3. De eerste moord, een geloofsvervolging                                         >>PDF<<

Al kort na de zondeval kunnen we zien waartoe de mens zonder God in staat is.
Adam en Eva kregen twee zonen, de oudste heette Kaïn en de tweede heette Abel. Kaïn was landbouwer en Abel schaapherder.
“Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de HERE een offer; ook Abel bracht een offer van de eerstelingen van zijn schapen.” God ziet het hart aan. “De HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht.”
Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok.
En de HERE zei tot Kaïn: “Waarom ben je boos en kijkt je zo kwaad? Als je goed handelt, kun je toch blij zijn? Als je niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar je uit gaat, over wie je moet heersen.”
Kaïn was verschrikkelijk jaloers op Abel. Waarom jaloers? Kaïn diende God niet met zijn hart. Voor hem was God dienen alleen maar buitenkant, zoals bij zoveel mensen. Dit is schijnvroomheid. Schijnvrome mensen zijn allen te herkennen aan hun zonden, die ze niet willen laten. Zij kiezen ervoor om schijnvroom te zijn en kiezen er ook voor om verloren te gaan. Deze mensen haten Gods kinderen, die Hem vanuit hun hart dienen met dankbaarheid en blijdschap.
Kaïn zei tegen Abel: “Kom, laten we het veld ingaan.” Daar sloeg hij Abel dood.
Toen zei de HERE tot Kaïn: “Waar is je broer Abel?”
Kaïn zei: “Dat weet ik niet, ben ik mijns broeders hoeder?”
God zei: “Wat heb je gedaan? Hoor, het bloed van je broer roept tot Mij van de aardbodem.”
Wat een groot verschil tussen die twee broers. Zij hadden dezelfde vader en moeder! Hieruit wordt duidelijk dat het geloof geen groepsgebeuren is, geen familieaangelegenheid.
De mens is als individu op deze wereld gekomen en gaat als individu terug naar de eeuwigheid.
Ieder mens staat voor een keuze. Achteraf kunnen Gods kinderen zeggen: “God is mij zeer genadig geweest. Hij heeft mij getrokken. Ik verdiende het niet maar het was Zijn liefde voor mij. Het was Zijn liefde dat Hij mij liet zien wie ik was, zodat ik mijn zonden, zonder mezelf te verdedigen, met spijt (berouw) kon belijden, en het Grote Offer, dat Jezus bracht om voor mij de straf voor mijn zonden te dragen.”
Het is verder duidelijk wie Kaïn innerlijk was, welke geest er in zijn hart leefde. Het is goed te beseffen dat we, nadat we dingen hebben gedaan of gedacht die verkeerd waren en die we niet eerlijk belijden, zeker van kwaad tot erger zullen gaan. Dit is overal om ons heen te zien.
Kaïn was jaloers en boos op God. Hij loog tegen God toen hij na Gods vraag: “Waar is je broer Abel?” zei: “Dat weet ik niet.” Ook durfde hij tegen God heel brutaal te zeggen “Ben ik mijns broeders hoeder?” Hij had geen besef van God als Schepper, als Almachtige, Alwetende God. Hij had een kind van God gedood. God vervloekte hem en zou hem vergelden. “Hoor, het bloed van je broer roept tot Mij van de aardbodem.”

In de brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 11 vers 4 staat het volgende over Abel geschreven:

“Door het geloof heeft Abel een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.”

Abel was een geloofsgetuige.
Hoe belangrijk is de vreze des HEREN, de eerbied voor God.
Satan wordt door Jezus Christus de “mensenmoorder van den beginne” genoemd. Na de zondeval is de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Het is satan er om te doen dat mensen God niet als God, Schepper en Redder zien. Dat maakt, dat  het geloven in God een geestelijke strijd is en niet een strijd tegen vlees en bloed.
God zei tegen Kaïn: “Als je niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar je uit gaat, maar over wie je moet heersen.”
De Here Jezus leerde ons het gebed “Het Onze Vader”. Een bede daarin is: “Hemelse Vader, verlos ons van de boze”.
In het laatst hardop uitgesproken gebed van de Here Jezus staat: “Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze.” (Johannes 17:15)
Wat een liefde van  de HERE Jezus voor Gods kinderen om hier, vlak voor Zijn lijden en sterven op Golgotha, aan te denken en ons dit gebed te laten kennen.