Heeft Jezus het over ons?                                  >>PDF<<

Openbaring 3 : 14 – 19:

“En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u.”

Bij het lezen van dit Schriftgedeelte moeten we letten op de volgende punten:

1. Wie is het, Die deze dingen zegt.
De namen, die de Here Jezus hier gebruikt, getuigen van een zeer grote Autoriteit.
Hij is de Amen. Een sterke aanduiding van zekerheid. “Wat Ik zeg, is zeker waar.” Hij is de Waarheid.
Hij is de getrouwe en waarachtige Getuige. Eén van de eigenschappen van God is trouw. “Hij zal nooit laten varen wat Zijn hand eens begon.” Jezus is de waarachtige Getuige. In Hem is geen leugen.
Er is één ding wat de Drie-enige God niet kan en dat is liegen. Altijd spreekt Hij de waarheid.
De Vader sloot met Jezus voor de grondlegging der wereld het genadeverbond. Jezus is de waarachtige Getuige van dit verbond. Hijzelf nam de zondeschuld van Gods uitverkorenen op Zich om voor Zijn Vader een heilig volk te verwerven tot eer van God de Vader.

2. De Here Jezus zegt de gemeente onomwonden hoe Hij over haar denkt en hoe haar toestand er in werkelijkheid uitziet.
Wanneer we eerlijk de Laodicea-gemeente vergelijken met de christenen van deze tijd, dan zien we dat Hij dat ook tegen ons, Nederlandse christenen, zegt. Wij zijn noch koud noch heet. Wilt u dit niet geloven?

a. Komen wij op voor de eer van God?

b. Wordt er in de gemeente met kracht gewezen op de zonden, die er in de gemeente zijn? Zegt Jeremia niet precies datgene wat er nu met de gemeente aan de hand is? “Zij (de geestelijken) hebben uw ongerechtigheden niet onthuld om uw lot nog te keren.” Hoeveel vreselijke dingen zitten er onder de dekmantel? We zien in de kranten maar een klein tipje van de sluier opgelicht. Wie zijn er echt bekeerd en wedergeboren? Als het echt is, is dit te zien in het hele wezen. Wedergeborenen hebben een verlangen naar de nabijheid van God en een innerlijke afkeer van de zonde. Falen ze, dan hebben ze hier verdriet om voor ’t aangezicht van God. Ook hebben ze een innerlijke nood om de zielen van de mensen. Zij hebben een diep verlangen naar de gemeente, waarvan Jezus het Hoofd is. Een volmaakte gemeente is er niet, maar de liefde tot God dringt hen om in Zijn nabijheid te leven, om te doen wat Hij wil en Hij wil een reine gemeente! Willen wij dit ook of zijn we lauw? Laten we onszelf toch niet bedriegen en God erbij. Het gaat erom wat wij concreet zijn en doen, met andere woorden: zijn we een echt christen?
De Here Jezus zegt van deze Laodicea-christenen: “Ik spuw u uit Mijn mond.” Hij laat hen hun hoogmoed zien. Zij zeggen: “Ik ben (geestelijk) rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek.” Dit zijn woorden van vleselijke “christenen”. Men moet wedergeboren zijn om geestelijke rijkdom te ontvangen. Gods Geest alleen geeft ons geestelijke wijsheid en inzicht. Zijn we niet van bovenaf geboren, dan zijn we op geestelijk gebied vleselijk, wettisch. De Laodicea-gemeente had zelf gezorgd voor haar geestelijke rijkdom, precies zoals het huidige christendom. Zij hebben de Bijbel, naslagwerken, leringen der ouden, traditie enzovoorts, maar missen het innerlijke onderwijs door de Heilige Geest. In het dagelijkse leven denkt men niet aan God en leeft men niet met God. Alles doet men zonder God, “handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten”. Ja, het is mogelijk om een rechtzinnige belijdenis te hebben en toch van de wereld te zijn.
Nu komt er een zinnetje waarvan de reële inhoud verschrikkelijk is: “. . en gij weet het niet.”

Jezus zegt: “Gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte.” Deze mensen waren vroom en deden alsof ze geestelijk alles hadden. Ze hadden hun zogenaamde “geestelijke rijkdom” niet van God gekregen. Door hun menselijke hoogmoed dachten ze hun rijkdom wel even zelf te kunnen pakken.

We kunnen onszelf geestelijk verrijken door Bijbelstudie te doen, preken of toespraken te horen en te lezen, en toch verloren gaan! We kunnen bidden en toch verloren gaan! We kunnen zelfs boze geesten in de naam van Jezus uitwerpen en vele krachten doen, en Jezus zal zeggen: “Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.” (zie Mattheüs 7 : 22, 23)
Weet u wat het grote verschil is tussen de Laodicea-christenen en de echte christenen?

De echte christenen hebben gezien hoe hun oude mens eruit zag, namelijk ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt. Ze zijn met diep berouw tot bekering gekomen en hebben genade gekregen. Jezus heeft voor hen de straf voor al hun slechte daden en gedachten gedragen op het kruis van Golgotha. Hij heeft hen bevrijd van de macht der zonde en de duivel. Toen ze alles uitgeleverd hadden en Jezus voortaan wilden gehoorzamen (Hij alleen weet hoe echt dat was), werden ze van bovenaf geboren. Gods Geest kwam in hen.

We moeten ons de vraag stellen: “Ben ik bekeerd, wil ik Jezus gehoorzamen, koste wat het kost? Zeg ik na het berekenen van de kosten nog: ‘Ja Here, ik wil gehoorzamen’”? Laten we toch eerlijk worden. Oneerlijke christenen zijn schijnvromen. Bedenk wat Jezus tegen u zal zeggen: òf “Gaat weg van Mij”, òf “Komt gij gezegenden des Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af”.

3.  Zijn enorme liefde voor hen, doordat Hij de uitverkorenen des Vaders, de gegevenen aan Hemzelf, wakker schudt en hen van adviezen voorziet om uit deze poel des Verderfs te kunnen komen.
Het feit dat Jezus zo waarschuwt, duidt op een enorme liefde van God de Vader en van God de Zoon.
Vaak zien we waarschuwen als iets negatiefs. In werkelijkheid zit in waarschuwen heel veel liefde. Een waarschuwingsbord op de weg staat er in positieve zin. Wanneer ouders waarschuwen voor iets gevaarlijks, dan kunnen er ongelukken worden voorkomen, als de kinderen tenminste luisteren en hun ouders gehoorzamen.
Wat nu zo vreemd is, is dat God in de hele Bijbel voortdurend waarschuwt voor verkeerde dingen en de mensheid daar niet naar luistert. Steeds zien we, dat de mensen ongehoorzaam zijn, ja zeer goddeloos worden. God grijpt in, tuchtigt hen en na inkeer van de mensen ontfermt Hij Zich weer over hen. En dit herhaalt zich en herhaalt zich. De hele Bijbel door kunnen we dit lezen.
Onze God is een God van liefde en gerechtigheid. Dit kan nooit los van elkaar gezien worden.
De Laodicea-gemeente heeft een zgn. ‘god van liefde’ die zegt: “Over de zonde moet je niet praten.” Deze zgn. ‘god van liefde’ is de duivel. “De mensen mogen zondigen, want ze zijn toch mens?” Ook in de rechterflank van de gereformeerde gezindte heb ik verschillende keren dit excuus voor zonden gehoord. “Je bent toch mens?”
De Here Jezus zegt: “Ik raad u aan te kopen.”
Kopen? We krijgen toch alles voor niets?
Nee, we zullen onze oude mens moeten laten kruisigen.
Het kost ons onze oude mens. Dit wordt heel duidelijk beschreven in Mattheüs 16 : 24, 25, waar de Here Jezus zegt: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden.”
We moeten de oude mens afleggen en de nieuwe mens aandoen. In Jezus alleen is onze rijkdom. Hij is voor ons gelouterd goud. Wanneer we Hem eerlijk onze zonden belijden, reinigt Hij ons en worden we door Hem met de mantel van Zijn gerechtigheid bekleed.
Jezus werkt door Zijn Geest in ons en opent onze ogen voor alles wat we nodig hebben. Steeds mogen we Hem vragen om “ogenzalf”, opdat we goed mogen zien.

4. De weg die Hij gaat met hen die Hij liefheeft!
De weg van ’t afsterven van onze oude mens gaat gepaard met bestraffing en tuchtiging.
“Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik.”
Weer wordt hier liefde in verband gebracht met straf en tuchtiging. De schrijver van de Hebreeënbrief legt het heel mooi uit:
“Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering,
en verslapt niet, als gij door Hem bestraft wordt,
want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Here en Hij kastijdt iedere zoon die Hij aanneemt.
Als tuchtiging hebt gij dit te dragen: God behandelt u als zonen.” Hebreeën 12:5–7
Dringt het diep tot ons door, dat, toen God de Vader en God de Zoon voor de grondlegging der wereld het genadeverbond sloten, dit inhield dat Zij de uitverkorenen van de Vader wilden redden? Jezus zou dit doen voor de Vader, omdat er anders niemand van Gods schepping bij God de Vader zou kunnen komen. Hoe groot was de liefde van God van voor de grondlegging der wereld al, voor Zijn schepping die in zonde zou vallen! Hoeveel had Jezus voor ons over om naar deze zondige wereld te komen en hier te lijden en te sterven voor zondaren!
Wanneer Hij ons liefheeft, bestraft en tuchtigt Hij ons.
Wanneer u uw kinderen liefhebt, laat u hen niet voor galg en rad opgroeien!
Als God ons een verlangen geeft om Hem te gehoorzamen, laten we dan direct dat verlangen door daden van gehoorzaamheid beantwoorden. Wanneer u de rechte weg weet en daar niet naar handelt, zijn de gevolgen voor uw rekening. God behandelt Zijn kinderen met zeer veel liefde! Ja, oneindig veel liefde!

5. Hij roept ons op om met ons gehele wezen hierbij betrokken te zijn.
Jezus zegt: “Wees dan ijverig en bekeer u.” Let op, Jezus zegt: “Bekeer u.” Hij vraagt geen dingen die niet mogelijk zijn. Laten we ons dat goed realiseren. Bega niet de zonde om Hem ervan te betichten, dat Hij dit niet goed gezegd heeft.
IJverig zijn duidt op onze gehele inzet. We weten wat Jezus met een lauw mens doet. Uitspugen! Met lauwe christenen wil Hij niets te maken hebben!
Wanneer we lauw zijn, dan weten we nu de weg, namelijk: ons met onze gehele inzet bekeren.