onlangs tot bekering is gekomen. Besnijdenis en doop hebben niets met elkaar te maken.
De vrijzinnigheid
Er zijn kerken met synodes die steeds de leer veranderen met toevoegingen en weglatingen. De buitenstaanders zeggen: “Dit zijn kerken met een steeds veranderende God.”
Is dit niet belachelijk en ontstellend erg?
Wat is de eigenlijke bron van deze ontwikkeling? De mensen van deze wereld nemen alleen maar zichzelf als maatstaf en willen geen rekening houden met God. Dat maakt zoiets als een evolutiehypothese erg populair, terwijl er voor deze theorie geen enkele wetenschappelijke basis is. Onder invloed van deze dwaasheid van de wereld heeft men in de vrijzinnige kerken Genesis 1, 2 en 3 weggelaten. Maar dan kan men net zo goed de hele Bijbel wegdoen! Immers: geen Schepper, geen God, geen Zoon van God, geen zondeval, geen Redder! De mens leeft dan alleen nog maar om te sterven. Hij is dan “gelijk aan de beesten die vergaan.” (Psalm 49:21)
Na het weglaten van de hoofdstukken over de schepping zijn vrijzinnige theologen het plaatsvervangend lijden en sterven van Jezus Christus gaan afwijzen. Dat is het weglaten van o.a. Jesaja 53. Dit is een profetie over het leven van de Here Jezus hier op aarde. Heel duidelijk wordt hierin aangekondigd dat Hij plaatsvervangend onze straf zal dragen. “Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem”. Dit is het hart van het verlossingswerk van Jezus Christus en van de hele Bijbel. Door deze weglatingen houd je inderdaad geen Bijbel en evangelie meer over.
Vrijzinnige kerkmensen voegen ook dingen toe aan de Bijbel. Zij geloven niet in de Bijbel, maar denken er wel vroom over te kunnen spreken en oordelen. Het is een leugen om te beweren dat de God van de Bijbel abortus, euthanasie en het homohuwelijk goedkeurt, terwijl God hierover Zijn oordeel heeft uitgesproken. Dit is een gevolg van het feit dat door vrijzinnige theologen verklaard is dat de waarheid relationeel is. “Iets is waar als iemand het als waar ervaart.” Zie bijvoorbeeld het Gereformeerde synoderapport “God met ons” (1981) Dus de mens bepaalt wat God waar vindt? Zo beeldt de mens zich in als God te zijn!
Wie enigszins op de hoogte is van de huidige geestelijke situatie weet dat de schadelijke invloed van de vrijzinnigheid zich nog steeds aan het uitbreiden is.
De orthodoxe reformatorische kerken.
Orthodox klinkt goed, maar is dit wel zo? Is orthodoxie een veilige haven in deze woelige tijd? Jezus Christus waarschuwde Zijn discipelen net zo krachtig voor orthodoxie als voor vrijzinnigheid. Hij zei: “Ziet toe en wacht u voor het zuurdesem van de Farizeeën en Sadduceeën.” (Mattheüs 16:6) De Farizeeën waren orthodox, de Sadduceeën vrijzinnig. Van beide groepen gaat een onzichtbare, slechte invloed uit.
De Here Jezus had een felle confrontatie met beide groepen. Ook Johannes de Doper zei hen de waarheid. Een woord dat Jezus Christus meerdere keren gebruikte was “huichelaars”.
God kent en doorgrondt ons hart en weet wie Zijn naam misbruikt door met vrome woorden zelf in het middelpunt te staan.
In de orthodoxe reformatorische kerken heeft men ogenschijnlijk veel ontzag voor de Bijbel gezien het gebruiken van een Statenvertaling. Maar ook hier zijn er wel degelijk toevoegingen en weglatingen wat betreft de Bijbel.
De belangrijkste toevoeging aan de Bijbel daar is de leer van de twee verbonden. Deze is op zijn beurt het rechtstreekse gevolg van de toevoeging van de kinderdoop. Om in hun tijd deze onbijbelse toevoeging te verdedigen argumenteerden Bucer en Calvijn dat de kinderdoop een teken van het verbond zou zijn. Maar u zult in de Bijbel tevergeefs zoeken naar een relatie tussen doop en verbond. Het staat nergens of u moet door ‘inlegkunde’ bepaalde teksten verdraaien. Ook in de kerkgeschiedenis tot begin 1500 ontbreekt dit idee van de doop als verbondsteken.
Het onbijbelse argument van de doop als verbondsteken heeft van de calvinistische doopleer een rampzalige dwaling gemaakt . Er is een stroom van ellende uit voortgekomen, waaronder deze leer van de twee verbonden. Het is een poging de kinderdoop nog geloofwaardig en effectief te laten lijken. Alle gedoopte kinderen zouden tot het “uitwendig verbond” behoren. Zij die in hun latere leven tot de zekerheid komen uitverkoren te zijn gaan dan tot het “inwendig verbond” behoren en nemen deel aan het Avondmaal. Dat zijn er maar zeer weinig. Voor deze leer kan geen enkele basis in de Bijbel worden gevonden. Het is een zeer, zeer trieste zaak, want van de echte blijde evangelieboodschap van de redding van de berouwvolle zondaar blijft zo niets meer over.
In deze kerken is er ook een bijzondere toevoeging aan het gezag van de Bijbel. Naast de Bijbel moeten ambtsdragers eveneens het gezag van drie belijdenisgeschriften erkennen. Zoiets kan niet. Het gezag van de Bijbel heeft geen ondersteuning van menselijke documenten nodig. God Zelf waakt over Zijn Woord. (Jeremia 1:12) Al dit menselijk gedoe werkt ook averechts. Het heeft in de reformatorisch orthodoxe kerken geleid tot grote dorheid en veel verdeeldheid.
Het ergste wat in de orthodoxe kerken weggelaten wordt is de Bijbelse oproep tot bekering. De Here Jezus begon Zijn werk met deze oproep. (Marcus 1:15) Hij nodigde allen uit tot Hem te komen, die vermoeid en belast waren. (Mattheüs 11:28) God heeft geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer dat hij zich bekeert van zijn weg en leeft. (Ezechiël 33:11)
De opdracht van Jezus Christus voor Zijn gemeente luidde: “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u.” (Johannes 20:21) In Zijn naam moest bekering tot vergeving der zonden gepredikt worden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. (Lucas 24:47) Door het weglaten van de opdracht hun toehoorders op te roepen tot bekering begaan de predikanten van de orthodoxe kerken precies dezelfde zonde als de schriftgeleerden en de Farizeeën vroeger. Zij sluiten het Koninkrijk der hemelen toe voor de mensen. Zij gaan zelf niet naar binnen en die trachten naar binnen te gaan, laten ze niet toe daarin te komen. (Mattheüs 23:13)
Het gevolg hiervan is dat er een totaal andere gemeente ontstaat, namelijk een verzameling van mensen die door de wet, de traditie en familiebanden bij elkaar gehouden wordt. Dat is niet volgens de Bijbel. Daar gaat het om mensen die berouw hebben van hun zonden, die zich bewust zijn van hun zondige aard en ervaren dat ze alleen door de Heilige Geest kunnen leven zoals God dat wil. (Romeinen 8:1-17)
Er is nog een ernstige weglating in bepaalde orthodoxe delen van de protestantse kerken. Om een paar plaatsen te noemen waar dit gebeurt: het neocalvinisme, de gereformeerde baptistenkerken, de Grace-to-You-kerk van wijlen John MacArthur (zie zijn boek “Strange Fire”), the Banner of Truth en bijbelleraren, die de bedelingenleer brengen. Ze laten 1 Thessalonicenzen 5:19-21 weg uit hun Bijbel. Daar staat: “Dooft de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet, maar toetst alles; behoudt het goede, verwerpt al het slechte.” (Gr. Grondtekst)
Deze aansporing van Paulus wordt door deze orthodoxe predikers verworpen. Ze doven de Geest uit, omdat ze leren dat de Heilige Geest nu anders werkt dan in de tijd van de Bijbel. Volgens hen zou Hij tegenwoordig geen tekenen en wonderen meer verrichten en de gave van profetie niet meer uitdelen ter bevestiging van de evangelieprediking. Dit is buitengewoon aanmatigend. Hoe durven ze de Geest van God voor te schrijven hoe Hij in onze tijd zou moeten werken? Zulke mensen hebben er geen idee van Wie God is en wie zijzelf zijn. Nergens in de Bijbel is er een aanwijzing te vinden dat God van plan was Zijn manier van de bevestiging van het getuigenis van Zijn kinderen te stoppen. In Marcus 16:20 lezen we: “Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden.” En in Hebreeën 2:3,4 staat: “ . . . hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar Zijn wil.” Dit is de normale gang van zaken in het Koninkrijk van God. Gods Koninkrijk is een eeuwig Koninkrijk. Deze gang van zaken is door de tijden heen volkomen gelijk gebleven. Bovenstaande teksten worden door ‘Bijbelgetrouwe’ predikers geloochend.
Zie ook het gebed van de eerste christenen in Handelingen 4. Zij baden tot God, de “almachtige Heerser, Die de hemel, de aarde, de zee en alles wat erin is geschapen heeft.” (Gr. grondtekst) Hoe luidde hun gebed? Gezien wat er na hun “Amen’ gebeurde, was het onmiskenbaar geïnspireerd door de Heilige Geest! Zij baden tot God: “Strek Uw hand uit om te genezen en doe tekenen en wonderen in de naam van Uw heilige Knecht Jezus.” (vs. 30) Hoe kunnen sterfelijke mensen beweren dat de Heilige Geest in onze tijd zo’n gebed niet aan Gods echte kinderen kan geven, omdat zo’n gebed niet in overeenstemming zou zijn met Gods wil! De eeuwige God is niet veranderd! Zijn arm is niet te kort om te redden. (Jesaja 59:1) Onze zonden verhinderen ons Gods almachtige hand te zien. (vs. 2) God is de almachtige Heerser voor eeuwig!
De evangelische beweging.
Onder deze noemer vallen veel soorten gemeenten en ook organisaties die in de gevestigde kerken aanhangers vinden. Ze hebben gemeenschappelijk dat zij een aan de mens aangepast evangelie aan de Bijbel toevoegen. Zo’n evangelie is geen evangelie. (Galaten 1:6)
Er is in de evangelische beweging geen eerbied voor God. Dat is te merken aan de sfeer in de samenkomsten en aan de woorden er die gesproken en gezongen worden. God is echter van een totaal andere dimensie dan de mens. Hij is de Eeuwige, de Almachtige Schepper van hemel en aarde. De mens is Zijn schepsel en kan van zichzelf helemaal niets. Hij leeft hier op aarde slechts een ogenblik. Daarna zal hij verantwoording moeten afleggen van zijn leven voor de Alwetende. God laat niet met Zich spotten. (Galaten 6:7) Met alle uiterlijke vroomheid is het dan voorgoed afgelopen.
Hoe ziet dat aangepaste ‘evangelie’ er uit? De over de hele wereld verspreide folder van “de vier geestelijke wetten” laat dat duidelijk zien. Deze “wetten” luiden: 1. God heeft een plan voor ons leven en houdt van ons. 2. De mens heeft gezondigd en is gescheiden van God. 3. Jezus Christus is de oplossing voor de zonde en de brug naar God. 4. Om gered te worden moeten we Jezus Christus accepteren als onze Heer en Verlosser door geloof.
Na deze wetten volgt er in de folder een voorbeeld van een zondaarsgebed. Wanneer iemand met dat gebed instemt en het bidt, wordt hij door de makers van de folder beschouwd als Christen.
Hier ontbreekt elk besef van de ernst van de zonde en de betekenis van de kruisdood van Jezus Christus. Tot geloof komen is niet een kwestie van het verstand en de wil van de mens. Het hart van de mens is vol duisternis en slechte dingen. Na een volledige overgave aan God door berouw en bekering wordt ons hart gereinigd van zonden door het offer van Jezus Christus.
Een bekeerd mens wil graag dichter bij God leven en smeekt om hulp door de Heilige Geest. Als hij zondigt vindt hij dat heel erg, omdat de zonde hem van God scheidt. In de evangelische wereld zie je het omgekeerde. Er wordt lichtvaardig met Gods geboden omgegaan. Zonde is daar geen probleem. Hun ‘Jezus’ vergeeft immers alle zonden.
Hetzelfde valse evangelie ligt ook aan de basis van de ‘altar call’. Dat is de oproep tijdens een opwekkingssamenkomst om naar voren te komen of de hand op te steken, als men op dat moment het besluit genomen heeft ‘Jezus te gaan volgen’. Zo’n vals evangelie levert alleen maar schijnchristenen op. Een bekering is voor Gods aangezicht in de binnenkamer. De mens ziet dat hij zondaar is. Hij heeft last van zijn zonden en verkeerde dingen uit het verleden. Wanneer een mens dit ervaart, is dat Gods genade om hem hiervan te verlossen in de vergeving van zonden door het plaatsvervangend schuldoffer van Jezus Christus op Golgotha.
Een deel van de evangelische beweging is inmiddels ook charismatisch geworden. Daar wordt de nadruk op de gaven van de Geest gelegd, bijvoorbeeld tongentaal, gebedsgenezing en profetie. Zoals hierboven is geschetst denken mensen aan de hand van het aangepaste ‘evangelie’ hun eigen wedergeboorte te kunnen bewerken. Op dezelfde wijze beelden sommigen zich in, dat zij op eigen initiatief over de geestesgaven kunnen beschikken. De Here Jezus Zelf zegt hierover het volgende: “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, Die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd en in Uw naam boze geesten uitgedreven en in Uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.” (Mattheüs 7:21-23)
Er zijn veel ‘gaven’ in de charismatische beweging, die niets met de Heilige Geest te maken hebben. Deze mensen zijn niet bekeerd en niet wedergeboren. Zij hebben geen relatie met Jezus Christus, want Hij heeft ze nooit gekend. Het gaat deze mensen niet om Jezus Christus maar alleen maar om de gaven. Zij worden weggestuurd als ‘werkers der wetteloosheid’.
Predikers binnen de evangelische beweging laten bepaalde begrippen uit de Bijbel weg. Zij hebben het nooit over de betekenis van de smalle weg en de enge poort, omdat zij hun publiek juist een brede weg en een wijde poort voor houden. (Mattheüs 7:14) Berouw komt niet ter sprake, terwijl oprecht en grondig berouw essentieel is bij de bekering. De gelijkenissen van Jezus Christus over de verloren zoon (Lucas 15:11-32) en de tollenaar in de tempel (Lucas 18:9-14) gaan daarover. Jezus Christus plaatst daar oprecht berouw tegenover wettisch schijngeloof. Dit berouw en de volkomen afhankelijkheid van God hierin laat de evangelische beweging uit hun Bijbel weg.
Tot zover de bespreking van de Protestantse kerken.
Het Jodendom en de Tenach.
Het Joodse volk heeft een enorme lijdensweg achter de rug. Al 2500 jaar wordt dit volk zonder aanleiding gehaat door andere volken. De slechte rol die het zogenaamde ‘Christendom’ bij deze vervolgingen heeft gespeeld, is niet in woorden uit te drukken. Daarom is het niet verwonderlijk dat verreweg de meeste Joden niets van het Christendom moeten hebben. Dat is de reden dat de inhoud van het Nieuwe Testament in het Jodendom erg onbekend is.
Het Nieuwe Testament is helemaal geen anti-Joods boek. Jezus Christus huilde om het lot van de mensen in Jeruzalem. (Lucas 19:41) De apostel Paulus ervaarde een diepe bewogenheid voor het Joodse volk. Net zoals vroeger Mozes bereid was zijn positie bij God op te geven ten behoeve van het volk Israël (Exodus 32:32), zo ervaarde Paulus dat ook, mede door de Heilige Geest. (Romeinen 9:3)
Er bestaat geen tegenstelling tussen het Oude Testament, de Tenach, en het Nieuwe Testament. In de Tenach gaat het over de beloften, die God geeft. Veel gedeelten van de Tenach blijven onbegrijpelijk als men geen rekening houdt met de verslagen van ooggetuigen uit de laatste periode van de Tweede Tempel. Deze verslagen gaan over de concrete vervulling van beloften die God in de Tenach deed. Uitgebreid tekstonderzoek toont aan dat deze documenten de eeuwen door op betrouwbare wijze zijn doorgegeven. U vindt deze verslagen in het Nieuwe Testament.
Hierboven is besproken hoezeer het Christendom gefaald heeft en nog steeds faalt wat betreft het gehoorzamen van de hele Bijbel. Hoe is het in de Joodse godsdienst gesteld met het gehoorzamen van de Tenach? Wat zijn de feiten?
Wat wordt er weggedaan?
Veel teksten die over de komst van de Messias gaan, worden nooit in de synagoge gelezen.
Slechts een paar voorbeelden:
– Jesaja 7:14 over de maagdelijke geboorte van de Messias krijgen de mensen nooit te horen.
– Jesaja 53 wordt door de rabbijnen steeds angstvallig gemeden terwijl dit gedeelte een nauwkeurige beschrijving bevat van het lijden en sterven van de Messias, Die de straf van Zijn volk droeg.
Een paar teksten uit dit kernhoofdstuk van de Bijbel over de lijdende knecht des HEREN:
“Maar om onze overtredingen werd Hij doorboord,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld;
de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,
en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Wij allen dwaalden als schapen,
wij wenden ons ieder naar zijn eigen weg,
maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomen.”
(Jesaja 53:5,6)
God Zelf zorgde voor het Grote Heilige Offerlam tot redding van Zijn volk.
Jezus, Gods Zoon, kwam om de zondenschuld op Zich te nemen.
Hij droeg de straf die ons de vrede aanbrengt.
Heel Jesaja 53 vertelt over Hem.
Het staat er zo duidelijk mogelijk.
Zowel in de Psalmen als in de Profeten staan heel veel profetieën over de Messias.
Behalve de teksten over de Messias werden en worden ook de teksten over de belofte van de Geest genegeerd en weggelaten. Een hele reeks teksten in de Tenach wijst op het feit dat alleen iemand die van God een nieuw hart heeft ontvangen, de wet in zijn hart geschreven krijgt om de wet te houden. Mozes profeteerde hier al over:
“En de HERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de HERE, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft.”
(Deuteronomium 30:6)
“Maar dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal Mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.”
(Jeremia 31: 33)
“Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt.”
(Ezechiël 36: 26,27)
Is het houden van de Thora, de wet van Mozes, überhaupt mogelijk? De samenvatting van de wet luidt: “Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:5) En: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” (Leviticus 19:18) Als we eerlijk zijn over de toestand van ons hart, zullen we moeten erkennen dat we enorm tekort schieten in het houden van de wet. Paulus zei: “Als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig”. (Romeinen 7:21) Een leven met God kan alleen in de kracht en de wijsheid van de Heilige Geest. De Heilige Geest is de Trooster, Die ons de weg wijst. Hij leert ons over God, de Heilige, Hemelse Vader, en over Wie de Here Jezus is. Jezus Christus zei over Hem: “Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik: Hij neemt uit het Mijne en zal het u verkondigen.” (Johannes 16:14)
In eigen kracht is de wet niet te houden. Na de opstanding en de hemelvaart van Jezus Christus kwam de uitstorting van de Heilige Geest. Hij alleen kan ons het geestelijke leven geven, waardoor wij tot Gods eer kunnen leven.
Wat wordt er toegevoegd?
God heeft op de berg Horeb de wet aan Mozes gegeven. De Tien Geboden werden door de vinger Gods op twee stenen tafelen geschreven. Al de andere wetten, die God gebood, werden door Mozes doorgegeven aan het volk. Hij schreef ze op met de nadrukkelijke waarschuwing er niets aan toe te voegen en er niets van af te doen.
In de tijd van het Nieuwe Testament bestond er de ‘overlevering der ouden’. Dat waren allemaal menselijke gedachten over de wet van Mozes, die mondeling door de schriftgeleerden van generatie op generatie werden doorgegeven. Soms verdraaiden ze door allerlei toevoegingen juist de bedoeling van de wet. Zie bijvoorbeeld Marcus 7:1-23.
Deze overlevering is rond 200 na Christus schriftelijk vastgelegd. Met het latere commentaar hierop is het de Talmoed gaan heten. Dit boek speelt een belangrijke rol in de tegenwoordige Joodse godsdienst. Langs deze weg zijn daar toevoegingen binnengekomen, die niet in de Tenach staan. Hier bespreken we er twee.
Voordat de Israëlieten het land Kanaän binnentrokken heeft God hen heel erg gewaarschuwd voor bepaalde zonden van de Kanaänieten. Die zijn God een gruwel. Enkele voorbeelden: waarzeggerij, wichelarij, het uitleggen van voortekenen, het raadplegen van doden. Zie Deuteronomium 18:10,11. Ook Jesaja spreekt over het verbod van het spreken tot de geesten van doden. (Jesaja 8:19,20) Dit alles is niet voor niets. De macht der duisternis in al deze occulte praktijken is zeer reëel.
In de Joodse godsdienst heeft men een expliciet verbod van God Zelf toegevoegd als godsdienstige plicht. Door de eeuwen heen hebben Joodse kinderen geleerd in bepaalde maanden op het graf van hun moeder te bidden tot haar ziel om voorbede voor hen te doen bij God. Hetzelfde gebeurt op het graf van een ‘rechtvaardige’ (tzaddik). Ook bezoeken mensen dikwijls het graf van Rachel om haar te vragen voorbede voor hen en hun kinderen te doen. De graven worden vaak bezocht op de sterfdag van de overledene en op de dag voor Rosh Hasjana (Nieuwjaarsdag), omdat men gelooft dat de ziel van de overledene op die dag naar het graf terugkeert.
In de Tenach wordt dit soort contact met de ziel van overledenen alleen maar streng verboden. Hoe gevaarlijk zoiets is bleek wel toen Saul probeerde met de overleden Samuël in contact te komen via de waarzegster in Endor. De volgende dag pleegde hij op het slagveld zelfmoord.
In de Talmoed komt dit verboden contact wel op diverse plaatsen voor. De enige verklaring hiervoor is de beïnvloeding vanuit het omringende heidendom. Zo is ook de Roomse godsdienst tot deze heidense gewoonte gekomen. Zij bidden tot de heiligen en tot Maria.
Een andere toevoeging is de Joodse spijswet dat vlees- en melkproducten niet samen mogen worden klaargemaakt of tijdens dezelfde maaltijd gegeten. Deze spijswet is een belangrijke rol gaan spelen in de Joodse keuken en bij de Joodse maaltijd. Noch in de Tenach noch in het Nieuwe Testament is een verwijzing naar het houden van deze wet te vinden. God heeft wel verboden een geitenbokje te koken in de melk van zijn moeder. (Exodus 23:19 en Deuteronomium 14:21) Dit zou een daad zijn zonder enig gevoel. God zei dat men dit niet mocht doen.
Een orthodox-joodse keuken heeft twee aanrechten en twee soorten keukengerei. Vlees en melk mogen niet met elkaar in aanraking komen. Het aantal bepalingen rondom deze spijswet neemt nog steeds toe. De vraag komt als vanzelf op: Hoe hebben ze dat toen in de woestijn gedaan? Twee tenten? Eén voor vlees- en één voor melkproducten met afzonderlijke schalen, messen, lepels, etc.? Wat een toevoeging die op een foute interpretatie van de tekst gebaseerd is maar wel een grote impact heeft! Het gaat namelijk om de melk van zijn eigen moeder, waarvan God zei, dat het bokje daarin niet gekookt mocht worden.
Tot zover enkele voorbeelden van toevoegingen aan en de weglatingen uit de Tenach. Voor Joden, net als voor iedereen, is het een zegen om de Tenach te lezen zonder er iets aan toe te voegen of eruit weg te laten. Er zijn veel gevallen bekend van Joden, die ijverig de Tenach gingen onderzoeken met het doel te bewijzen dat Jezus niet de Messias kon zijn geweest. Ze werden daartoe aangespoord, omdat een familielid op Jezus was gaan vertrouwen als de Zoon van God, de Redder uit hun zonden, de Messias, en zij hem of haar wilden overtuigen van hun ongelijk. Vaak had hun zoektocht het omgekeerde effect en gingen ook hun ogen open voor Wie Jezus Christus is.
Tot slot:
“Wist u op deze dag maar wat tot uw vrede dient!”
Waarom hebben wij dit stuk geschreven?
Om Gods liefde voor de mensen.
In Ezechiël 33:11 zegt God tegen Ezechiël:
“Zegt tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen.”
De Here Jezus zei: “Och, wist u op deze dag maar wat tot uw vrede dient.” In Jesaja 53 lezen we over onze Messias, wat Hij heeft gedaan voor ons op Golgotha.
Na oprechte, concrete belijdenis mogen we zien op Jezus, hoe Hij op Golgotha de straf voor onze zondenschuld op Zich heeft genomen.
Ja, elke dag moeten we eerlijk onze verkeerde dingen belijden en daarna weten en ervaren we Zijn liefde en vrede. Jesaja 59:2: “Het zijn uw ongerechtigheden, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.”
Zo krijgt u een volkomen nieuw leven. De Bijbel wordt een heel reëel boek, dat u de weg wijst in deze duistere, chaotische wereld.
Iemand, die niet meer in een van de bovenstaande geloofsrichtingen kan verkeren om hoe daar met God en Zijn Woord wordt omgegaan en nu alleen staat, raden we aan om een huisgemeente te beginnen en Bijbelstudie te doen over wat God Zelf zegt in Zijn Woord. Niets toevoegen en niets er af doen. Dus geen geruzie over “ik geloof dit” en “ik geloof dat”. Heerlijke vrede!
U kunt Gods wil wat betreft de gemeente lezen in Johannes 17. We moeten terug naar het functioneren van de eerste Christengemeente. Dat waren huisgemeenten, waar de liefde van God zichtbaar was (Johannes 13:34,35, Johannes 17:11,20,23) en waar door God geen leugens werden getolereerd. (Handelingen 6, Ananias en Safira)
In het laatste hardop uitgesproken gebed, vlak voor Zijn gevangenneming bad de Here Jezus voor Zijn discipelen en ook voor ons:
“En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn, opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, (de Heilige Geest), opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn, Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.”
(Johannes 17:20–23)
De Drie-enige God heeft ons lief. Hij wil dat wij mensen ook bij Hem in de hemel komen. De voorwaarde is echte bekering tot vergeving van zonden, waarvoor de Here Jezus plaatsvervangend voor ons de straf droeg door Zijn lijden en sterven op Golgotha.
Voeg daar niets aan toe en laat daar niets van weg!