Een serie korte overdenkingen over de heiligheid van God                                    >>PDF<<

Wanneer Gods grootheid, almacht, gerechtigheid en heiligheid voor ons nietszeggend zijn, zal de redding door Jezus Christus ons ook niets te zeggen hebben. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Steeds wanneer God Zich in het Oude en Nieuwe Testament openbaarde, kwam er vrees over de mensen. Men wist dat met deze God niet te spotten viel. We willen graag enkele voorbeelden noemen:

I.

Toen de Israëlieten in Egypte zwaar verdrukt werden, schreeuwden ze tot God om hulp “en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, Izaäk en Jacob.” Mozes was voor de farao gevlucht en schaapherder geworden bij de priester van Midian Reüel. Deze gaf Mozes zijn dochter Zippora tot vrouw. Eens was Mozes met z’n kudde bij de berg Gods, Horeb. Daar zag hij een braambos in brand staan die niet verteerd werd. Mozes wilde dit wonderlijke verschijnsel bekijken. Toen hoorde hij Gods stem: “Mozes, Mozes! Kom niet dichterbij; doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilige grond. Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jacob. Toen verborg Mozes zijn gelaat, want Hij vreesde God te aanschouwen.
     Mozes kreeg de opdracht om naar farao te gaan en de Israëlieten uit Egypte te leiden. Hij stribbelde tegen en vroeg o.a. wat hij tegen de Israëlieten moest zeggen, als zij hem vroegen naar de naam van de God hunner vaderen. Dan zegt God: “Ik ben Die Ik ben”. God is voor mensen niet te omschrijven. “Ik ben Die Ik ben”. Almachtig, rechtvaardig, heilig, ja, alles wat ver boven het denkvermogen van de mens uitgaat. “De HERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, Izaäk en Jacob. Dit is Mijn naam voor eeuwig.”
De Here Jezus zei: “God is de God van levenden, niet van doden, de God van Abraham, Izaäk en Jacob.” Gods Geest kan ons alleen de genade geven om Gods heiligheid diep te ervaren. Er zou heel wat minder gezondigd worden, wanneer we Gods heiligheid zouden zien.

II.

De verschijning van de HERE op de Sinaï.
De HERE zei tot Mozes op de berg Sinaï: “Gij hebt gezien wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en Mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk.” Mozes bracht deze woorden over aan het volk. En het gehele volk antwoordde eenparig: “Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen.   . . . . En de HERE zeide tot Mozes: “Ga tot dit volk; heilig hen heden en morgen en laten zij hun klederen wassen.” Tegen de derde dag zullen zij gereed zijn, want op de derde dag zal de HERE nederdalen voor de ogen van het gehele volk op de berg Sinaï. Daarom zult gij het volk buiten een bepaalde kring houden en zeggen: “Wacht u ervoor om de berg te bestijgen, of maar de voet ervan aan te raken: ieder die de berg aanraakt, zal zeker ter dood gebracht worden.” “En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan. En zij zeiden tot Mozes: “Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven. Maar Mozes zeide tot het volk: “Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.
       De verschijning van de HERE op de Sinaï laat zien Wie onze God is.
Hij is een heilig God! Deze God wilde tegen de Israëlieten spreken. Dit kon niet zomaar. Mozes moest eerst de volgende boodschap van God overbrengen: aandachtig naar God luisteren en Zijn verbond bewaren. Wanneer ze dit deden, dan zouden ze uit alle volken God ten eigendom zijn, want de hele aarde behoorde aan Hem. Ja, ze zouden voor God een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk. Wat zei het volk? Eenparig antwoordden ze: “Alles wat de HERE gesproken heeft zullen wij doen.” Waren zij er nu klaar voor om God Zelf te horen spreken? Nee! Ze moesten geheiligd worden en hun vuile kleren uitdoen. Na drie dagen zouden ze gereed zijn en God zou voor de ogen van het gehele volk neerdalen op de berg Sinaï. De Israëlieten mochten niet te dicht bij de berg komen vanwege Gods heiligheid, ja, mens noch dier mocht de berg aanraken. Wie dit wel deed, zou zeker sterven. Gods heerlijkheid was zeer groot: donderslagen, bliksemstralen, bazuingeklank en een rokende berg.
Het volk werd in Gods nabijheid zeer bevreesd. Ze moesten er diep van doordrongen worden, dat God niet was als zij, maar dat Hij een heilig God is, met Wie niet te spotten viel, opdat ze niet zouden zondigen.
       Dit is onze God! Beseffen we dat de God en Vader van onze Here Jezus Christus deze God is?
Om met deze God in contact te komen kunnen we heel veel leren en herkennen van de weg van de Israëlieten bij de berg Sinaï.
We horen of lezen de boodschap van God aan ons en doen dit zeer aandachtig.
In de Bijbel lezen we over het genadeverbond. Dit is het verbond, dat God de Vader met de Here Jezus sloot in de hemel. Jezus Christus kwam naar deze aarde om het Grote Offerlam te zijn. Alleen Hij   zou de zonden van de mensen weg kunnen nemen door Zijn offer op Golgotha. Alleen in Hem kunnen we geheiligd worden.
Dit alles biedt God aan. Wat moeten wij doen? “Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen.” Kunnen we dit met ons hart eerlijk zeggen, of houden we dingen achter die we niet willen uitleveren? Tot onze dood blijven we zondaren. God echter weet wiens hart volkomen naar Hem uitgaat en elke dag tot Jezus roept om hulp.
Het is goed om te beseffen dat de God, Die verscheen op de berg Sinaï onze God is en dat we na onze dood voor Hem moeten verschijnen.
Op deze aarde moeten we al rein gemaakt zijn door ’t offer van Gods Zoon, Jezus Christus. Onze vuile kleren moeten weggedaan zijn en we moeten bekleed zijn met de gerechtigheid van Jezus Christus. Als Jezus ons leven is geworden, mogen en kunnen we voor deze heilige God verschijnen. Alleen dan!

III.

God is een heilig God en Hij kan alleen gediend worden door hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat. Hart en daden zijn één geheel.
Voorbeelden in Exodus:
“De HERE sprak tot Mozes: Zeg tot de Israëlieten, dat zij voor Mij een heffing inzamelen; van   iedere man, wiens hart hem dringt, zult gij voor Mij een heffing inzamelen.”

“En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al zijn gerei.”

“Gij zult zeggen tot allen die kunstvaardig zijn, welke Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de klederen van Aäron maken, om hem te heiligen, om voor Mij het priesterambt te bekleden.”

“De HERE sprak tot Mozes: Zie, Ik heb bij name geroepen Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda,  en hem vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis, en dat voor allerlei werk, om ontwerpen te bedenken, om die uit te voeren in goud, zilver en koper; om stenen te bewerken, om die in te zetten; om hout te snijden en werkzaam te zijn in allerlei arbeid. En zie, Ik heb naast hem gesteld Oholiab, de zoon van Ahisamach, uit de stam Dan; in het hart van ieder die kunstvaardig is, heb Ik wijsheid gelegd. Zij zullen alles maken, wat Ik u geboden heb: de tent der samenkomst, de ark voor de getuigenis, het verzoendeksel dat daarop ligt, en al het gerei der tent, de tafel met haar gerei, de kandelaar van louter goud met al zijn gerei, het reukofferaltaar, het brandofferaltaar met al zijn gerei, het wasvat met zijn voetstuk,  de ambtsklederen, zowel de heilige klederen van de priester Aäron als de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bekleden, de zalfolie en het welriekend reukwerk voor het heiligdom; naar alles wat Ik u geboden heb, zullen zij dit maken.”

Waarom deze voorbeelden?
Om duidelijk te maken dat God een heilig God is en dat God Zelf door Zijn Geest de mensen voor Zijn werk roept.
De heilige voorwerpen in de tabernakel moesten gemaakt worden door mensen, wier hart volkomen naar Hem uitging. God vervulde hen met Zijn Geest. Hun daden en hun hart waren één geheel, door de Heilige Geest bewerkt.
De tabernakel en alle voorwerpen erin moesten rein zijn en geheiligd worden. Ook hierin kon men de geheiligde afstand zien tussen God en mens.
De gemeente in het Nieuwe Testament had geen tabernakel of tempel als bouwwerk. God wilde in de harten van mensen wonen door de Heilige Geest. De wedergeboren mensen (uit God geboren) zouden een tempel worden, niet met handen gemaakt.
God had dit al gezegd tegen de profeet Jeremia:
“ Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik Heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.”
Let op het woordje “want”. Eerst vergeving van zonden, daarna zullen ze God leren kennen.
God heeft Zich gelukkig ook ontfermd over de heidenvolken. In Abraham zouden alle volken gezegend worden. Jezus Christus kwam tot het Joodse volk. Voor Zijn hemelvaart zei Hij: “Gaat heen in de gehele wereld en verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen zal behouden worden, maar wie niet gelooft zal veroordeeld worden.”
Het is een zeer grote genade dat die heilige God de zonden vergeeft van iedereen die eerlijk z’n zonden belijdt en in Jezus gelooft als z’n enige Redder. De vergeving der zonden is het belangrijkste voor de mens.
Dringt het tot ons door dat de Heilige God door Zijn Geest in ons wil wonen?
Paulus vroeg zich dit ook af, toen hij aan de Corinthiërs schreef: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt” en “Wij toch zijn de tempel van de levende God.” Tot de Efeziërs zegt hij: “In Hem (Jezus) wast elk bouwwerk op tot een tempel.”
Deze tempels zijn allemaal gereinigd en geheiligd door onze hemelse Hogepriester Jezus Christus. De Here Jezus zegt tegen Zijn Vader vlak voor Zijn gevangenneming en kruisdood: “Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.” In Jezus worden Gods uitverkorenen geheiligd in waarheid. Wat is de wedergeboorte toch een enorm grote zegen! Zonder Gods leven in ons zijn we ten dode gedoemd. Jezus zegt tot ons: “Blijft in Mij, gelijk Ik in u.”
Zeggen wij ook, zoals de Israëlieten bij de berg Sinaï: “Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen”?   Als we dat reëel doen, hebben we gauw een opwekking, waar veel mensen naar verlangen. Is Jezus onze Heer? Heeft Hij alles over ons te zeggen? Of regelen we alles zelf?

IV.

Wanneer we 2 Samuël 6 lezen komen we een gebeurtenis tegen, waardoor we wakker worden voor de realiteit van het Wezen van God.
David wilde de ark naar Jeruzalem brengen, de ark waarover de naam is uitgeroepen: de naam van de HERE der heerscharen, Die op de cherubs troont.
Zij vervoerden de ark Gods op een nieuwe wagen; zij haalden haar uit het huis van Abinadab op de heuvel, en Uzza en Achio, de zonen van Abinadab, leidden de wagen met de ark Gods.
Toen zij bij de dorsvloer van Nakon kwamen, strekte Uzza zijn hand uit naar de ark Gods en greep haar, omdat de runderen uitgleden. En de toorn des HEREN ontbrandde tegen Uzza en God sloeg hem daar om deze onbedachtzaamheid; hij stierf daar bij de ark Gods. David was diep getroffen, omdat de HERE zulk een zware slag aan Uzza had toegebracht.
Te dien dage werd David bevreesd voor de HERE.

Had God de Israëlieten geen voorschriften gegeven over de bouw van de ark, wat er in de ark gelegd moest worden en nog meer voorschriften?
De ark moest gedragen worden door de priesters. Hiervoor werden er draagstokken in de ringen aan de zijwanden van de ark gestoken om daarmee de ark te dragen. De draagstokken moesten in de ringen van de ark blijven. Zij mochten er niet uit verwijderd worden.
Vanaf het verzoendeksel zou de HERE der heerscharen, Die op de cherubs troont, met Mozes spreken over wat God hem voor de Israëlieten gebieden zou. (Exodus 25:10 t/m 22)
Hadden David, Uzza en al die anderen aan deze voorschriften gedacht? Hoe was het gesteld met hun eerbied voor God? Kon Uzza God beschermen? Wat is de mens? Vanwege Gods heiligheid kon God niet anders   dan wat Hij deed. De profeten in het Oude Testament kenden Gods heiligheid, b.v. Jesaja: “Wee mij . . .”
Te dien dage werd David bevreesd voor de HERE.

God vrezen is zien Wie God is.
David zag Gods heiligheid en durfde de ark niet meer naar de Stad Davids te brengen. Hij was diep getroffen door wat er gebeurd was. Hij liet de ark des HEREN onderbrengen in het huis van de Gatiet Obed-Edom. Toen hij na drie maaanden zag dat de HERE Obed-Edom en zijn gehele huis zegende, werd de ark Gods onder gejubel en hoorngeschal naar de Stad Davids gedragen. David bracht brandoffers en vredeoffers voor het aangezicht des HEREN.

Wie God vreest, distantieert zich van alles wat tegen God ingaat.
Gods Woord zegt:
“Dient de HERE met vreze.” Psalm 2:11
“De vreze des HEREN is het kwade te haten.” Spreuken 8:13
“Door de vreze des HEREN wijkt men van het kwaad.” Spreuken 16:6
Nadat de Here Jezus de jongeling te Naïn had opgewekt uit de dood, was de reactie van de mensen: “En vrees beving hen allen en zij verheerlijkten God.” Lucas 7:16   Genezingen bewerken vrees en eerbied voor God. Ook na de genezing van de verlamde man was de reactie van de mensen: “En ontzetting beving allen en zij verheerlijkten God, en werden met vrees vervuld, zeggende: ‘Wij hebben heden ongelooflijke dingen gezien.’”   Lucas 5:26
Zij hadden geen tekengeloof, maar zagen een Almachtig God en zij eerden en dankten Hem met diep ontzag.
Van de eerste gemeente staat geschreven: “Er kwam vrees over alle ziel.” Handelingen 2:43a. “Zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren.” Handelingen 9:31.

Is dat ook zo bij ons? Wanneer er geen vreze des Heren in ons is, zijn we geneigd tot alle kwaad en kleineren en beledigen we God. Hij is zeer te vrezen.
Hoe groter en dieper de vreze des Heren, hoe dankbaarder we worden voor het offer van de Here Jezus.
De liefde van deze zeer te vrezen God zien we in het offer, dat Hij bracht in Zijn geliefde Zoon Jezus om zondaren te redden van de eeuwige dood.
Zij, die gered zijn, hebben contact met God de Zoon en met God de Vader. De Almachtige ziet ons aan in onze Messias Jezus.

V.

Steeds komt er een zeer grote verontwaardiging over me, wanneer ik zie hoe men met Gods Heilige Geest omgaat en wat men Hem aan daden toeschrijft. Men weet niet waar men over praat. Men kent de echte Heilige God niet! In de Bijbel staat dat er vele valse profeten zullen opstaan en dat ze velen zullen verleiden. Let op, er staat dat het valse profeten zijn en dat er niet bedoeld wordt: atheïsten. Een atheïst is een godloochenaar en dat is duidelijk. Een echte profeet is iemand die Gods woorden spreekt. Een valse profeet is vroom, maar hij kent God niet. Hij brengt de mensen op een verkeerd spoor.
De Here Jezus zei: “Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan, want eng (zeer smal) is de poort, en smal is de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.”
Hierna waarschuwt onze Here voor de schijnprofeten. “Wacht u voor de valse profeten, die in schapenvacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen.
Daarna komt Gods oordeel over de valse profeten. Zij die doen alsof ze door God gezonden zijn, maar die zichzelf gezonden hebben, notabene in de naam van Jezus. “Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is . . . .     Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd en in Uw naam boze geesten uitgedreven en in Uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend, gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.” (Mattheüs 7:13 en 23).
De zonde is wetteloosheid. (1 Johannes 3:4).

Enkele kenmerken van valse profeten zijn:
* Ze zijn erg vroom en zeggen door God gezonden te zijn, doch zijn het niet. Dit is duidelijk te zien aan hun leven zonder God. Zij kennen Gods heiligheid niet.
* Ze mixen graag het woord van God met eigen gedachten en vrome ideeën; ze bedekken hun geestelijke armoede met o.a.   rituelen, reli-entertainment, geleerddoenerij, enz.. Weer: ze kennen Gods heiligheid niet.
* Ze praten graag als de slang. “Praat over seks en open alle afgronden van vuilheid en ongerechtigheid op zedelijk gebied. Je doet het om te waarschuwen, nietwaar?” Hoevelen worden hierdoor ontvankelijk voor onzedelijkheid?
* Satan heeft blijkbaar nog wat uit te vechten met Eva, want de vrouwen zijn altijd de klos. Wanneer de prediker over het echte evangelie niets weet te zeggen, dan komen de rituelen aan bod. Een uitgelezen onderwerp is de kleding van de vrouw of het sterk benadrukken van de heerschappij van de man over de vrouw.
Bij gebrek aan het kunnen spreken over het evangelie van Jezus Christus, omdat ze daartoe nooit geroepen zijn, gaan ze fungeren als moraalridders. De boodschap van deze moraalridders is naar de mens. Hiermee kunnen ze scoren bij verblinde mensen.
Is dit het blijde evangelie?
* Valse profeten zijn uit op aanzien. De mens zelf staat centraal. Sommigen zoeken aandacht door middel van kleding. Weer anderen door menselijke wijsheid of door allerlei verhaaltjes te vertellen.
* Omdat valse profeten geen contact met God hebben, krijgen ze ook nooit licht op de Bijbel door de Heilige Geest. Zij hebben woorden van anderen nodig om nog iets te zeggen te hebben. Vaak hebben we gezien dat die woorden werden gestolen. In Jeremia 23:30 staat: “Daarom zie, Ik zàl de profeten! luidt het woord des HEREN, die Mijn woorden van elkander stelen.”

Een echte profeet is nederig en weet wat profetische gaven zijn. Het is niet naar het vlees. Ze kunnen huiveren voor de tekenen die God geeft. Lees Jeremia en andere profeten.

Wat gebeurt er in een echte opwekking? De Heilige Geest laat de mensen hun zonden zien. Zo diep dat ze nooit meer willen zondigen. Men ziet Gods heiligheid. Lees het boekje “Opwekking” op deze site[i]   Er gebeuren echte bevrijdingen en genezingen door de Heilige Geest, maar ook dingen die in het hieronder volgende gedeelte worden vermeld.

De eerste christelijke gemeente was er nog maar net, toen satan er binnen wilde komen en de gemeente krachteloos wilde maken. Satan is de vader der leugen en zo diende hij zich ook aan door middel van Ananias en Saffira. Ananias en Saffira wilden goed lijken en verkochten een stuk land om het geld aan de apostelen te geven voor de armen. Ze wilden niet de gehele opbrengst geven, wat hun goed recht was, maar ze wilden wel doen alsof ze de gehele opbrengst gaven. Dit was een grote fout. Liegen, doen alsof. Met een stalen gezicht loog Ananias tegen Petrus. Door de Heilige Geest, Die alles weet, stelde Petrus aan Ananias de vraag: “Was dit de gehele opbrengst?” Ananias zei: “Ja, de gehele opbrengst.” De Heilige Geest toonde Wie Hij was en Ananias kreeg de straf voor het voorliegen van de Heilige Geest. Hij viel dood neer. Zo ook zijn vrouw, toen zij loog.

Waarom gebeurde dit aan het begin van de eerste Christengemeente? Om de mensen goed in te prenten dat God een heilig God is, opdat ze niet zouden zondigen.
Tegenwoordig zie ik groepen mensen enorm tegen de Heilige Geest zondigen. Men heeft geen besef van God. Men gaat boven de Heilige Geest staan en doet, alsof men deze Heilige Geest kan bevelen wat Hij moet doen. Ik zou iedereen wel willen toeroepen: “Doe niet zo dom en goddeloos!” Wie de Heilige Geest kent, weet dat Hij zeer te vrezen is. Eenmaal zal iedereen voor Gods troon staan en weten dat God een heilig en rechtvaardig God is. Bidt of deze heilige God u mag laten zien wie u bent in Zijn ogen, opdat u oprecht berouw mag krijgen en gered mag worden door Hem, Die voor zondaren de straf droeg, Jezus Christus, de Zoon van God. Dit alles begint met de vreze des Heren.

VI

Waarom doen veel mensen of Jezus hun gelijke is? Is het omdat Gods Zoon als mens op deze aarde kwam? Denkt men aan Hem als mens of als Eén van de Goddelijke Drie-eenheid?
Wanneer we aan het laatste denken, zitten we op het goede spoor. Wat Hij ook deed, Hij was God en verbonden met God de Vader en God de Heilige Geest. Als Gods Zoon werd Hij hier op aarde geboren met menselijke eigenschappen zonder te zondigen.
Jezus had verdriet wanneer Hij dacht aan de straf die over de mensen te Jeruzalem zou komen. Hij huilde hierom. Hij was blij als Hij met zijn Vader sprak, Hij verheugde zich in Zijn Vader. Jezus was boos op de schijnvromen, maar had de berouwvolle zondaar aan het kruis lief. Door Zijn hele leven toonde Hij Wie de Vader was, genadig en rechtvaardig, liefdevol en gaarne vergevend hen, die berouwvol tot Hem kwamen.
Johannes noemt Jezus “het Woord Gods”. Dit “Woord Gods” zal ons oordelen op de laatste grote dag. Gods toorn zal dan over alle goddelozen gaan, die hun toevlucht niet hebben gezocht bij Jezus.
Toen Johannes op Patmos was, zag hij in een visioen Jezus Die hem een blik op de toekomst gaf, hoe God deze aarde zou straffen en oordelen vanwege hun zonden.
Openbaring 1:13-18:
“. . . ik zag te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam; en Zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en Zijn stem was als een geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zeide: Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.”

Hier zien we de opgestane Heer, Die regeert tot in alle eeuwigheid, aan Wie is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
De volgende dingen vallen op:
a. Ogen als een vuurvlam. Hij doorziet alles.
b. Een stem als een geluid van vele wateren. Gods macht en majesteit die onweerstaanbaar is.
c. Uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard. “Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten.” Hebreeën 4:12
d. Zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht. Jezus is de Zon der gerechtigheid. Gods gerechtigheid is een vlammend vuur, alles overweldigend en hoog verheven, alles ziende, maar wie kan Hem zien?

Laat het boek Openbaring hier niet zien Wie Gods Zoon is? Deze Persoon van de Drie-eenheid is zeer heilig. Er valt niet met Hem te spotten. Johannes viel als dood voor Zijn voeten. Jezus was vol liefde voor Johannes. Hij legde Zijn rechterhand op hem en sprak grootse dingen tot hem:
a. Wees niet bevreesd.
b. Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende. Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden.
c. En:   Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk. De macht der zonde is de dood. Jezus overwon de laatste vijand: de dood.
Alle mensen, die gekocht zijn met het bloed van Jezus, hebben het eeuwige leven al gekregen bij de wedergeboorte. Zij gaan geestelijk niet dood, maar leven tot in eeuwigheid bij Hem Die hen liefhad en Zijn leven gaf als losprijs.

[i] Het boekje “Opwekking” wordt heel veel gelezen. Ik hoop dat men hierdoor geen tekengeloof krijgt, maar een diep ontzag voor God!!! Dit was de bedoeling van de schrijfster Marie Monsen.