Denk niet lichtvaardig over God!                            >>PDF<<

We behandelen onze God vaak als was Hij een dood stenen beeld. Een beeld dat niet ziet, niet hoort en niet spreekt.
We menen van alles over Hem te mogen zeggen. We menen Zijn Woorden te mogen verdraaien.
Wanneer mensen onze woorden verdraaien en er een heel andere uitleg aan geven dan we bedoelen, staan we op de achterste benen. Zonder moeite en zonder dat ons geweten knaagt, leggen we Gods Woorden uit naar gelang het ons uitkomt. We voelen ons vroom en happy.
Ook menen we Hem te kunnen gebruiken. Sommigen zijn zo grof dat ze openlijk zeggen: “We moeten de Heilige Geest over een drempel helpen.” De mens, die God moet helpen omdat Hij het anders niet kan! De mens die zich als god boven God stelt! Dit hebben we letterlijk begin jaren zeventig meegemaakt in de charismatische beweging binnen de gevestigde kerken.

Aan mensen die vroom doen en goddeloos zijn, heeft God een enorme hekel.
We kunnen dit zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament lezen. De Here Jezus had een heel erge hekel aan de Farizeeën en schriftgeleerden, omdat ze met een vroom gezicht, dienstknechten van de satan waren en mensen onder hun jukken hadden. De Here Jezus beschuldigde hen openlijk: “Satan is uw vader.” Ook nu zijn er geestelijken die met een schijn van godsvrucht de kracht ervan verloochenen. “Blijf buiten het bereik van de onheilige holle klanken,” is ons bevolen. Wie volgt dit bevel op? Zijn we zo in slaap gevallen?! Hebben we zo weinig moed en energie? Moeten we niet eindelijk onze mond opendoen, ter wille van Hem, Die ons uit de klauwen van satan heeft bevrijd en vrijgekocht?! Ter wille van Hem, Die voor ons de straf heeft gedragen, om ons straks veilig bij Hem thuis te brengen? Ter wille van Jezus moeten we uitgaan, buiten de legerplaats en Zijn smaad dragen.

In het Oude Testament (1 Samuël 3) lezen we over Samuël, die als klein jongetje teruggegeven was aan God. “De jongen was in de dienst des Heren onder toezicht van de priester Eli.” “De zonen van Eli nu waren nietswaardige lieden; zij rekenden niet met de Here, noch met het recht van de priesters tegenover het volk.”
Het vet van het vlees moest altijd eerst in rook opgaan als offer voor God. Hofni en Pinechas, zonen van Eli, wilden dit niet, maar wilden direct rauw vlees voor henzelf om te braden en dreigden de mensen, dat ze het met geweld zouden nemen, als men het hen niet gaf.
Wanneer Eli hoorde dat zijn zonen bij de vrouwen sliepen, die dienst deden bij de ingang van de tent der samenkomst, dan zei hij: “Waarom doen jullie zulke dingen, dat ik het gehele volk over die wandaden van u hoor spreken? Dat gaat niet, mijn zonen.” Is dit een echte berisping? Was dit slappe gepraat een afkeuring van de zonden, die God, nota bene in Zijn heiligdom, werden aangedaan? Staan wij op de bres voor God, als we zien wat God aangedaan wordt? We zullen krachtig de zonden moeten aanwijzen en afwijzen! Eerst bij onszelf!
Wie durft van de kansel te zeggen, dat wie de volgende dingen bedrijven, het Koninkrijk van God niet zullen beërven? “Hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik [Paulus] u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.” Galaten 5:19 t/m 21.
Weet u, wat er altijd gezegd wordt als antwoord? “Ach, we zijn mens en zondaar. Niemand is volmaakt. U bent ook niet volmaakt!” Zeker, ik ben niet volmaakt, maar ik neem deze waarschuwing wel heel serieus. Wanneer we een klein beetje mogen zien wie God is, Zijn heiligheid, almacht, rechtvaardigheid en Zijn liefde voor mij in Jezus Christus, dan smeek ik Hem om mij te helpen niet te zondigen. God ziet het hart aan en weet of het echt gemeend is.
Het zou goed zijn om over alle afzonderlijke werken van het vlees vanaf de kansel te horen. Bent u bang dat de kerk dan leegloopt? Of zijn er zonden bij, waar u zelf geen afstand van wilt nemen? Het hart van de mens is arglistig. Zo gauw de dingen ons te na komen, sluiten we ons gauw af en maken de mensen die ons over zonden aanspreken belachelijk en de laster begint…
Alle werken van het vlees uit Galaten 5:19 t/m 21 zijn in zogenaamd christelijke kerken en kringen aan de orde van de dag. Laat het toch tot ons hart doordringen dat God zegt: “Zij zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.”
Spurgeon zei eens in een toespraak: “Een dief kan het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan, omdat hij dan in de hemel verder zou gaan met stelen.” Ik geloof dat we in plaats van “dief”, ook dronkaard, onreine, twister, zelfzuchtige enz. kunnen zeggen. Onbekeerd en niet ontdaan van alle zonden, zouden we in de hemel verder gaan met onze zonden.
Van al onze zonden zullen we hier op aarde gereinigd moeten worden door het bloed van de Here Jezus.
Uit het voorgaande is duidelijk dat we een bekering nodig hebben, vergeving van zonden en de hulp van de Heilige Geest om Gode welgevallig te leven.
Het is belangrijk om vandaag die scherpe keuze te maken, wanneer u die keuze nog niet hebt gemaakt. De Here Jezus zei: Bereken eerst de kosten, voordat u begint. Wees eerlijk. Wanneer u niet wilt, zeg dan ook: “Nee, ik wil niet!” Dan is het duidelijk en gaat u niet met een ingebeelde hemel naar de hel, maar weet u zeker dat u na dit leven naar de plaats gaat waar God niet is.

God sprak tot de jonge Samuël en zei wat er met Eli, Hofni en Pinechas zou gaan gebeuren. “Ik heb hem te kennen gegeven, dat Ik over zijn huis voor altijd gericht zal oefenen om de ongerechtigheid, waarvan hij geweten heeft; immers zijn zonen brachten een vloek over zich en hij heeft hen niet berispt.” (1 Samuël 3:13)
Wordt de jeugd berispt, die op zaterdag zich vol zuipen met alcohol, onreinheid uithalen en dan ‘s zondagsmorgens vroom in de kerk zitten te soezen?
Ook hiermee wordt God enorm onteerd!

Het verhaal van Eli en zijn zonen gaat nog verder.
Er is oorlog tussen de Filistijnen en Israël. Israël lijdt de nederlaag. Ja, en dan komt God eraan te pas. Hij moet toch wel met hen meegaan en hen de overwinning geven. De oplossing: “Laten wij de ark van het verbond des Heren uit Silo halen, zodat die midden onder ons kome en ons verlosse uit de macht onzer vijanden.”
Zij denken dus de baas te kunnen spelen over God. God moet hen helpen. Hij woont immers tussen de cherubs? Ook de stenen tafelen, Gods Woord, bevonden zich in de ark.
Doen de kerken niet hetzelfde? In de kerk, het gebouw, is God aanwezig. (“Hier gaat het Woord open”, wordt er gezegd.) God is in hun midden. Hij moet hen helpen, ook al minachten ze Hem door hun daden.
De Israëlieten verloren de strijd, omdat God hen niet hielp, God was niet in hun midden. Hij is de Almachtige, Soevereine God, Die Zich niet laat gebruiken. Hijzelf heeft altijd de leiding van Zijn eigen handelen. Zo geldt het voor iedereen, of het geloof nu orthodox of charismatisch is. Als we Gods Woord verdraaien en ontheiligen, vertrouwen we niet alleen ten onrechte op God, maar Gods toorn is over ons.
Ook zijn er vandaag de dag veel “christenen” in charismatische kringen, die denken te beschikken over de Heilige Geest. Ze doen dit en dat door “de heilige geest”. Deze geest heeft echter niets te maken met Gods Heilige Geest, maar is een platvloerse, spottende, duivelse namaak. Deze demonen knorren als varkens. Een varken was voor God in het Oude Testament een onrein dier! Met juist dit dier en andere aaseters wordt de echte Heilige Geest vergeleken (geluiden van hyena’s).
U zegt: “Ja, dat is de Toronto-blessing, daar willen we niets mee te maken hebben.” Precies, maar Nicky Gumbel, de Anglicaanse priester die de Alpha-cursus heeft gemaakt, kreeg ook de Toronto-blessing! Deze “blessing” is door de hele Alpha-cursus heen verweven en deze cursus wordt in veel kerken gegeven.

De hoogmoed van de mens is vanaf den beginne al geïnspireerd geweest door satan. Tegen Eva zei hij: “Je zult dan worden als God.” Sommigen hebben “de heilige geest” in de broekzak en gebruiken hem. De mens boven God, zoals satan boven God wil staan.

Wanneer we geen vreze des Heren hebben, geen enorme eerbied voor God en Zijn Woord, dan zijn we een prooi van misleiders. God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn één. De straf, die God in de bijbel stelt op zonden en onheilig gebruik van Zijn Woord, geldt ook voor zonden en onheilig omgaan met de Here Jezus en de Heilige Geest.
Vanwege de zonden is er een grote beneveling over de christenen gekomen. We kunnen alleen maar smeken om genade en eerlijk worden voor God.