Job en zijn ‘vrienden’                                                  >>PDF<<

Het Bijbelboek Job is een boek waaruit we veel kunnen leren.
We zien daarin twee soorten mensen. Ten eerste: Zij die God echt kennen en contact met Hem hebben (Job en Elihu). Ten tweede: Zij die God niet kennen, maar wel over Hem spreken, alsof zij Gods wijsheid in pacht hebben. Dit zijn de schijnvromen, de schijnheiligen. De drie ‘vrienden’, Elifaz, Bildad en Zofar zijn hier een goed voorbeeld van.
Job werd vreselijk beproefd. Satan kreeg van God toestemming om hem te beproeven op voorwaarde dat hij niet aan zijn leven mocht komen. Het antwoord van Job op deze beproevingen was: “De HERE heeft gegeven, de HERE heeft genomen, de naam des HEREN zij geloofd.” In dit alles zondigde Job niet en schreef God niets ongerijmds toe (Job 1:21b,22.)
Zijn vrouw zei tegen hem: “Volhardt gij nog in uw vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf!” Maar hij zei tot haar: “Zoals een zottin spreekt, spreekt ook gij: zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?” In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet. (Job 2:9,10).
Hierna komen bij Job de waarom’s, die hij uitsprak tegen z’n drie ‘vrienden’. (Job 3).
Wanneer u deze drie ‘vrienden’ hoort spreken tegen Job, dan herkent u de inspirator, satan.
Satan maakte gebruik van mensen die dichtbij Job stonden, n.b. zijn ‘vrienden’. We zien hierin hoe vroom satan kan spreken. Hij tart Job met als doel Job te bewegen God vaarwel te zeggen. Deze ‘vrienden’ deden, alsof zij in Gods naam spraken. Er zijn velen die door satan gebruikt worden om Gods echte kinderen kapot te maken. Wee degenen die zich zo door satan laten misbruiken. Een atheïst gebruikt niet de naam van God, een schijnvrome wel.
We moeten goed de Bijbelse waarheid vasthouden om niet heen en weer geschud te worden zoals Job heen en weer geschud werd en dingen tegen God zei die hij nooit had mogen zeggen. De duivel wil graag dat wij dingen aan God toeschrijven die rechtstreeks van satan zelf komen. Satan is heel sluw, listig en schijnvroom, wanneer hem dat uitkomt. Een ander gezicht van hem is bijvoorbeeld: meegaand en lieflijk voor hen die op verkeerde wegen wandelen.
In Job 42:7-10 staat een belangrijke les.
God zegt tegen Elifaz: “Mijn toorn is ontbrand tegen u en uw beide vrienden, want gij hebt niet recht van Mij gesproken, zoals Mijn knecht Job. Welnu, neem zeven stieren en zeven rammen en gaat naar Mijn knecht Job en brengt ze voor u tot een brandoffer en Mijn knecht Job moge voor u bidden, want slechts hem zal Ik ter wille zijn, zodat Ik u niet iets kwaad aandoe, omdat gij niet recht van Mij gesproken hebt, zoals Mijn knecht Job.”
De drie ‘vrienden’ hadden leugens verteld in de naam van God. Zij hadden niet recht van God gesproken. Wie God mag kennen, weet dat dit een vreselijke zonde is. Alleen wanneer Job voor hen bad, zou God Job ter wille zijn en hen niet iets kwaad aandoen. Door voorbede van een echt kind van God werd Gods toorn afgewend!
De drie ‘vrienden’ namen Gods vermaning ter harte.
“Toen gingen de Temaniet Elifaz, de Suhiet Bildad en de Naämatiet Zofar heen en deden zoals de HERE tot hen gesproken had. En de HERE was Job ter wille.
En de HERE bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had en de HERE gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had.”
Een ieder van ons kan voor zichzelf uit het bovenstaande de lessen leren.