1. God, de Schepper van hemel en aarde                  >>PDF<<

(Omdat niet iedereen die dit leest een Bijbel heeft, hebben we sommige Schriftgedeelten helemaal uitgeschreven.)

De Bijbel begint met feiten.
“In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.” (Genesis 1:1,2)

Met het scheppen van hemel en aarde schiep God ook de tijd: “In den beginne.”
God schiep alles in zes dagen.
Hoe schiep God alles?
In de Bijbel, Gods Woord, lezen we: “God sprak en het was er.”
Hier kunnen we met ons menselijk verstand niet bij.
Gods spreken en het is er, is voor mij HET grote teken dat God God is. Hij is almachtig. Hij heeft heel Zijn schepping bedacht en uitgevoerd . . . . door te spreken en het is er!
Bedenk het oneindig grote verschil tussen de Schepper en Zijn schepping. Hoe schiep God licht, het uitspansel, aarde en zeeën, zaadgevend gewas en vruchtbomen? Weer door te spreken en het was er.

Op de vierde scheppingsdag zien we dat God toen verder de tijd indeelde in maanden, jaren en jaargetijden. Ook schiep Hij de zon, maan en sterren. Alleen de Almachtige, Oneindig Wijze God kon het en heeft het functioneren van zon en maan uitgedacht en ook op Zijn wijze geschapen.
Een zeer simpele uitleg over het functioneren van ons zonnestelsel:
De aarde draait in één jaar om de zon, en draait ook zelf rond. De maan draait ongeveer één keer per maand om de aarde. ‘s Nachts weerkaatst de maan het licht van de zon.
Deze schepping maakt dat er vier seizoenen zijn, namelijk lente, zomer, herfst en winter.
Alles hangt af van de stand van de aarde tot de zon, en van de stand van de maan tot de zon en de aarde. Wat een precisiewerk is dit scheppingswerk geweest! De aarde en planeten vliegen niet uit de bocht, maar draaien rond zoals Hij, de Almachtige God, alles schiep, op Zijn wijze, door te spreken en het was er. En God zag dat het goed was.

De vijfde scheppingsdag: En God zei: “dat de wateren wemelen van levende wezens en het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels.”
Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende, levende wezens naar hun aard. En God zag dat het goed was.

De zesde scheppingsdag:En God zei: “dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard en het was er.” Ook zei God, welk voedsel er voor hen was.
Hierna schiep God de mens. Het volgende valt heel erg op . . .
‘En God zei: “Laat ONS mensen maken naar ONS beeld, als ONZE gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt.”
En God schiep de mens naar Zijn beeld en Hij zegende hen en zei tot hen: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk . . .”
Het woord “ONS” duidt op meerdere Personen.
Wie zijn die Personen?
In Genesis 1:1 staat: “De aarde nu was woest en ledig en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.”
Hier wordt gesproken over God de Schepper en de Heilige Geest.
De Heilige Geest is hier om op aarde alles te leiden en om ons de weg te wijzen, die we moeten gaan.

We lezen in Spreuken 8: 22-31 over Jezus, Gods Zoon. Koning Salomo sprak deze profetie uit:

“De Here heeft Mij (Jezus) tot aanzijn geroepen
als het begin van Zijn wegen,
voor Zijn werken van ouds af.
Van eeuwigheid aan ben Ik geformeerd,
van den beginne, eer de aarde bestond.
Toen er nog geen oceaan was, ben Ik geboren,
toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water.
Eer de bergen omlaaggezonken waren,
vóór de heuvelen ben Ik geboren;
toen Hij het aardrijk en de velden nog niet had gemaakt,
noch de eerste stofdeeltjes der wereld.
Toen Hij de hemel bereidde, was Ik daar;
toen Hij een kring trok op het oppervlak van de oceaan,
toen Hij de wolken daarboven bevestigde,
en de bronnen van de oceaan met kracht opborrelden,
toen Hij aan de zee haar perk stelde,
opdat de wateren Zijn gebod niet zouden overtreden,
en Hij de grondslagen der aarde bepaalde,
toen was Ik een troetelkind bij Hem, (Duitse vert: ‘voortdurend aan Zijn zij’)
Ik was één en al verrukking dag aan dag,
te allen tijde Mij verheugend voor Zijn aangezicht,
Mij verheugend in de wereld van Zijn aardrijk
en Mijn vreugde was met de mensenkinderen.”

In het Hogepriesterlijke gebed, het laatste hardop uitgesproken gebed van de Here Jezus, vlak voor Zijn gevangenneming, lezen we over de eenheid met Zijn hemelse Vader en hun liefde voor de mensenkinderen.
Wanneer we dit hoofdstuk lezen en tekst voor tekst over de inhoud nadenken, zien we Zijn enorme liefde tot Zijn hemelse Vader en Hun oneindige liefde voor ons.
Als we dit gesprek lezen tussen God de Vader en Zijn Zoon Jezus Christus staan wij als het ware op heilige grond.
Alleen de Heilige Geest kan ons dit laten zien.
Johannes 17:

“Dit sprak Jezus en Hij hief Zijn ogen ten hemel en zei:
‘Vader de ure is gekomen;
verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U verheerlijke,
gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees,
om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God,
en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen,
dat Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid,
die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen,
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven
en zij hebben uw woord bewaard.
Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt,
want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt,
heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen
en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen,
die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U,
en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne,
en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld,
maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U.
Heilige Vader, bewaar hen in Uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt,
dat zij één zijn zoals Wij.
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw naam,
welke Gij Mij gegeven hebt,
en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan,
dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld,
opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben.
Ik heb hun Uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat,
omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt,
maar dat Gij hen bewaart voor de boze.
Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
Heilig hen in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.
Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld,
heb ook Ik hen gezonden in de wereld;
en Ik heilig Mijzelf voor hen,
opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen,
die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn,
gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn;
opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt,
heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:
Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één,
opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt,
en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben,
ook zij bij Mij zijn, om Mijn heerlijkheid te aanschouwen,
die Gij Mij gegeven hebt,
want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U,
en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt;
en Ik heb hun Uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken,
opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in hen.’”

“Laat ONS mensen maken.” Wie zijn dat?
Het is duidelijk, dat het God, de hemelse Vader, Zijn Zoon Jezus en de Heilige Geest zijn. Zij zijn Eén! Onlosmakelijk met elkaar verbonden. God, Die Zich op drie manieren openbaart.
In Deuteronomium 6:4-6 staat:

“Hoor, Israel: de Here is onze God; de Here is één! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn.”

De Here Jezus, Gods Zoon, wijst steeds op de eenheid met Zijn hemelse Vader. De wonderen die Hij deed zijn een bewijs van deze eenheid in woord en daad. God, de Schepper van hemel en aarde, ‘sprak en het was er’.
Wat deed de Here Jezus? Hij sprak en het gebeurde.
Een voorbeeld is de geschiedenis van de storm op   het meer. Zowel in Mattheüs als in Marcus als in Lucas lezen we dat Jezus op het achterschip lag te slapen, terwijl het enorm stormde.
De discipelen maakten Hem wakker en zeiden tot Hem: “Meester, trekt Gij u er niets van aan dat wij vergaan?”
“En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tot de zee: ‘Zwijg, wees stil!’ En de wind ging liggen en het werd volkomen stil.”

Wanneer u zelf de Bijbel leest, zult u nog veel meer voorbeelden zien van het God-zijn van Jezus. Hij sprak en het gebeurde.

Nog enkele voorbeelden:

* De opwekking van de jongeling te Naïn. (Lucas 7:11-17)

(vs 14) “En naderbij gekomen raakte Hij de baar aan – de dragers stonden
stil – en zei: ‘Jongeling, Ik zeg u, sta op!’ En de dode ging overeind zitten en
begon te spreken.”

* De genezing van Bartimeüs. (Lucas 18:35-43)

(vs 41,42) “Toen hij naderbij gekomen was, vroeg Hij hem: ‘Wat
wilt gij dat Ik  u doen zal?’ Hij zei: ‘Here, dat ik ziende worde!’ En Jezus zei
tot hem: ‘Word ziende: uw geloof heeft u behouden.’”

* Genezing in de synagoge. (Lucas 4:31-42)

(vs 34,35) “Hij (de boze, onreine geest) schreeuwde met luider stem: ‘Ha,
wat hebt Gij met ons te maken, Jezus van Nazareth? Zijt Gij gekomen om
ons te verdelgen? Ik weet wel wie Gij zijt: de heilige Gods.’ En Jezus
bestrafte hem en zei: ‘Zwijg stil en vaar uit van hem.’ En de boze geest wierp
hem in het midden neer en voer van hem uit zonder hem enig kwaad te
doen.”

Wij willen dit hoofdstuk over de Drie-enige God afsluiten met twee Bijbelgedeelten.

Johannes 14:4-11:

“En waar Ik heenga, daarheen weet gij de weg. Tomas zei tot Hem: Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg? Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij. Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben. Van nu aan kent gij Hem en hebt gij Hem gezien.
Filippus zei tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg. Jezus zei tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, Die in Mij blijft, doet Zijn werken. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.”

Johannes 14:15-26:

“Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren. En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.
Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. Te dien dage zult gij weten, dat Ik in Mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u.
Wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door Mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
Judas, niet Iskariot, zei tot Hem: Here, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld? Jezus antwoordde en zei tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen. Wie Mij niet liefheeft bewaart Mijn woorden niet; en het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.
Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn naam, Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.”

Wij hebben een God, Die Zich openbaart in drie Personen en Die doet wat Hij zegt.

Over de Drie-eenheid, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament, kunt u ook lezen in het boekje “De rechtszaak tegen Jezus” van Dr. A.U. Michelson op deze site.