G. Müller

portret Georg Müller

1805 – 1898

JEUGD: Georg Müller werd in 1805 in Kroppenstedt bij Halberstadt in Duitsland geboren. Bij hem thuis merkte hij niets van het echte geloof. Zijn vader was een tijdlang belastinginspecteur. Müller vertelt in zijn autobiografie, dat hij in zijn jeugd veel slechte dingen deed. Hij was niet vertrouwd met geld en hij kon liegen met een stalen gezicht. Toen hij wat ouder werd, zat hij veel in het café. Toch wilde zijn vader graag, dat hij predikant werd. Deze wens was ingegeven door eigenbelang: predikanten hadden een hoog vast inkomen en Georg zou zo voor zijn vader kunnen zorgen, als deze oud was. Na het gymnasium ging Georg dan ook theologie studeren in Halle. De sfeer onder de studenten en professoren was slecht.

BEKERING: In november 1825 nam een vriend Georg op een avond mee naar de samenkomst van een groep gelovigen. Met name het bidden opende een totaal nieuwe wereld voor hem. Het werd het keerpunt in zijn leven. Hij begon de bijbel te lezen en te gehoorzamen en kwam werkelijk tot bekering. In 1829 reisde hij naar Londen om zendeling onder de Joden te worden. Daar ontmoette hij christenen, die hem verder de weg wezen om in totale afhankelijkheid van God te leven. Het lezen van de bijbel werd zeer kostbaar voor hem.

WERK: Georg Müllers grootste wens was een leven te hebben, waaraan men kon zien, dat God een God is, Die gebeden verhoort. Zonder ooit om een cent te vragen kreeg hij van alle kanten geld en goederen in antwoord op ‘t gebed. De inkomsten en uitgaven werden nauwkeurig bijgehouden. Aan het eind van zijn leven had hij zo meer dan £ 1.400.000 ontvangen. De hedendaagse waarde van dit bedrag is moeilijk vast te stellen; het loopt in de honderden miljoenen EURO’s. Na veel gebed kon Müller 5 grote, moderne weeshuizen laten bouwen aan de rand van Bristol. Om een indruk van de omvang te geven: de 5 weeshuizen bevatten samen 500 kamers; het totaal aantal grote buitenramen was 1700. Uiteindelijk had hij de dagelijkse verzorging van 2050 wezen, die onderdak kregen en gevoed en gekleed werden. Bovendien kregen ze onderwijs. Daarnaast verspreidde Georg Müller veel bijbels en geestelijke lectuur. Van zijn 70ste tot zijn 87ste maakte hij vele wereldreizen. Hij bezocht 42 landen en legde overal getuigenis af van wat God in zijn leven had gedaan. Hieronder treft u het door ons vertaalde werk van Georg Müller aan.


RAADGEVING AAN CHRISTENEN

Dit boek is een verslag van toespraken, die Georg Müller gehouden heeft in Mildmay Park, Londen, in de jaren zeventig van de negentiende eeuw.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 10

Hoofdstuk 11

Hoofdstuk 12


FRAGMENTEN UIT DE ‘NARRATIVES’.

Uit Amerika kregen we ook een brochure met korte stukjes van Georg Müller. Enkele ervan konden we niet in de Narratives terugvinden. Het was zoeken naar een speld in een hooiberg. We hebben gevraagd aan de uitgever van deze brochure of we vanuit die brochure mochten vertalen om op het Internet te zetten. Dit mocht onder vermelding van de volgende regel: Posted by permission of Chapel Library. For printed copies and other reformed literature from prior centuries, please contact Chapel Libraries, 2603 West Wright St. Pensacola FL 32505, USA (www.mountzion.org)

Het ging Georg Müller erom daadwerkelijk te laten zien, dat de God van de Bijbel Zich houdt aan Zijn beloften en dat we deze God volkomen moeten vertrouwen, omdat Hij doet wat Hij zegt. God hoort onze gebeden en verhoort de gebeden naar Zijn wil.
Spurgeon zei in “De dwaasheid van het ongeloof”, dat hij hoopte, dat Georg Müller nog lang doorging met zijn reizen over de hele wereld om de mensen dit te vertellen, maar hij vond het erg, dat dit nodig was.

1. Het lezen van de Bijbel

2. Over de doop

3. Vijf voorwaarden voor zegevierend gebed

4. Echt geloof

5. Antwoorden op gebed, a en b

6. Conferentietoespraak in Bristol

7. We wandelen in geloof, niet in aanschouwen

8. Vrucht naar de mate waarin . . .

9. Ik heb zeer geijverd voor de Here

10. “Wordt bekleed met nederigheid”