De mens van alle tijden                                   >>PDF<<

Er wordt weleens gezegd: “Wij leven in het ‘ik’ – tijdperk.” Dit is waar. Vaak horen we: “Ik kan dit goed” en “Ik ben daar goed in”. Wanneer ‘christenen’ dat zeggen, dan denken we: “Een beetje nederiger mag ook wel! Aan wie komt de eer toe als iets goed gaat? Waarom vraag je God dan om hulp? Beroof God niet van Zijn eer.”
Hoogmoed en God beroven van eer is al van zeer oude datum. De profeet Jesaja profeteerde over satan in Jesaja 14 : 12 – 15: “Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.”
De Here Jezus Zelf zei tegen de discipelen over satan in Lucas 10 : 18: “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.” Jezus gaf hun macht over de boze geesten, maar wilde niet dat ze daar hoogmoedig over waren. “Verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgeschreven in de hemelen.”
De eerste mensen, Adam en Eva, werden in het paradijs verleid door deze hoogmoedige duivel. God, de Schepper aller dingen, had gezegd dat ze alleen niet mochten eten van de boom der kennis van goed en kwaad, “want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.” Genesis 2 : 17.
De duivel zei echter tegen Eva: “Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.” Genesis 3 : 4,5.
We hebben wel eens mensen gesproken, die zeiden: “God, dat ben ikzelf.” Wanneer we hierover nadenken, dan zien we alleen maar een zeer zwarte duisternis. Geen greintje licht. Wat een verblinding en hoogmoed.
De laatste tijd lezen en horen we steeds over de evolutietheorie en het Darwinjaar. In de evolutietheorie zien we weer de enorme hoogmoed en opstand tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Weer een enorme verblinding voor de reële situatie, waarin de mens zich bevindt.
De mens kan alleen maar functioneren en denken in een menselijk denkkader. Hij weet niets van wat buiten dit menselijke denkkader ligt. Wat een hoogmoed om uitspraken te doen over God, de Schepper, de Almachtige, Die alles in Zijn hand heeft en is van Eeuwigheid tot Eeuwigheid.
De hoogmoedige mens weet z‘n plaats niet.
Wanneer God de schepping niet in zes dagen kon maken, was Hij niet God en geloofde ik niet in Hem.
Onlangs kregen we een dvd van iemand met de titel “Dat willen wij ook”. Een aantal wetenschappers van verschillende universiteiten van over de gehele wereld lieten dieren zien, die iets deden, waar ze versteld van stonden. Hoe konden die dieren dat doen! Dat wilden zij ook. Ze hebben geprobeerd hetzelfde na te maken, maar moesten na lang proberen erkennen, dat ze daar niet toe in staat waren.
We hebben gelachen en onze Schepper geprezen voor Zijn superieure schepping. Wat een Almachtig en Wijs God hebben wij. Elke dag staan we versteld van alles wat we in de natuur zien. In kleine details zien we dingen, waarvoor we geen woorden hebben.

“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.”  Johannes 1 : 1 – 5.

Jezus Christus alle eer voor Zijn Schepping!